Terug Eindnoten Inleiding Hoofdstuk I Hoofdstuk II Hoofdstuk III Hoofdstuk IV

 

Hoofdstuk II
E. Le Roy Ladurie, De eeuw van de familie Platter (1499-1628) Deel I De schooier en de geleerde (Amsterdam 1996), 177.
2 J.F.R. Philips e.a, Geschiedenis van de landbouw in Limburg 1750-1914 (Assen 1965), 174.
3 Advertentie in De Volksvriend van 12 jan. 1867 en in de Maas- en Roerbode van 5 jan. 1867.
4 In de mondelinge overlevering werd gesproken van Kruijtzer als meesterknecht, of zetbaas. Vgl. het tweede interview met Jacq. Slangen (Herten, 10 jan. 1996) pag. 2 en Gemeentearchief Roermond (GAR), Familie-archief Bongaerts, inv.nr. 47: ‘Legger van Polissen […] van 21 februari 1852, J.M. Spielmans’ onder punt 6.
5 In de Nieuwe Koerier (NKO) van 12 aug. 1905 plaatste Henri Spielmans een advertentie dat Mortelshof (Spielmanshof) met ‘Paschen 1906’ te pachten was.
6 I.J. Brugmans, Paardenkracht en Mensenmacht. Sociaal-economische geschiedenis van Nederland 1795-1940 (Den Haag 1976, ongewijzigde herdruk): ‘De agrarische revolutie’, 288-311.
7 ‘Lange negentiende eeuw’: historici hanteren deze term soms om het tijdvak tussen de Franse Revolutie (1789) en het begin van de Eerste Wereldoorlog aan te duiden (wikipedia.nl).
8 Gemeentearchief Roermond (GAR), Gemeente Sint Odiliënberg, ‘nº 30, Huwelijk van Kreutzer Leonard met Wijck Anna Catharina den 4 Augusto’ 1828 door P.F. Heyligers, burgemeester en ambtenaar van de Burgerlijke Stand. Bruid en bruidegom konden niet schrijven.
9 Gemeentehuis Roerdalen, Gemeente Sint Odiliënberg, inv. nr. 833, ‘Gezinslijsten anno 1829: ‘L. Krutzer dagloner’; Gemeentehuis Maasgouw, gemeente Linne, inv.nr. 999, ‘Bevolkingsregister Linne 1820-1859’, pag. 130, huisnummer 138.
10 Gemeentehuis Echt, Bevolkingsregister Echt, ‘Geboorten, huwelijken, overlijden Echt 1829’, 44: op 24-jarige leeftijd op 21-08-1829. Vgl. ook de kopie van de huwelijksakte tussen Hermanus Slangen en Elisabeth Maessen in H.C.G. Schoenmakers, ‘Genealogie van de Familie Slangen in de Roerstreek’ [z.p. z.j.] 4.
11 Priorij Thabor in Berg, ‘Huwelijken parochie 1820-1865’: op 5-8-1828 is het kerkelijk huwelijk van Leonardus Kreutzer (gedoopt in Kerkhoven) voltrokken met Anna Catharina Wijck uit Sint Odiliënberg. Het ‘Doopboek parochie Sint Odiliënberg 1820-1835’ vermeldt: op 13-11-1828 is geboren Anna Maria Kreutzer; op 27-8-1830 is gedoopt Joannes Mathias Kreutzer in aanwezigheid van J.M. Spielmans als peter (… susceptores fuerunt Joannis Matthias Spielmans Ruramondensis et Elisabeth Wijck loci hujus.); op 18 jan. 1832 is gedoopt Henricus Kreutzer en op 28 jan. 1833 is een jongetje (in ipso partus ab obstetrie sub conditione baptizatus) met toestemming van de pastoor uit Linne begraven op het kerkhof van Berg. Het is al gauw gewoonte geworden dat de bewoners van Mortelshof (hemelsbreed dichterbij de kerk van Berg gelegen dan die van Linne) zijn gaan kerken in Berg. Bij leden van de familie Slangen die aanvankelijk op Posberg woonden zat de kerkgang naar Berg er al van meet af aan in.
12 Gemeentehuis Maasgouw, Gemeentearchief Linne, ‘Bevolkingsregister 1820-1852’: Theodoor (1834), Gertrudis (1835) en Hendrik Kruijtzer (1841). Hetzelfde register vermeldt als geboorteplaats en -jaar van J.M. Kruijtzer: Berg 27 aug. 1829. 
GAR, Gemeente Sint Odiliënberg, ‘Bevolkingsregister 1881-1900’ daarentegen vermeldt dat J.M. Kruijtzer, het latere ‘hoofd der school’ en wonende op ‘Dorp n° 64’ niet in 1830 maar een jaar eerder, op 25 aug. 1829 in Linne zou zijn geboren. 
13 GAR, ‘Memorie van aangifte der nalatenschap van wijlen Lambertus Wijck overleden den 26’n maart 1832 in Sint Odilienberg.’ Hij was gestorven in het huis van zijn schoonzoon Joannes Sampers en dochter Elisabeth Wijck, ‘akkerlieden’ in Berg. Voorts worden genoemd: Henricus Wijck, ‘smit’, en Odilia Wijck, ‘dienstmeid’, in Berg.
14 KB, NRC 4 dec. 1850. Na het overlijden van de 94-jarige pater familias Heinrich Spielmans (1759-1847) namen twee jongere, ongehuwde broers van Jan Mathis Spielmans uit Roermond (1792-1864) het familiebedrijf in het Vorbrucher Breyell over, met als enige zus, de jongste in het gezin, de ongehuwde Maria Lucia (15 sept. 1803 - † 1 dec. 1850) die door de gevolgen van deze brand is omgekomen. Zie: Slangen, ‘Entrepereneure im Zeitalter des ‘Kandelskapitalismus’: Heinrich Spielmans und seine Söhne in Breyell und Roermond’ II Teil, Heimatbuch 2000 des Kreises Viersen 177-178: genealogische tafel.
15 GAR, Familie-archief Bongaerts, inv.nr. 47: Legger van Polissen van de Maatschappij der Verenigde Eigenaars te Brussel (assuranty mij.) 1851-1862 met aant. v. ontv. premies, polisno. 77=27 2n 728 J.M. Spielmans. ‘Legger van Polissen […]’ van 21 febr. 1852, punten 6º en 7º.
16 NRC van 4 sept. 1857.
17 Algemeen Handelsblad (AH) van 31 jan. 1887.
18 Het Nieuws van den Dag (NvdD) van 1 febr. 1887.
19 Maas- en Roerbode (MAR) 2 van 7 aug. 1892.
20 Gemeentehuis Maasgouw, Archief van de gemeente Linne, inv.nr. 119 en 122, kieslijsten voor 1853 en 1854.
21 Gemeentehuis Maasgouw, Archief Gemeente Linne, inv.nr. 815, 'Kohier der hand- en spandiensten'. In 1864 werd hij opnieuw voor 10 karrendiensten aangeslagen.
22 Gemeentehuis Maasgouw, ‘Bevolkingsregister gemeente Linne 1820-1852’, ‘In de Heide n° 138’.
23 Het personeelsbestand op Mortelshof overtrof de doorsneebezetting. ‘Op een bedrijf van grotere omvang trof men gewoonlijk aan een werkknecht, een voerman, een schaapsherder en twee vaste meiden. Hun loon was geringer dan dat van de dagloners in de stad’ [J. Philips, ‘De landbouw in een statische maatschappij, 1815-1875’ In: J. Philips (e.a.), Geschiedenis van de landbouw in Limburg 1750-1914 (Assen 1965), 153].
24 GAR, ‘Memorie van aangifte der nalatenschap van wijlen Leonard Kruijtzer, overleden te St. Odiliënberg den 16 September 1873.’
25 In het examenregister staat als beroep aangetekend: ‘landbouwer’. Hier wordt weer als geboorteplaats en -datum vermeld: Linne, 25-8-1830. Zie: H.C. Lucas, ‘Lager onderwijs in de Roerstreek 1800-1850’, HVR Jaarboek 1991 (80-102) 86.
26 GAR, Notariële Archieven, F.W. Milliard, pachtcontract van weduwe Spielmans met J. Cuijpers op 15 maart 1867/23; inventaris van de bezittingen van de familie Spielmans op 16 dec. 1868/181 en de akte van deling van de familie Spielmans op 21 mei 1870/52.
27 Uit de stamboom van mw. M.A. A. Brunklaus-Kruijtzer, Amsterdam: Anna C. Wijck (Berg, 6 mei 1801 – Mortelshof /Linne, † 27 jan. 1860).
28 Gemeentehuis Maasgouw, ‘Bevolkingsregister Linne 1865-1885’, ‘In de Heide 154.’
29 P.J. Meertens Instituut, Nederlands Repertorium van Familienamen XIV Limburg (Zutphen 1988). In 1947 spande Zuid-Limburg de kroon: in Kerkrade kwam deze familienaam 128 maal voor, in Meerssen 50, Maastricht 44, Heerlen 34, Amby 28, Susteren 28, Beek 27, Bunde 25, Sittard 23 en Simpelveld 21. In Midden-Limburg allereerst in Echt 20, in Maasbracht 14 (en meer specifiek in de Roerstreek-gemeenten) Sint Odiliënberg 18, Melick-Herkenbosch 9, Linne 7, Posterholt 2, Montfort 1 en Herten 1. Anno 1996 telde Echt 34 maal ‘Slangen’ en 13 maal ‘Schlangen’. Vgl: geneanet.org: Slangen 32 pagina’s.
30 Jos Crott & Jo Hoen, Familienamen in Limburg. Onze naam: hoe komen we eraan en wat betekent hij? (Geleen 1995), 83.
31 Ibidem, 140.
32 Rinke van den Brink, ‘Lavilleneuve, Klein Limburg in Frankrijk’, Vrij Nederland van 27 juni 1992, 33-39.
33 Heel verhelderend waren de gegevens over A.C. Meerten en J.F. Aben die L. Wolters uit Rosmalen mij verstrekte in zijn brief van 24 dec. 1999. De drie zussen van Hermanus heetten: Elisabeth, Anna Maria en Cornelia Slangen. Ze zouden alle drie trouwen. De halfzus van Hermanus heette Margaretha Aben en zou eveneens trouwen [zie noot 35].
34 Vgl. de kopie van het certificaat van de Nationale Militie in de provincie Limburg van de lichting 1826 (getekend te Maastricht op 14 augustus 1829), zoals afgedrukt in Schoenmakers’ ‘Genealogie’, 3. Herman Slangens signalement wordt als volgt omschreven: ‘Lengte Eene el 6 palmen 8 duim – streep’ (1.68 m). ‘Aangezigt lang, Voorhoofd bedekt, Oogen blaauw, Neus matig, Mond groot, Kin gekruld, Haar (a), Wenkbrauwen bruin, Merkbare teekenen (enkele krullen = geen), Handteekening kan niet schrijven. Geregistreerd n° 540. Reg. 14 Rol.’   
35 Gemeente Echt, Bevolkingsregister, ‘Boek I 1830-1840’, p. 125: ‘Gebroek 515’ met zes personen: Hermanus Slangen, ‘akkerman’ (24 j.), E. Maasen (22 j.), A.C. Meerten (52), Antoon Meuwissen (48), Pieter J. Meuwissen (17) en Margaretha Aben (16). Tien jaar later is [blijkens ‘Boek II 1840-1850’, p. 151] de samenstelling van de huishouding op Gebroek 575’ gewijzigd en groter geworden: Slangen Herman, ‘landbouwer’ (34), Maessen Elisabeth (32), Slangen Hubert (7), Slangen Jacob (5), Slangen Peter (3), Slangen Anna Margaretha (8 dagen), Smeets M. (14) ‘dienstknecht’, Meuwissen Antoon (56), ‘rentenier’, Meuwissen Hendrik (12), Meerten Catharina (68), Aben Margaretha (24), ‘naaister’. Achter de eerste vijf namen staat in laatste kolom opgetekend: ‘In 1845 naar St. Odilienberg vertrokken.’
36 Slangen, ‘Van entrepreneurs tot renteniers,’ 107.
37 Deze pachthoeve kende in de begintijd verschillende benamingen: Posberg (1835), Pasberg (1844), Groenenberg (1844), Boschberg (1857) en Postberg. Vgl: Slangen, ‘Posberg revisited’, Roerstreek 2002, 37-38.
38 Op 14 okt. 1844 zette Herman Slangen een kruisje onder het pachtcontract om met Pasen 1845 op Posberg als tweede pachter in successie te beginnen [Zie hiervoor ‘Posberg revisited’, 45]. Op 3 januari 1863 zou zijn pacht nog eens geprolongeerd worden door de erven van Generaal Van den Broeck.
39 Dit althans is de hypothese van Jan Ruiten. Zie diens website: ‘Aan de Gulickerweg I en II’. Ook interessant is zijn opvatting dat aan Hoosden – evenals bij de voorgeschiedenis van de stichting van Graeterhof in Boukoul – twee stichtingen zouden zijn voorafgegaan, vooraleer de jezuïeten in de zeventiende eeuw een nieuwe boerderij annex buitenplaats op de huidige locatie stichtten. Ruiten projecteert Groot Hoosden tussen de Brachterweg en de Maxsteeg en Klein Hoosden op de steile rand in de buurt van de Postweg, maar zuidelijk van de plek waar veel later Posberg is gesticht.          
40 RHCL Maastricht, Familie-archief erven S. Geradts-Regout, Map ‘Toewijzing Hoosten’, waarin: origineel ms. [18 pag. folio] ‘Denombrement der Landerijen Weyden Beempden & gehoorende bij de Hoeven Hoosten en Zittaard geleegen onder St. Odilien Bergh gemeeten door den Landmeeter Leurs te Echt. Gehoord bij de Caerten Figuratief Van Hoosten en Zittaert’ [op omslag] (1779?) en de originele erbij horende ingekleurde kaart, gemaakt door A. Leurs uit Echt in 1779 (is conform een kopie van de kaart die J.R. Cramers in 1781 vervaardigde), die alleen betrekking heeft op de goederen van Hoosden.
41 Van den Broecks officiersdossier in Franse dienst in de Archives Nationales Paris, i.c. Service Historique de l’Armee de Terre (SHAT), Paris-Vincennes is nog niet bestudeerd. Evenmin zijn zijn dossiers als kolonel en generaal in Belgische dienst in het Algemeen Rijksarchief in België te Brussel nagetrokken. Hetzelfde geldt voor de militaire boeken die zich in zijn persoonlijke nalatenschap hebben bevonden, RHCL, Maastricht, Familie-archief erven S. Geradts-Regout: Brievenboeken van luitenant-generaal J.L. van den Broeck te velde tijdens de Belgische Onafhankelijkheidsoorlog (1831-1834): a. ‘Correspondance concernant la Première Brigade. 1er Avril 1831 – 23 Juin 1831. Registre no. 4.’; b. een dossiermap met enkele losse katernen; c. boek van ‘Ie Brigade. 3ieme Division Infanterie’ met een stempel ‘Le General de Brigade Vandenbroeck’ en het opschrift ‘Commencé au Camp de Diest 1831’ (enkele katernen bestrijken de periode oktober 1831 in Diest tot 15 mei 1832 in Herenthals) en d. ‘Correspondance’ (1-2-1834 tot 3-8-1834) met op het binnenblad het stempel ‘Le General de Brigade Vandenbroeck’.
42 Jan Ruiten, ‘De ‘weduwe’ Van den Broeck’, Roerstreek 39 (2007) 93-98. Deze auteur geeft geen exacte huwelijksdatum van de ouders en geen exacte geboortedatum van J.J.L. van den Broeck. Johan Belonje, ‘Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Limburg’ (PSHAL 1960/’61) [4-444] 229 noemt 15 aug. 1782 als zijn geboortedatum. Ik hou het vooralsnog op 15 aug. 1780.
43 Ruiten, 95-96.
44 Nationaal Archief (NA) Den Haag, ‘Militaire stamboeken, naamlijsten, conduite- en pensioenstaten uit de Franse Tijd (1795-1813)’ [2.01.16] nr. 131-2: Garde Impériale 3º Regiment des Grenadiers à Pied. Etat Nominatif de Messieurs les officiers avec indication des Professions de leurs Parents [Versailles, le 7 Janvier 1812]: ‘... fils de feu Leonard André, capitaine, décedé à Demerary et de Marie Cornelie Lucy résidant à Vlodrop ...’ 
45 Vgl. bijvoorbeeld op internet het ooggetuigenverslag van de kersverse ‘raad-fiscaal’ [politiecommissaris] P.G. Duker die vanuit de ‘hoofdstad’ Stabroek aan de Demerara [ook: Demarary] (het latere Georgetown in Guyana) in een brief van 28 nov. 1789 verslag doet aan zijn broer C. Duker, secretaris van het Hof van Utrecht, over de gruwelen en het bloedig neerslaan van een slavenopstand. 
46 A.J.A. Flament, ‘Dr. Pieter Paulus Eerens. Pastoor en Dokter’, Geschiedkundige Bladen. Tijdschrift voor de beoefening der Geschiedenis - 1ste jaarg. 2de aflevering (Amsterdam 1905), 273-299. Vergelijk ook Flaments lemma ‘Eerens Pieter Paulus’, in: Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek (NNBW) Deel 3 (Leiden 1914) 319-320, waarin hij Eerens’ rol als natuurgeneeskundige benadrukt en hem typeert als een ‘voorloper van pastoor Kneipp.’
47 Bruinvis, ‘Eerens Dominique Jacques de,’ Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek NNBW Deel 1 (Leiden 1911), 793-794.
48 Pastoor Eerens was ook pastoor van Posterholt. De kapel aldaar was onderhorig aan de kerk van Vlodrop. In het archief van de erven van S. Geradts-Regout bevindt zich een kwitantie die Eerens heeft getekend voor P.F. Heijligers, ‘schatheffer van Posterholt’, voor de ontvangst van ‘drij guld. Bbants’ voor een hoogmis en processie op kermisdag 1789. Voor de verzelfstandiging tot de St. Matthiasparochie in 1803 zie M.J. Veelen, Ontstaan en voortgang... Tweehonderd jaar Parochie Heilige Matthias Posterholt 1803 –2003. Facetten van haar geschiedenis (Posterholt 2003), Opstel 5, naar zelfstandigheid, 66-74.
49 In het artikel van Flament uit 1905 en in P. Gootzen, ‘Dagboek van pastoor P.P. Eerens uit Vlodrop (1789-1821)’, Roerstreek ’89 (Jaarboek van de HVR 21) [123-141] 131. Enkele van zijn preken zijn in het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw gepubliceerd.
50 NA Den Haag, nr. 2.21.186, Collectie 145: D.J. de Eerens (1781-1840), inv.nr. 64: ‘Mijne Herinneringen’, pag. 2: ‘Een jeugdige of liever kinderachtige misstap deed mij mijne heiligste pligt, gehoorzaamheid jegens mijnen vader en familie, vergeten en met een dolle kop trad ik op den 15 April 1798 te Amsterdam als soldaat bij het 3º Bataillon der 6de ½ Brigade. [...]
Jeugdige onbezonnenheid meer dan wezenlijke genegenheid of vroegere opvoeding bragt mij op dezelve; en een aanéénschakeling van omstandigheden deed mij haar op eene wijze doorloopen, welke men alleen van verdiensten en uitstekende kennis erwachten moest’.
51 Limburgs Museum Venlo, opgenomen in de permanente expositie ‘Limburg ontstaat ...’ [in bruikleen van de erven S. Geradts-Regout]: een diploma in een goudkleurige lijst, waarin ‘Mr. Van den Broeck, lieutenant en 1er du Corps des grenadiers à pied de l’er garde hollandaise’ volgens een verklaring van de minister van Oorlog, Duder Selter (Parijs 14 november 1810) door keizer Napoleon bij decreet van 30 oktober 1810 is benoemd tot ‘Lieutenant Porte-Drapeau’. Apart ingevoegd is artikel 17 van het keizerlijk decreet van 18 februari 1808 waarin als voorwaarden worden gesteld voor het verkrijgen van de titel van ‘Porte-Aigle ayant la Grace de Lieutenant, ou de sous-Lieutenant’: ófwel minimaal tien jaar in militaire dienst, ófwel deelname aan tenminste vier militaire campagnes (Ulm, Austerlitz, Jena en Friedland).    
52 Charles M. de Leissègues, afkomstig van Le Faou bij Brest in het Bretonse departement de Finistère, trouwde op 20 september 1797 Ida Janssens in Roermond. Hij was daar toen gelegerd als ‘capitaine à la 105e demie brigade d’infanterie de ligne, employé à la première division de l’armée de Sambre et Meuse.’ Dertien jaar later, op 21 januari 1810, sneuvelde ‘Lieutenant Colonel du 4e - Bataillon 3e Regiment de Ligne’ in het Catalaanse Mouilette. Zijn overlijdensbericht bereikte eerst maanden later Roermond. Intussen hebben Jan Ruiten en Joost Welten zonder enig overleg hun eigen plan getrokken door (gedeeltelijke) publicatie van zijn brieven: de een op zijn website, de ander onder de titel: ‘Een Roermondse officiersvrouw zwerft door Europa’ in diens: Antihelden. Bijzondere levens van gewone mensen uit de tijd van Napoleon (Leuven 2015), 209-235.  
53 NA, D.J. de Eerens, ‘Dagboek’, pag. 2.  In zijn ‘Inleidende levensloop’ over vijandigheid in Spanje: ‘Gedurende deze marsch ondervond ik dat de geest der bewoners van dit gedeelte des franschen rijks nog weinig ten voordeele des Keijzers gestemd was; Deze wierd in de conversatie meestal Bonaparte genoemd, en altijd van hem gesproken meer als een vreemd, zich aan het hoofd der zaken bevindend personaadje, dan wel als den souverein van het land.’ En m.b.t. het conscriptiestelsel in Spanje was hem opgevallen: ‘Ook zag men de landen meestal door vrouwen bebouwen en van het mannelijk geslacht niet dan oude mannen en even boven de kindschheid gewassene jongelieden. Dit kan wel mede eene reden zijn van de weinige gehechtheid aan den Keijzer, wien men niet geheel ten onregte als de oorzaak des voortdurenden menschenverslindenden oorlogs aanzag.’ Zie hiervoor ook: J.A. de Moor en H.Ph. Vogel, Duizend miljoen maal vervloekt land. De Hollandse Brigade in Spanje 1808-1813 (Amsterdam 1991).
54 Van den Broeck had als kapitein in Rusland dienstgedaan. Belonje [229] verwijst naar J. Bosscha, Neerlands Heldendaden te land, van de vroegste tijden af tot op onze dagen (Leeuwarden 1873) [4 delen] III, 292 noot 2.
55 Rijks Archief Hasselt, inventaris 4031: notaris Jean Henri Francois Schoolmeesters, Echt, 7 juli 1814, akte 150: ‘huwelijksovereenkomst tussen Jean Joseph Leonard van den Broeck, luitenant-kolonel in dienst van Frankrijk, Ridder van het Erelegioen, Vlodrop, en Marie Josepha Janssens, weduwe Mr. Charles Deleissegues, rentenierster, Roermond. In gemeenschap van goederen.’
56 NA, D.J. de Eerens, inv.nr. 63, pag. 211-221: het overlijden van pastoor P.P. Eerens op 20 juni 1821.
57 ‘Eerens (Dominique Jacques de)’, in A.J. van der Aa, Biographisch woordenboek der Nederlanden (…) [Haarlem 1852-1878] Deel 5, 29.
58 NA, De Eerens, inv.nr. 82: ‘Bijdrage tot de kennis der loopbaan van wijlen zijne excellentie den luitenant-generaal D.J. de Eerens’, in De Militaire Spectator. Tijdschrift van het Nederlandsche Leger (Breda 1842).
59 RHCL. In het familie-archief van de erven S. Geradts-Regout bevindt zich een gebonden cahier [ms. van 94 pag.] met een ambtelijk verslag van een onderzoek: ‘Berigt over Balie door H: A: van den Broeck, gewezen commissaris van wegen het Nederlandsch Gouvernement voor bovengemelde Eiland [...] Wanyasha den 19 Augustus 1821. De gewezen Kommisaris voor Balie, thans resident van Krawang. W: G: H.A. van den Broeck.’
60 RHCL, Familie-archief erven Geradts-Regout: J.J.L. van den Broeck heeft tussen 1823 en 1840 tenminste zestien brieven uit de Oost ontvangen van broer Henri en zus Leentje van den Broeck.
61 Ruiten, ‘Weduwe’ Van den Broeck’, 97-98. RHCL, ‘Memorie van successie Maria Helena Cornelia van den Broeck, overleden 25-11-1857.’ Jan Joseph Leonard had haar in zijn testament bedacht met een bedrag van ƒ1.000 en een okshoofd rode Bordeaux.
62 De insignia Napoleontica van J.J.L. van den Broeck zijn door de erven Geradts-Regout in bruikleen gegeven aan het Limburgs Museum te Venlo.
63 Limburg’s Jaarboek XVII (1911), 154. Citaat is ontleend aan Johan Belonje, ‘Genealogische en heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Limburg’, PSHAL 1960/’61, [4-444] 229.
64 RHCL, Familie-archief Geradts-Regout, ‘Map ‘Gegevens Hoosten’: Akte (in het Frans) van notaris H.A. Milliard te Roermond van 18-12-1814, waarbij M.E. Janssens, weduwe van David Daenen en handelaarster in Roermond, heeft verkocht aan ‘oud-kolonel’ J. van den Broeck, gehuwd met M. Ida Janssens, een huis ‘met twee aangrenzende moestuinen plus (paarden)stallen, schuur en toebehoren’ in Sint Odiliënberg voor 1900 francs. 
65 Louisa de Leissègues (Roermond 1797 – Doornik 1841) en Carolina de Leissègues (Lyon 1798 – Hoosden 1879).
66 RHCL, Familie-archief Geradts-Regout, ‘Map ‘Gegevens Hoosten’: Omslag met 7 betaalbewijzen van J. van den Broeck aan P.F. Heijligers tussen 1814 en 1816.  In totaal was 22.380⅓ fr. betaald op 18 december 1819. De overdrachtsakte van Hoosden is verleden door notaris J.H.Fr. Schoolmeesters, Maaseik/Echt op 27 januari 1819, nr. 34.
67 Jaak Slangen, ‘Eerbetoon aan generaal J. van den Broeck bij de eerste steenlegging van de tweede brug over de Roer (1855)’, Roerstreek 40 (2008) [139-141], 139-140.
68 Journal de la province de Limbourg, 19 febr. 1819.
69 Journal de la Province de Limbourg, 26 maart 1824. Sinds 3 maart 1821 werden geen premies meer uitbetaald voor de levering van gedode schadelijke dieren of vogels. 
70 Zie de ‘Chronologie van de conflicten tussen Berg en Linne over hun gemeynte op de Linnerheide samen met enkele documenten (1802-1847),’ Roerstreek 30 (1998) [41-145] 141.
71 RHCL, Familie-archief Geradts-Regout, doos 1. ‘Map Hoosten’, nr. 13a en 13b.
72 GAR, notariële archieven van J. Cornelis, L. Dirix, F.W. Milliard en H.A. Milliard.
73 Klein Hoosden werd in de Tweede Wereldoorlog in puin geschoten, daarna niet meer opgebouwd. De binnenplaats werd afgesloten met een muur.
74 RHCL, nr. 12073 Sint Odiliënberg (1815-1834), brief van 2 oktober 1822 van Van den Broeck aan Michiels van Verduijnen; Jaak Slangen, ‘Klacht over het dágere in de herfst van 1822’, De Klepper. Kwartaalblad Heemkunde-vereniging Roerstreek (april 1997) [29 jrg. nr. 2], 16-17.
75 RHCL, nr. 12073 Sint Odiliënberg (1815-1834), brief van 3 febr. 1826 van Van den Broeck aan Michiels van Verduijnen.
76 ‘Miltvuurepidemie op Jongenhof in Lerop (1825-1830)?’, De Klepper (nov. 1996) [28 jrg. nr. 4], 12-13.
77 RHCL, Berg (1815-1834), brief van 29 dec. 1826 van Van den Broeck aan Michiels van Verduijnen.
78 Ibidem, brief van 30 juni 1827.
79 Ibidem, brieven van 22 maart en 22 april 1830 van Van den Broeck aan Michiels van Verduijnen.
80 Slangen, ‘Eerbetoon aan generaal Van den Broeck.’ Jammer genoeg heb ik toen geen gebruik gemaakt van het dossier in RHCL, Provincie Limburg, nr. 92: Beheer en vervoer, en daarvan nr. 17.27: ‘Sociëteit tot exploitatie van de brug over de Roer te Sint Odiliënberg (1825-1853).’
81 RHCL, nr. 12073: Sint Odiliënberg (1815-1834), brief van 28 juli 1827 van Van den Broeck aan GS van Limburg.
82 Ibidem van 31 aug. 1827.
83 RHCL, Familie-archief Geradts-Regout, ‘Extract uit het register der resolutiën van het gewestelijke bestuur van het hertogdom Limburg’ (Maastricht, 10-5-1841). Dit is een reactie op het request van brigade-generaal Van den Broeck tegen de aanleg van ‘waterkerende werken op den regter oever der rivier de Roer’.
84 Ibidem, Procesaantekeningen van mr. H.H. Geradts m.b.t. de aanwas in de Roer: Kopie van het ‘Contra Rekest J. van den Broeck verweerder contra jhr. Th.H. Olislagers van Sipenau, grondeigenaar te Sipenau (in het Belgische Elen) eiser’ [31 bladen] (Arr. Rechtbank Roermond, 18 nov. 1844).
85 Ibidem, ‘Map Correspondentie J.J.L. van den Broeck (1780-1857)’: brief van A. Thissen aan mr. H.H. Geradts, president van de Arrondissementsrechtbank te Maastricht van 19 juni 1845.
86 ‘Map Correspondentie J.J.L. van den Broeck (1780-1857)’: 3. Proces-verbaal van Wiro Maessen, burgemeester van Sint Odiliënberg van 15 sept. 1849. Hierbij horen een verklaring en schets van landmeter G.M. Leclerc, Roermond, van 16 juni 1840.
87 Ibidem, ‘Map: familie De Leissègues en Van den Broeck’: drie stukken met betrekking tot rechtsgedingen tussen generaal Van den Broeck en generaal De Zantis de Frymerson (1830-1837): nota van mr. Leclercq, avoué te Roermond (18301-1837); nota’s van mr. M. Strens.
88 Vgl. Jos Venner (red.) Canon van Limburg. Een historisch overzicht (Maastricht 2009) 8.1 Limburg verdeeld 150-153.
89 Marlou Roeleveld en Jaak Slangen, ‘(Re-)inventing traditions. De familie De Zantis de Frymerson en haar grafkelder in Sint Odiliënberg (1881),’ Roerstreek 2005/HVR-Jaarboek 37 (197-225), 207.
90 Bij onze zuiderburen moest de persoon koning Willem I het juist ontgelden getuige het navolgend schimpschrift. Het werd oorspronkelijk aan diens paleis in Brussel gevonden, maar de tekst werd nog na de Afscheiding verspreid onder de Belgen (Na het overlijden van zijn gemalin en na zijn troonsafstand trouwde Willem in 1841 met een vroegere hofdame, de katholieke en Waals-Belgische gravin Henriëtte d’Oultremont de Wégimont en verhuisde naar Berlijn om daar op 12 december 1843 te overlijden):

Ik heb de boel in ’t riet gestuurd
En heb bij tijds mijn piek geschuurd
Dit mag volharding heeten
Mijn eigen wet (of wil) was steeds mijn niets
Ik ben getrouwt met Henriet
En heb het Volk bescheeten.
Opgeplakt aan ’t palijs des konings
En voorts alomme verspreydt.

In ‘Map Correspondentie J.J.L. van den Broeck (1780-1857)’.
91 Tussen de militaire bedrijvigheid door zag Van den Broeck kans ter gelegenheid van diens huwelijk (?) in 1836 een zilveren couvert in Gent te kopen.
92 Belonje, 229.
93 Limburg’s Jaarboek XVII (Maastricht 1911), 153-154. In de dissertatie van G.J.B. Verbeet, Limburg op de tweesprong. Welvaart en politiek dilemma 1814-1839 (Maastricht 1978) figureert Van den Broeck hier en daar op de achtergrond. De meest interessante voorvallen zijn misschien wel de volgende. Op pag. 286-287: ‘Op 1 januari 1831 ontving kolonel Lecharlier van de gemeente Roermond een brief met zeer veel klachten over het gedrag van het Belgisch Legioen van Londen. Kolonel Van den Broe(c)k, weldra commandant van Limburg, voelde zich in Roermond niet gelukkig. Op 11 januari verzocht hij hem naar elders te verplaatsen. Er is hier niets te doen. Van de bevolking was, zo schreef hij aan generaal A.F. Mellinet, meer huichelarij dan vaderlandsliefde merkbaar. Van den Broe(c)k had burgemeester Leclercq zelfs een opdracht moeten geven om de Brabantse driekleur op de kerktoren te plaatsen [...] Elders verwachtte Van den Broe(c)k zijn vaderland beter van dienst te kunnen zijn dan in Roermond.’ Op pag. 136: Korte tijd later – rond zijn benoeming tot commandant van de Eerste Brigade van het Maasleger in het voorjaar van 1831 – ontsnapte hij ternauwernood aan de dood bij een poging de tucht te herstellen.
Voor de terugtrekking van de Nederlandse troepen uit Roermond: Jeanne M.C. Heijnen†, ‘De overgang van Roermond naar de zijde van het Belgisch bewind in 1830’, De Maasgouw [jrg 128] | 2009 | 4, 118-129.
94 Ibidem, 153.
95 Gita Deneckere, Leopold. De eerste koning van Europa 1790-1865 [Antwerpen 20122), hoofdstuk 5: Koning der Belgen, 185-215.
96 De Kroniek van Roermond (1765-1835) van S. van Beringen is gepubliceerd in Habets (red.) ‘Kronijkje der stad Roermond beginnende met de komst van Joseph II en eindigende met de troonsbeklimming van Leopold I, koning der Belgen 1781-1831’, PSHAL II (1865) [370-412] 411-412 met als conclusie: ‘De ondervinding in dese jaeren heeft ons dit genoegsaem geleerd. De gouvernementen steken sig in troebels en schulden en de gemeene borgers moeten deselve draegen.’
97 Speurder, ‘Remunj, wie ‘t reilde en zeilde. […]. Wat een Garde Civique vertelde’. De Nieuwe koerier van 7 aug. 1937.
98 RHCL, Familie-archief Geradts-Regout, Correspondentie J.J.L. van den Broeck, Brieven aan Caroline, brief van JVDB in Mechelen van 12 febr. 1839 aan Caroline de Leissègues.
99 Correspondentie JVDB, Brieven aan Caroline, brief vanuit Mechelen aan Henri en Caroline van 22 maart 1839.
100 Ontleend aan ‘Speurder, Remunj, wie ‘t reilde en zeilde’, NKO van 26 febr. 1938.
101 Correspondentie JVDB, brief ‘de Heyst op den Berg le 30 janvier 1839’.
102 Correspondentie JVDB, brief ‘Anvers le 16 juillet 1835’.
103 Correspondentie JVDB, brief [ongedateerd; in potlood: 1835].
104 Centraal Bureau voor Genealogie Den Haag, blijkens de volkstelling Hoosden 1840 had Peter Coenen de beschikking over vier knechten: L. Wolters uit Echt, P. van Kaspel uit Melick, Mathijs Hendriks uit Berg en Hendrik v.d. Venne uit Linne. Daar hielden zich aan meiden op: Odilia Mestrom uit Montfort, Maria Timmermans en Odilia van Cruchten uit Berg.
105 Jaak Slangen en Zr. M. Pauline CRSS, ‘Inventaris kerkelijk kunstbezit van de basiliek HH. Wiro, Plechelmus en Otgerus te Sint Odiliënberg’ (Cie. kerkelijk kunstbezit Sint-Odiliënberg 2011) 19: nr. B098. J.G.C. Simonis, Zielzorgers in het Bisdom Roermond 1840-2000 (Sittard 2001), 303: Pastoor Andreas (of Antonius?) van Hout (Boekel-Ravenstein 1793 – † Meerlo 1859). Simons vermeldt niet dat Andr. (Ant.) van Hout tussen 1825 en 1848 pastoor van Berg is geweest [Met dank aan zr. M. Pauline van priorij Thabor te Sint Odiliënberg.]
106 Het betreft hoogstwaarschijnlijk L.G. Prick (Wolder 1815 – Meersen 1874), die meteen na zijn priesterwijding in Roermond op 21 mei 1842 kapelaan werd in Berg. Mogelijk was hij na dit incident met Van den Broeck niet meer te handhaven en werd hij in hetzelfde jaar (1846) als kapelaan overgeplaatst naar Amby [J.G.C. Simonis, Zielzorgers, 369]. 
107 A. van Rijswijck typeerde J.A. [Johann Augustinus] Rossié in zijn artikel: ‘Liberalen en clericalen in hun strijd rond het Bischoppelijk College te Roermond’ in Historische opstellen over Roermond en omgeving (Roermond 1951) [369-473] op pag. 382-383 aldus:
‘Deze door de wangunst der tijden tot zwerver gemaakte Jezuiet werd volgens zijn bidprentje in 1784 te Heinsberg (D) geboren en deed daar ter plaatse op de leeftijd van 17 jaar eindexamen gymnasium. Te Rome ontving hij zijn opleiding tot priester en was als leraar werkzaam te Sitten in Zwitserland (Sion in het Franse departement Simplon). Op 6 November 1813 haalden de bewoners van Wassenberg (D) hem als pastoor van hun parochie in. Mogen we het in 1824 uitgegeven prospectus van het Koninklijk Kollegie geloven, dan bekleedde hij daarna nog eens de functie van schoolopziener over een groot district, totdat rust in zijn leven werd gebracht door de benoeming tot rector van het gymnasium te Roermond wat hij tot vlak voor zijn dood op 17 Augustus [1846] bleef.’
De Roermondse liberalen koesterden hem enkele decennia later in een pamflet (1864): ‘den onvergetelijken Pastoor van Wassenberg, zaliger gedachtenis […] die zich boven alle vreemden invloed wist te verheffen en er rond voor uitkwam [383].’ Deze vrijzinnige katholiek weigerde in 1843 redacteur te worden van een roomse krant, zoals mgr. Paredis die voor ogen stond [378]. Ook verzette hij zich tegen zijn plannen om het Koninklijk Kollegie te transformeren tot een Bisschoppelijk College (Het zou er niettemin in 1851 komen). Volgens mondelinge overlevering gold Rossié als stichter van de Société Dramatique (1835), die zich weldra tot antiklerikaal en liberaal broeinest zou ontwikkelen [383].’ Zie Peter Nissen, ‘Kerk en cultuur in conflict. De Roermondse clerus en het amateurtoneel in de jaren veertig van de negentiende eeuw’, in: B.C.M. van Hellenberg Hubar (red.) Maaslandse melange. Opstellen over Limburgs verleden Dr. P.J.H. Ubachs aangeboden bij gelegenheid van zijn vijfenzestigste verjaardag (Maastricht 1990) [304-320], over Rossié 309-310. Vgl. ook: M.P.A. van Laarschot, ‘Het Koninklijk Kollegie te Roermond 1841-1851’, in: G. Venner, Roermond stad met verleden. Negen hoofdstukken over Roermondse geschiedenis (Roermond 1985) [153-176], 166, met zijn overlijdensprentje. Recentelijk verscheen: P. Nissen met medewerking van H. Verbruggen, Roermond. Biografie van een stad en haar bewoners (Hilversum 2014) over Rossié op pag. 340-341; 343-344 en 346.
108 Correspondentie JVDB, Hoosden 13 maart 1846.
109 Ibidem op 14 september 1838.
110 Deze alinea is gebaseerd op J. Slangen, ‘Bij het verscheiden van een vooraanstaand magistraat: Mr. Henri Herman Hubert Geradts (1798-1886)’, Roerstreek 32 (2000), 191-204. Citaten aldaar op 192, 197 en 193. Vgl. ook: Piet Orbons en Lou Spronck, ‘Limburgers worden Nederlanders. Een moeizaam integratieproces,’ PSHAL 102 (1966) 31-53; reprint in: A. Knotter (red.) Dit is Limburg! Opstellen over de Limburgse identiteit (Maastricht 2009) 33-60.
111 Je zou hier eerder J.L. baron van Scherpenzeel Heusch verwachten, maar mogelijk heeft Hoppenbrouwers Jean Baptiste de Marchant et d’Ansembourg (Luik 1782 - Amstenrade 1854), aanvankelijk Orangist en lid van het Belgisch Nationaal Congres (een generatiegenoot van Van den Broeck), voor ogen.
112 RHCL, Familie-archief Geradts-Regout, J.J.L. van den Broeck, Afschrift van dienstbericht [La. H 26 Geheim] van Majoor Hoppenbrouwers van de Koninklijke Compagnie der Marechaussee in het hertogdom Limburg aan de gouverneur van 28 maart 1844.
113 Correspondentie JVDB, incomplete brief van twee kantjes [Hoosden de derde april 18..]. Exhooten heb ik nog niet kunnen traceren.
114 De Noord-Brabander, 4 aug. 1853.
115 Op 13 april 1855 werd in Maastricht de tweede brug over de Roer voor ƒ15.400 aanbesteed aan P. Lemmens en Zoon te Beek [De Noord-Brabander van 17 april 1855].
116 Correspondentie JVDB aan Henri en Caroline, Hoosden 14 sept. 1855.
117 Voor de typering van de Maatschappij voor Landbouw in Limburg (MLL) zie: J.A.H. Claessens, ‘Een nieuwe landbouwstruktuur in wording’, in: J. Philips e.a., Geschiedenis van de landbouw in Limburg 1750-1914 (Assen 1965) [215-222] 216. Door mij is die stilzwijgend ook op de Roermondse NV toegepast.
118 Oprichtingsakte (met 50 artikelen) van de NV Limburger Landbouw is door notaris Frans J.H.E. Cornelis te Roermond verleden ten huize van Lambert J. Weustenraad op 22 februari 1851 in aanwezigheid van de getuigen: katoenwever George H. Dils en zadelmaker Nicolaas Stein. De gehele akte is verspreid over drie nummers van de Nederlandsche Staatscourant: nº 108 van 7 mei 1851, nº 109 van 8 mei 1851 en nº 113 van 13 mei 1851, gepubliceerd. Tot de oprichters annex aandeelhouders behoorden: Jan J.L. van den Broeck; Jan J.A. van Wylick, lid van de Tweede Kamer, lid van de PS, burgemeester en grondeigenaar van Kessel; Jan L. Baudrihaye, schepen van Roermond, koopman en grondeigenaar; Martinus S. Korsten, lid van de PS, burgemeester van Herten en grondeigenaar in Ool; Jean M. Spielmans, brouwer, brander en grondeigenaar te Roermond; Lambert Janssen Quadvlieg, koopman en grondeigenaar te Roermond; Herman Geurts, lid van de PS, burgemeester en grondeigenaar van Maasbracht; Christiaan Reijnen, lid PS en burgemeester van Echt; Johannes Op den Coul, koopman te Roermond, en Robert Magnée, lid PS en burgemeester van Horn  Zij waren tevens voor de eerste maal ‘leden van de raad van administratie der maatschappij’. Voor een verslag van het laatste officiële optreden van Van den Broeck, zie bericht in MAR van 20 dec. 1856 en in ‘Ingezonden’ in: RMR van 20 dec. 1856.
119 Claessens, 219.
120 Advertentie in MAR van 7 febr. 1857.
121 Correspondentie JVDB, brief aan Henri [Hoosden le 13 (met potlood toegevoegd:) ‘juin 1857’].
122 GAR, ‘Memorie van aangifte der nalatenschap van den Heer Jan Joseph Leonard van den Broeck, overleden den 15 sept. 1857’; ‘Suppletoire Memorie [...]’ Te betalen aan zeven doktoren: Krips te Heinsberg ‘voor visieten gedurende de laatste ziekte’ƒ149,64; te Roermond: Leurs (vader) ƒ17,50; Leurs (zoon) ƒ21; Claus ƒ148; Van Hacken ƒ61; dokters Bosch te Brussel ƒ11,81 en Frankinet te Luik ƒ6. Aan apotheker Baert ƒ48,68 en apotheker Timmermans ƒ0,55, beiden in Roermond. De begrafeniskosten bedroegen ƒ409,10. Notaris Corbey uit Berg vroeg nog ƒ27 voor ‘diversen’.
123 RHCL, Familie-archief Geradts-Regout, J.J.L. van den Broeck, persoonlijke wilsbeschikking van generaal Van den Broeck van 12 sept. 1857 op Hoosden is geschreven door C. Geradts-Deleissègues en ondertekend door: ‘J.J.L. van den Broeck, C: Geradts-geb. de Leissegues, L. Coenen en A. A. Cloudt.’ Op 15 september 1857 schreef mr. H.H. Geradts aan zijn zwager dat zijn schoonvader om 9.45 uur ’s ochtends op Hoosden is komen te overlijden. Hij werd inderdaad begraven naast zijn ‘huisvrouw’ achter de Mariakapel op de kerkberg van Berg. Het necrologium van Ida Janssens en Jan van den Broeck is vermoedelijk gemaakt door mr. H.H. Geradts:

Deo opt. max.
Anno Dni MDCCCXXXIV secundis nuptiis anno MDCCCXIV
X Die mensis Martii cum domino Joanne Josepho Leonard vandenBroeck
Obiit crucibus majoribus Legionum honoris et Belgici Leo ores 
Domina Ida Maria Josepha Janssens exornato Legato Belgico
Vidua domini illustrissimi (doorgehaald) domini Mariae anno Dom. MDCCCLVII
Caroli De Leissegues Gallicae 37 moe XV die mensis septembri hic obito
Legionis Tribuni, cruce Majoris legionis Cum uxore in hoc coemeterio sepelito
Honorifice exornate, magna cum laude pro patria Aderat Inginte pugnae sub mueres Moscoviae
in arie Barcelonica occubite anno MDCCCX quorum anemia requiescat in sancta pace

124 Bericht onder hoofdje ‘Nederlanden’ in MAR van 19 september 1857.  Daarmee worden twee overgeleverde mythen binnen de familie Geradts ontzenuwd. In een gesprek dat ik in september 1996 met mw. Geradts-Regout heb gevoerd, vertrouwde ze mij toe dat generaal Van den Broeck niet in Nederlandse grond wenste te worden begraven en dat hij de pastoor de deur zou hebben gewezen toen die hem het sacrament van de zieken wilde toedienen.
125 GAR, Notariële Archieven, ‘Memorie van aangifte der nalatenschap van den Heer Jan Joseph Leonard van den Broeck, overleden den 15 september 1857’, blad 2 punten 1 en 3.
126 GAR, Notariële Archieven F.W. Milliard 1857/159: pachtcontract Klein Hoosden tussen mr. H.H. Geradts en J. Berg en H. Berg-van Geenen op 24 okt. 1857.
127 ‘Openbare Mobilaire verkoop op het Huis Hoosden te St. Odiliënberg’, MAR van 27 maart 1858.
128 GAR, Notariële Archieven, F.W. Milliard, pachtcontract Posberg tussen Mr. H.H. Geradts en H. Slangen en M. Slangen-Wolters op 3 jan. 1863.
129 GAR, Notariële Archieven, ‘Memorie van aangifte der nalatenschap van den Heer Jan Joseph Leonard van den Broeck, overleden den 15 september 1857’; ‘Suppletoire Memorie […]’: kleine middenstand in Roermond: winkelier Schrijnemakers (ƒ2,44), winkelierster weduwe Pieters (ƒ 32,27), winkelier Knipping (ƒ3,37), boekdrukker Romen ‘wegens insertie’ in de Maas- en Roerbode (ƒ2), beenhouwer Reulen een rekening over 1857 (ƒ47,96), winkelier Seelen (ƒ13,70), mevrouw Hamers voor diverse witlagen (ƒ54,98), winkelier Imkamp (ƒ8,41) en winkelier Koster (ƒ4,80); ambachtslieden als ‘slotmaker’ Wiers (ƒ 1,57), zadelmaker Wiers (ƒ45,76), zadelmaker Hellewegen (ƒ6,10), koperslager Van Borrenk voor gedane werken (ƒ20,48), smid Peters te Roermond (ƒ 31,60), weduwe Göbbels van de Gouden Leeuw voor stalling van paarden over 1857 voor ƒ11,55. In Berg hadden nog tegoed: de smid Fieten (ƒ97,08), Vosdellen aan daglonen (ƒ11,60) en visser Korsten uit Lerop onder Berg voor de levering van vis in augustus en begin september ƒ5,40. Aan gemeentelijke belastingen stonden nog open: ‘jagtregt’ over twee jaren van de gemeente Montfort (ƒ10), personele belasting onder St. Odiliënberg (ƒ58,20), grondbelasting in Vlodrop (ƒ2,25), over 9½ maanden gemeentebelasting aan de gemeente St. Odiliënberg ƒ 16,89. Verder weg gelegen: brouwer Mares te Maastricht (ƒ22), laarzenmaker Susterein te Maastricht voor geleverde schoenen à ƒ10, Hankin te Luik (dertien franken en vijfentwintig centimen) (ƒ6,26), terwijl Beekmans uit Roermond nog recht had op ƒ41,95 voor de levering van vier jonge varkens op Hoosden.
130 Ibidem, blad 8.
131 Vgl. HVR-Museum, [kopie] ‘Kaartenboek’ van P.F. Heijligers anno 1775 [pag. 53-54]: ‘Fig 32. Een Broek met Elsen hout beplant gelegen aan den Pasbergh beijde de Zeijde met een voorhooft ’t Huys Overen en ‘t ander voorhooft de Paters Jesuiten groot 4 morgen 3 veerdel 32½ roede.’
132 RHCL, Familie-archief Geradts-Regout, Correspondentie generaal J.J.L. van den Broeck, fragment uit een brief van Ida van den Broeck-Janssens [Hoosden, le 5. Mars 1834] aan generaal Van den Broeck.
133 RHCL, Familie-archief Geradts-Regout, Correspondentie generaal J.J.L. van den Broeck, brief vanuit Antwerpen op 5 april 1835 aan zijn stiefdochter Caroline de Leissègues.
134 GAR, Notariële Archieven, F.W. Milliard, 11 juni 1835/175 op Hoosden met Hendrik van der Velden en Pieter Mulders uit Berg als getuigen, maar zonder aanwezigheid van Van den Broeck.
135 GAR, Bevolkingsregister Berg.
136 Centraal Bureau voor Genealogie Den Haag, Volkstelling Sint Odiliënberg 1840.
137 GAR, W. van Mulken, Inventaris van de archieven der gemeente St. Odiliënberg 1806-1939 met een bijdrage van J.G.H. Hendriks (Maastricht 1990) 14.
138 Priorij Thabor te Berg, ‘Overlijdensregister parochie Sint Odiliënberg 1840-1873’: 15 febr. 1860.
139 Op woensdag 13 mei 1872 liet Anna Catharina Sliepen-Gotzen notaris Corbey uit Berg de huismeubelen en akkergereedschappen in het openbaar veilen [VOV van 4 en 11 mei 1872]. Op 1 juli volgden de staande gewassen in het veld: ruim 2.60 bunders rogge, 0.86 aan haver, 0.37.06 aan aardappelen en 0.49 aan serradella.  Op een perceel van 0.66 werden tarwe, aardappelen, haver en klaver geteeld. Ook in de tuin stonden aardappelen [VOV van 22 en 29 juni 1872]. Anna kwam op 2 febr. 1881 te overlijden. Een zoon zette het ouderlijk bedrijf voort totdat J. Sliepen en kinderen op 27 febr. 1905 thuis te koop aanboden: ‘Een jonge dragende koe, koekar en -tuig, 30 hennen, eene partij stroo, gromet, aardappelen, karotten en wortelen en verder alle huismeubelen, akker- en schuurgereedschap’ [NKO van 11 febr. 1905]. Op 20 maart 1905 volgde in de herberg van Johan Poels de openbare verkoop van een huis en 13 are bouwland op verzoek van B. Sliepen [NKO van 4 maart 1905].
140 Slangen, ‘Posberg’, 63 noot 30 aldaar.
141 Correspondentie generaal J.J.L. van den Broeck, ongedateerde brief vanuit Hoosden aan zijn stiefdochter Caroline de Leissègues.
142 GAR, Notariële Archieven F.W. Milliard 14 okt. 1844/206.
143 Provinciaal verslag in Nederlandsche Staatscourant van 8 juli 1846, 28ste bijvoegsel, nº 160.
144 ‘Broederschap van den Heiligen Ambrosius in de parochie van Sint Odiliënberg’ (z.p. december 1994) 3. Zij werd opgericht op 7 december 1856.
145 GAR, Burgerlijke Stand Sint Odiliënberg: Overlijdensakte van Anna Catharina Meerten, oud 77 jaar, ‘weduwe in eerste huwelijk van Jacob Slangen en in tweede van Franciscus Aben’ op 27 januari 1847, no. 6 door Wiro Maessen. In de memorie van aangifte (Sint Odiliënberg, 24 mei 1847). In de akte van burgemeester Maessen figureren: 1. zoon Herman Slangen, pachter op Posberg, getrouwd met Elisabeth Maessen; 2. dochter Elisabeth Slangen, gehuwd met Peter Heinsberg, dagloners in Roosteren; 3. dochter Anna Maria Slangen, gehuwd met Martijn Tholen, dagloners in Roosteren; 4. dochter Cornelia Slangen, gehuwd met Willem Smeets, gepensioneerd militair en 5. Jan de Loo, namens zijn vrouw Margaretha Aben (dochter uit het tweede huwelijk), dagloners in Echt. Anna Catharina liet haar kinderen die niet konden schrijven, een perceel bouwland na van ‘8 roeden 75 ellen’ in Echt [‘Memorie van Aangifte der nalatenschap van wijlen Anna Catharina Meerten, overleden te St. Odiliënberg den 27 januari 1847’; met dank aan L. Wolters, Rosmalen].
146 GAR, Notariële Archieven, ‘Memorie van aangiften der nalatenschap van wijlen Elisabeth Maessen overleden te St. Odiliënberg den 3 maart 1855.’
147 Hun eerste, voorechtelijke kind was levenloos geboren op 2 jan. 1859; op 14 jan. van dat jaar trouwden zij in Linne.
148 GAR, ‘Memorie van aangifte der nalatenschap van wijlen Hermanus Slangen overleden te St. Odiliënberg den 3 October 1873’, waarin de weduwe Margaretha Slangen-Wolters optrad als voogdes van drie minderjarige kinderen: Joannes, Cecilia en Catharina Slangen, alle drie geboren op Posberg. Evenals Hermanus was Margaretha niet bij machte te lezen en te schrijven. Eerder, op 18 jan. 1862, was opnieuw een levenloos dochtertje geboren.
149 Zie Schoenmakers, ‘Genealogie van de familie Slangen in de Roerstreek.’ Een latere bewerking is van de hand van Jo Smeets in Roerstreek Cahier 101 (Sint Odiliënberg 1999).
150 ‘Posberg revisited’, i.h.b. 49-54.
151 GAR, Notariële akten, F.W. Milliard [1863/2], pachtcontract tussen mr. H.H. Geradts en M.C.C. de Leissègues uit Den Haag en H. Slangen en M. Wolters, wonende op de ‘Groenenberg’, van 3 jan. 1863.
152 ‘Posberg, pachthoeve van generaal Van den Broeck en de familie Geradts,’ Roerstreek 31 (1999) [51-63] 55.
153 Onder artikel 2 van het pachtcontract van 3 januari 1863 staat tussen haakjes aangetekend: ‘vier en twintig malders een vat, het malder tegen één honderd zeventien nederlandsche ponden’ rogge; ‘drie malders een vat, het malder tegen vijf en negentig nederlandsche ponden’ gerst en ‘een en twintig malders, het malder tegen honderd nederlandsche ponden’ boekweit en ‘het al tellende voor het gewigt dat in den koophandel wordt aangenomen’.
Ik heb mij het hoofd gebroken over die Nederlandse ponden, omdat de prijzen van St. Andries Effractie op kilogrammen zijn gebaseerd. (Nederlandse) Ponden moeten als kilo’s worden gelezen. Daarbij voelde ik mij gesterkt door de omrekening van de Roermondse inhoudsmaten en gewichten door Gijs van Bree in diens inleiding op de Res Gestae Nrs. 1 – 1902. Regesten van Roermond van akten betreffende Roermond en omgeving [over de periode] 853-1574 (Roermond 1987) pag. IX en X. Vervolgens heb ik de proef op de som genomen door de pachten in natura van Klein Hoosden om te rekenen naar de St. Andries effractie van 1867. De eindbedragen daarvan weken niet erg af van de bedragen die staan opgetekend in deze akte onder de handtekeningen. Die constatering gaf de burger moed om op gelijke wijze ook de pachten van Posberg en Mortelshof om te rekenen.
Ervan uitgaande dat een Roermondse malder bestaat uit zes vaten [vergelijk G.W.G. van Bree, ‘De ambachtsgilden van Roermond tot 1795’, Spiegel van Roermond 1993 [15-52] Roermondse inhoudsmaten op p. 22] heb ik de hoeveelheden omgerekend naar kilogrammen. De voorkeur van de verpachters ging uit naar uitbetaling in klinkende munt, ‘volgens en berekend naar de effractie der stad Roermond,’ maar zij kon bij tijdige aankondiging ook (gedeeltelijk) in natura worden voldaan.
Overigens zijn de pachtcontracten van 1844 en 1863 nagenoeg identiek aan elkaar. Heel anders en meer gedetailleerd is het pachtcontract van ‘Klein Hoosden’ dat dezelfde nieuwe eigenaren sloten met Jacob Bergh uit Berg (opvolger van Peter Coenen) en naar alle waarschijnlijkheid pachterszoon van Hendrik Bergh pachter van Steenhuis in Lerop) eind oktober 1857 amper een maand na het overlijden van Van den Broeck. ‘Klein Hoosden’ omvatte toentertijd bijna 20 bunders tegen een jaarlijks pacht van 1º 46 mudden, 93 koppen en negen maatjes rogge; 36 mudden, 23 koppen en vier maatjes gerst en tien mudden 70 koppen en vijf maatjes boekweit ‘in goede, harde, drooge en welgewande granen, waartegen in koopmans handel niets te zeggen valt’ en 2º ƒ257 voor ‘huishuur en weigeld’, alsmede ‘25 nederlandsche ponden goede herfstboter en 3 paar kiekens’. In de marge staat geschreven: 28 malder 3 vaten rogge, 22 malder gerst en 6 malder drie vaten boekweit. Opmerkelijk is artikel drie dat de nieuwe pachter voorschrijft tenminste twaalf stuks hoornvee en 25 schapen in de winter (en 50 in de zomer) erop na te houden, als ook het paard en de jachthonden van de verpachter te verzorgen, maar pachter Bergh komt dan ook direct naast de eigenaar op Hoosden te wonen. Onder de handtekeningen van deze akte staan de volgende bedragen: voor rogge ƒ477,37, gerst ƒ272,84, boekweit ƒ80,50, huishuur ƒ257 en lasten ƒ96, aan totale pacht ƒ1.183,71 [GAR, Notariële archieven, F.W. Milliard, ‘pacht-contract’ 1857 – Nº 159 van 24 okt. 1859].    
154 J. Philips, ‘De landbouw in een statische maatschappij, 1815-1875’, in J. Philips (e.a.) Geschiedenis van de landbouw in Limburg 1750-1914 (Assen 1965) [110-207] 119.
155 J.M. Hubert Slangen trouwde op 10 okt. 1859 in de kerk van Berg met zijn buurmeisje Gertrudis Kruijtzer om te gaan inwonen op Mortelshof. Vanaf dat moment woonden er negen personen op Mortelshof (‘Heide 154’): L. Kruijtzer, M.C. Kruijtzer-Wijck, Gertrudis Slangen-Kruijtzer, Hendrik Kruijtzer, schoonzoon Hubert Slangen, dienstbode M.C. Wolters en drie knechten: Jozef Zwol, Peter Mans en J.C. Sampers. 
156 Maria H.A. (1861), Margaretha H. (1862), Anna C.E. (1864) en Lodewijk H. Slangen (1865).
157 GHS Beesel, Reuver, Archief dorpsbestuur, inv.nr. 230; eveneens gepubliceerd in De Zeumer 1996, 4.
158 RHCL, Familiearchief Michiels van Kessenich, inv.nr. 1080: Stukken betreffende de cultuur van vruchtbomen op Waterloo en Heidenheim te Beesel: (concept) Voorwaarden bij verpachting van Heidenheim in Beesel.
159 Philips, ‘De landbouw in een statische maatschappij, 1815-1875’, 152.
160 Gerh. Krekelberg, ‘Het oude dorpsleven om Roermond in Midden-Limburg. Het leven der Limburgsche moeder op het land,’ NKO 14 aug. 1936.
161 ‘De viering der octaven’, NKO 2 aug. 1902; Gerh. Krekelberg, ‘Heilige dagen bij de weerprofetie en in volksgebruiken’ [NKO 25 jan. 1931].
162 KB, Binnenlandsche Berigten van 15 jan. 1874.
163 G.C.P. Linssen, Verandering en verschuiving. Industriële ontwikkeling naar bedrijfstak in Midden- en Noord-Limburg, 1839-1914 (Tilburg 1969) 315: ‘Roermond kende het bedrijf der Weduwe Spielmans, bestaande uit een branderij en brouwerij, waarin elk 2 knechts werkten voor een loon van ƒ4,50 per week.’
164 GAR, Maas- en Roerbode van 5 jan. 1867.
165 GAR, Notariële akten, F.W. Milliard, inventarisatie van de boedel van de familie Spielmans op 16 dec. 1868/ nº 181. De veestapel (nrs. 167-169) vertegenwoordigde een waarde van ƒ780, de werktuigen en reismiddelen (nrs. 176-179) werden getaxeerd op ƒ312.
166 Kadaster Sint Odiliënberg, sectie B, art. 646. Hubert Slangen blijkt al in 1864 (drie jaar voor zijn vertrek van Mortelshof) een huis aan de Hoofdstraat (‘Dorp 120’) van de metselaar Hendrik Geenen te hebben aangekocht.
167 GAR, Notariële akten, F.W. Milliard, 1867/ 23, pachtcontract voor de verpachting van Mortelshof op 15 maart 1867.
168 Gemeentehuis Maasgouw, Archief gemeente Linne, inv.nr 815, ‘Kohier der hand- en spandiensten’ in 1852 en in 1864.
169 Punders of ponders zijn ofwel weegtoestellen als unsters, ofwel lange palen waarmee met behulp van touwen een vracht hooi of stro kan worden bijeengehouden.
170 GAR, De Volksvriend (VOV) van 2 maart 1867, 4.
171 Philips, ‘landbouw in een statische maatschappij’, 194. Hij heeft deze gegevens ontleend aan ‘Verslag van den toestand van het hertogdom Limburg, 1854 en 1874’.
172 Deze verklaring van de ‘Medische politie van de Commissaris des Konings in het hertogdom Limburg’ is opgenomen bij de akte van verkoop van notaris F.W. Milliard op 19 maart 1867 op Spielmanshof [GAR, Notariële archieven, F.W. Milliard, 12.522, nº 25].
173 Gereconstrueerd uit de acht pagina’s tellende akte van de openbare veiling op Mortelshof op 19 maart 1867: GAR, Notariële archieven, F.W. Milliard, 12.522, nº 25.
174 Jacob Cuijpers kocht 42 nummers: 13, 30, 64, 65, 76, 81, 82, 89, 95, 111, 140, 149, 157, 158, 159, 166, 169, 172, 173, 175, 180, 182, 184, 186, 188, 192, 196, 197, 198, 202, 205, 207, 212, 221, 222, 223, 224, 249, 254, 256, 259 en 261. Daarin is niet eens meegeteld het schaap (nº 242) dat hij samen met Thomas Wassen, getrouwd met een zus van zijn vrouw Elisabeth Biermans – de latere pachters van de Kloosterhof onder Maasniel (eigendom van de papierfabrikant Victor Burghoff) – heeft gekocht voor ƒ16. 
175 Hubert Slangen nam vijftien koopnummers voor zijn rekening: 2, 19, 22, 26, 37, 50, 55, 58, 61, 66, 83, 84, 86, 100 en 104.
176 Jaak Slangen, Graeterhof. Van pachthoeve tot villa blanca (1463-2003) [Swalmen 2004], 107-108.
177 ‘Posberg revisited’, 54.
178 Op de kamer van de dienstmeiden op de eerste verdieping van het huis van de familie Spielmans aan de
Neerstraat bevonden zich naast twee ledikanten en beddengoed voor twee dienstboden op dat moment ook twee ledikanten met toebehoren voor dienstknechten [GAR, Notariële archieven, F.W. Milliard, 16-12-1869/181: inventaris bezittingen familie Spielmans, nr. 152].
179 GAR, Notariële archieven, F.W. Milliard, minuut van 16 dec. 1869, nº 181: beschrijving van de inventaris en gemeenschap van goederen van het echtpaar Spielmans op de Neerstraat, nº 191, waarin Roermond nog als Kruijtzers woonplaats wordt aangeduid.
180 GAR, ‘Memorie van aangifte der nalatenschap van wijlen Leonard Kruijtzer, overleden te Sint Odiliënberg den 16 September 1873.’ Leonard liet aan zijn vier nog levende kinderen: Jan Matthias, ‘hoofdonderwijzer te St. Odiliënberg’, Theodoor, ‘herbergier te Roermond’, Hendrik, ‘dienstknecht te Ophoven (B)’, Gertrudis, vrouw van Hubert Slangen, ‘herbergier’ te Berg, en aan landbouwer Mathijs Vaessen (weduwnaar van Maria Kruijtzer) een huis, tuin en bouwland (sectie C 188-189-190) na. Het ‘Boek Overlijden 1840-1873’ van de kerk van Berg vermeldt als zijn overlijdensdatum: 16 sept. 1873.
181 GAR, ‘Memorie der aangifte van wijlen Hermanus Slangen overleden te St. Odiliënberg den 3 October 1873’.
182 VOV, 3 – 28 maart 1874; VOV, 3 – 4 april 1874; MAR, 3 – 28 maart 1874 en MAR, 4 – 4 apr. 1874.
183 Slangen, ‘Posberg revisited’, 49-53.
184 GAR, Notariële archieven, F.W. Milliard, 16 dec. 1868/181: inventaris bezittingen familie Spielmans, de nrs. 109 en 110.
185 RHCL Maastricht, Notariële archieven 09.009 Corbey 8863 – 1874/57.
186 Mathias Brouns en Jan Klei(n)hans uit Berg, Peter Jeurissen veldwachter in Posterholt, Adolph Deelen en Antoon Knoops, veldwachters te Melick en Hubert Roemen veldwachter uit Montfort.
187 Veenman’s Agrarische Winkler Prins: ‘tuieren’, 564.
188 Ibidem. De acht nazaten van Hermanus Slangen kochten de volgende zaken aan:
Hendrik Slangen (107 items van de 416), totaal uitgegeven: ƒ784.
1. ijzeren bol 0,35 + hekschaar 1,40 + ‘bijtel’ 0,90 + flumpendoos 0,20 + zes schilderijen 2,50 + korf 0,80 + twee oude stoelen 1,60 + twee roompotten 4,10 + ketel 1,40 + emmer 0,70 = ƒ13,95.
2. zes potten 0,25 + zes lepels 0,55 + koekenpan 0,70 + tinnen schotel 1,40 + twee borden en grote lepels 2,40 + marmiet 0,80 + kap 1,90 + vijf bundels vlas voor 8,80 =ƒ16,80.
3. boterstand en kuip 0,80 + olievat 0,50 + zaaikorf 0,50 + aardappelenploeg 0,10 + twee tuers 0,20 + kleine kast 4,00 + ronde tafel 7,00 + twee potten honing 5,00 + honington 2,80 + mooi 4,00 =ƒ24,90. 
4. uittrektafel 3,00 + ledikant 10,75 + ledikant en planken 0,50 + drie stenen varkenstroggen 7,30 + ledikant 0,70 + bak 0,10 + bak 0,70 + schaapsbak 0,60 + glasraam en kaar 2,50 + bijenschop 7,25 + drie tonnen met ingemaakt 14,60 + ijzeren ketel 8,00 = ƒ56,60.
5. een koop aardappelen 5,20 + ‘ligthout’ 0,30 + vershout 0,30 + twee braken 1,70 + dubbele ploeg 14,00 + ploeg 10,00 + corens en slang 0,50 + bindtouw 2,30 + zadel 1,00 + ‘ligtriem’ 30,00 + vaarkussen 0,30 + vaarkussen 3,50 + haam 0,35 + koppelijzer 0,20 + roskamp 0,80 = ƒ70,45.
6. hekselkist 1,00 + twee varkens 31,00 + zwarte koe 110 + roodbonte koe 120 + een zwarte koe 165 + zwart rund 45 = ƒ473.
7. vijftien ooien en 16 lammeren = ƒ319,50 + 1 bok = ƒ24,00 + tien hamels = ƒ117,50.
8. schaapshond 5,00 + zes kippen 5,30 + kippenkorf 0,50 =ƒ10,80.
Hubert Slangen (35 items) – ƒ257,10. Twee schaapscharen 0,60 + haspel 0,50 + twee oude stoelen 0,80 + ‘koffijpot’ 2,10 + marmiet 2,00 + karaf en zes glazen 0,40 + porseleinen servies 4,50 + kettingen 1,50 + heizicht (samen met Joseph Cuijpers uit Berkelaer Echt) 3,00 + hekselmes 1,40 + hak 0,20 + reester 0,30 + bank 1,00 + honington 2,90 + tafel 2,00 + twee bijenvolk in twee karen 4,00 + drie karen 0,50 + ‘fournuis’ 5,60 + ploeghaam 0,70 + houtschemelen 3,00 + raderploeg 8,00 + Brabantsche ploeg 1,20 + vier eggen 8,30 + kar ƒ100 + vliegennet 0,40 + hulsel 1,00 + haam 7,25 + zadel 10,25 + achterhaam 4,25 + een haam 0,45 + roodbont rund 70,00 + wit kalf 9,00.
Jacob Slangen (8 items) – ƒ17,55. Vier oude stoelen 2,70 + reek en tuer 0,10 + bak 0,20 + ladder 0,35 + vliegennet 0,30 + een hamel 12,00 + een haan 1,90.
Peter Slangen: een heizicht voor ƒ3.
Maria Slangen: lage kast voor ƒ16.
Willem Linssen (25 items) – ƒ95,35. Een breemheep voor 0,15 + drie ketels voor 0,75 + kinderstoeltje en bak voor 0,10 + oliekruik 0,30 + spiegel voor 0,10 + twee oude stoelen 0,15 + twee tinnen borden 0,90 + ijzeren ketel 0,25 + zes borden 0,45 + vijf bundels vlas voor 8,60 + ton 0,40 + koeketel 0,50 + reek 1,10 + gaffel en riek 0,40 + zestien ‘canada’s planken’ voor ƒ5,70 + een bijenkaar 0,10 + zwart rund voor ƒ45 + een stiertje (samen met Lambert te Paarlo) voor ƒ30 + een emmer voor 0,40.
Wiro Sampers (6 items) – ƒ2,15. Watermoor 0,15 + spuit 0,80 + stapel 0,10 + hak 0,20 + reek 0,30 + een emmer 0,60.
Weduwe Margaretha Wolters (9 kopen) – ƒ38,40. Kapstok 0,30 + spoel 2,20 + ‘botertijl’ 1,40 + komp 0,20 + klok voor 1,50 + tafel met lade 1,00 + ‘koffijmolen’ 0,10 + kruikar 1,70 + een vet varken voor ƒ 30.
189 Mathies Veelen, landbouwer in de Pitskamp (Pitskontj) in de gemeente Linne, bezat een lemen huisje met tuin en akkerland ter grootte van 1 ha. 16.75 are aan de Maxsteeg naast de Gulickerweg, waarvoor hij een hypothecaire lening had afgesloten van ƒ600 bij notaris C. Corbey begin 1870. Hij had dit gekocht van Hubert Frencken, timmerman uit Melick en zijn vrouw Sophia Puts, weduwe van Hendrik van der Loo. Op een kaart van de ‘Staat der Buurtwegen Linne’ uit 1880 staat het huisje aangegeven [Gemeentearchief Linne inv.nr. 1393 (staat) en inv.nr. 1394 (kaart)]. Volgens Tjeu Veelen, een van de nazaten, waren de afmetingen van huisje, schuur en stal niet groter dan 17,7 x 7,6 m. Veelen pachtte in 1882 nog ruim 5 morgen grond van de kerk van Berg op het Hoosderveld voor ƒ55. Op 11 jan. 1887 verkocht Veelen huis en haard, akkers en hei, inclusief twee akkertjes in Berg aan mej. Marie Louise A. Geradts (ongehuwde dochter van mr. H.H. Geradts) voor ƒ800 [RHCL. Familiearchief Erven Geradts-Regout]. Daarmee kon de familie Geradts de Maxsteeg privatiseren. Veelen verhuisde met zijn gezin van 10 kinderen naar de Auwenhof (Aldenhof) te Echt, aan de Akerstraat op de grens met Posterholt, waar hij tevens een herberg exploiteerde [met dank aan M.J. Veelen te Posterholt].
190 Bij het totaal van de veiling ƒ2.693,65 zit een margeverschil van ƒ25,80 met de officiële opbrengst van ƒ2.719,45.
191 GAR, Notariële archieven, ‘Memorie van aangifte der nalatenschap van wijlen Hermanus Slangen overleden te St. Odiliënberg den 3 October 1873’ op 10 april 1874
192 Kadaster St. Odiliënberg, sectie C, art. 646, ‘Dorp no. 120.’
193 GAR, VOV van 16 juli 1881. In het bericht wordt een A. [=H.?] Slangen genoemd. Onduidelijk is of het slachtoffer hier Hubert Slangen van ‘Dorp 120’ betreft, dan wel Peter Slangen van ‘Dorp 70’. In het Nieuws van den Dag van 14 juli 1881 wordt melding gemaakt van de ‘herbergier H. Slangen’ en de ‘landbouwersknecht J.M.’
194 GAR, MAR van 16 juli 1881. Ook van dit incident nam het Leidsch Dagblad een bericht in de kolommen op met als herbergier: ‘A. Slangen’ en als dader een ‘zekere J. Jorissen’ [Regionaal Archief Leiden, LD van juli 1881].
195 ‘Moord te St. Odiliënberg’, De Nieuwe Koerier van 10 juli 1906. Vgl. Jaak Slangen, Dao is nooit euver gekald gewaore. De familie Peters honderd jaar op de eeuwenoude Munnichshof (Zetten 2011), 14-15. Jaak Slangen, ‘Minus uit Munniksbosch had het hem geflikt,’ De Klepper, Kwartaalblad Heemkunde Roerstreek 43ste jrg – nummer 3 – oktober 2011, pag. 25-30. Voor latere correcties en aanvullingen: Chris Roemen en Dilia Moos-Roemen, ‘Slegter Drikus en Berg rondom 1900’, De Klepper, 44ste jrg – apr. 2012, pag. 27-32.
196 GAR, Notariële archieven, Reg. I.N.er 4/2019, ‘Memorie van aangifte der nalatenschap van wijlen Jan Hubert Slangen, overleden 28 januari 1887 te St. Odiliënberg’ op 10 juni 1887.
197 Aankondiging van de openbare verkoop voor woensdag 13 dec. 1905 ‘ten sterfhuize van weduwe Slangen’ alsmede de ‘oproeping’ onder supervisie van notaris E. Strens in De Nieuwe Koerier van 18 nov. 1905.
198 GAR, Notariële archieven E. Strens 192/nº4175 – openbare verkoop voor de erven van weduwe Slangen-Kruijtzer op woensdag 13 dec. 1905. Zie ook: GAR, Memorie van Successie [MvS], Gertrudis Kruijtzer [5/7590] saldo ƒ2.750 te verdelen over 7 (schoon)kinderen: Theodoor Valkenberg, kleermaker te Roermond, gehuwd met Maria Slangen; Jan van Helden, landbouwer te Herten, gehuwd met Margaretha Slangen; Catharina Slangen zonder beroep in Berg; Leo Slangen, landbouwer aldaar; Arnold Ridderbeckx, koffiehuishouder in Berg, gehuwd met Elisabeth Slangen; Mathieu Slangen, landbouwer in Berg; Aldegonda Slangen, zonder beroep, aldaar, tevens zich sterk makende en instaande voor: Louis Slangen, landbouwer te Daelenbroeck Rhein in Pruisen; Hendrik Slangen, landbouwer te Dr??? in Pruisen, en Jan Slangen, slager te Antwerpen, ieder 1/10 gedeelte van zuiver saldo: A. helft van huis, tuin en bouwland in Berg (sectie C 387 B 918 – 34 are 10 ca. en B. 5 lapjes grond – totaal 1 ha 78a 75 ca (sectie C 1546; B 102; C 1314, 1589 en 1315).
199 Advertentie in De Nieuwe Koerier van 16 en 23 juni 1905 onder toeziend oog van notaris E. Strens.
200 Leidsch Dagblad (3) van 29 juli 1875. Ook bericht in Nieuws van den Dag van 28 juli 1875. Uitvoeriger is het bericht (ontleend aan Maas- en Roerbode) in Algemeen Handelsblad van 29 juli 1875.
201 Jos Habets, ‘Cronijkje van het Hertogdom Limburg sedert MDCCCXXX,’ deel 6 in De Maasgouw (jrg. 96) – 1977 [11-122] 119.
202 Mededeling in brief van Jacq. Slangen van 14 apr. 1996 aan de auteur. Eerder al had Jacq. Slangen dit verhaal opgedist in zijn brief van 13 juni 1991 aan de Kanunnikessen van het H. Graf in Berg. Vgl. ook In Lumine tuo. Honderd jaar Kanunnikessen van het Heilig Graf in Sint Odiliënberg 1888-1988 (Sint-Odiliënberg 1989), 95 noot 38.
203 Advertentie in MAR van 8 apr. 1876.
204 GAR, Notaris Corbey in Berg, ‘Suppletoire memorie van aangifte der nalatenschap van wijlen Joannes Jacobus Vosdellen, overleden te St. Odiliënberg den 16 Mei 1879’ op 23 nov. 1880. In deze akte wordt een testamentaire deling vermeld op 20 juli 1876.
205 Openbare verkoop van vee door notaris Linssen uit Echt op dinsdag 4 januari 1876 op verzoek van Hendrik Slangen op pachthoeve Boschberg [MAR, 4 – 1 jan. 1876].
206 RHCL Maastricht, Notariële Archieven 09.008 L. Linssen 8116 – 1876/2.
207 Kadaster Sint Odiliënberg, Sectie C 122, 123. Huis en tuin zouden in 1882 weer verkocht zijn: nr. 1188.
208 GAR, ‘Memorie van aangifte der nalatenschap van wijle Margaretha Wolters overleden den 14 Januarij 1882 te S. Odiliënberg’ van 24 sept. 1882. 
209 Advertentie van notaris Corbeij in MAR van 1 juli 1882. Geen van de zes perceeltjes was groter dan 30 are. Op drie akkertjes stond rogge (in het ‘Hoosterveld’, tegen de ‘Zantiskoel’ en aan ‘’t Sittertswegske’), twee met haver (aan ‘’t Sitterswegske,’ tegen de ‘Zantiskoel’) en op een stonden ‘philipinen’ (tegen de ‘Zantiskoel’).
210 GAR, ‘Memorie van aangifte der nalatenschap van wijlen Vrouwe Maria Charlotte Cornelia de Leissègues, overleden ten huize Hoosden te St. Odiliënberg den 26 Maart 1879’. Voor een samenvatting hiervan: Slangen, ‘Posberg’, pag. 63 noot 39.
211 Van 28 april 1876 dateert het huwelijkscontract van Antoon H. Reijnders te St. Odiliënberg met M. Beckers te Maasbracht [GAR, Notarieel archief F.W. Milliard 1876/74]. Zijn installatie als burgemeester vond plaats op donderdag 7 juni 1894 blijkens bericht in De Nieuwe Koerier van 9 juni 1894.
212 GAR, ‘Memorie van aangifte der nalatenschap van den heer Mr. Hendrik Herman Hubert Geradts, overleden te St. Odiliënberg den 22 July 1886’ [notaris Linssen, Roermond 22 jan. 1887]. Uiteraard viel er na een eerdere boedelscheiding in 1879 minder te verdelen. Zijn begrafenis had ƒ774,22 gekost. Onder enkele posten vielen moeilijk inbare pachtvordering en leningen. Ook stond nog achterstallig loon open voor twee dienstknechten en drie dienstboden (onder wie Margaretha Slangen) op Hoosden ten bedrage van ƒ477,60. Zie voorts: Slangen, ‘Bij het verscheiden van een vooraanstaand magistraat’ 202 en 204, noot 39.
213 Bij testamentaire beschikking van 22 dec. 1905 schonk Maria Louisa Arnoldina Geradts haar petekind, Maria Reijnders, dochter van Antoon Reijnders, burgemeester van Berg, de lieve som van ƒ1.000 [RHCL, Familie-archief Geradts-Regout].
214 Catalogus van de Groote Landbouwtentoonstelling, te houden 15, 16, 17 Juni 1909 te Roermond (Roermond 1909) 16.
215 ‘Publieke verkoop van Meubelen, Vee en landbouwgereedschap ter Hoeve “Postberg” te St. Odiliënberg: ‘Notaris Tijssen te St. Odiliënberg zal op Donderdag 2 april des vóórmiddags 10 ure, ten verzoeke van den Edelachtbaren Heer A.H. Reijnders, Burgemeester te St. Odiliënberg, wegens ophouden met het landbouwbedrijf ...” Advertentie in NMR van 7, 14, 21 en 28 maart 1914.
216 Kadaster Limburg Roermond; de aanwezigheid van deze boerderij werd eerste in 1865 door de dienst geconstateerd. Zie voor de negentiende-eeuwse geschiedenis van ‘In de Fransschen Hof’ het artikel van Jan Ruiten, ‘Lerop (1)’, HVR Jaarboek 1996 [120-152], 152. Gemeente Roerdalen, ‘Bevolkingsregister Sint Odiliënberg 1862-1880, Lerop 27’: H.H. Slangen was op 12 mei 1871 van Posberg naar Maasbracht verhuisd om in 1882 – of zoveel eerder – terug te keren in Berg op deze pachthoeve in het Leropperveld.
217 Bericht onder hoofdjes: ‘Provinciaal Nieuws’ en ‘Lerop’ in NKO van 25 jan. 1895.
218 Vgl. advertenties in NKO van 20 juli 1899 en 2 aug. 1913.
219 Kadaster Limburg Roermond; in 1901 werd deze boerderij aan weerszijden uitgebreid; in 1904 volgde een uitbouw aan de achterzijde. Na verwoesting als gevolg van oorlogshandelingen werd in 1948 de wederopbouw gerealiseerd, om in de jaren negentig van de vorige eeuw helemaal te worden vernieuwd. 
220 Mededeling van Jacq. Slangen in zijn brief van 14 april 1996 aan de auteur.
221 GAR, ‘Memorie van aangifte der nalatenschap van wijlen [Anna] Catharina Cloudt den 19 December 1886 te St. Odiliënberg overleden’ op 14 juni 1887.
222 De deling van roerende en onroerende goederen tussen moeder en haar vier kinderen Spielmans kreeg op 21 mei 1870 officieel haar beslag [GAR, Notariële archieven F.W. Milliard 21 mei 1870/52].
223 Advertentie in MAR van 5 jan. 1867: ‘Uit de hand te pachten, met Paschen 1867 te aanvaarden: een goeden pachthof, genaamd Spielmanshof ...’
224 Voor de verpachting van ‘Klein Hoosden’ (20 bunder) aan J. Berg(h) en H. Berg(h)-Geenen dienden de pachters jaarlijks met Pasen onder meer aan ‘huishuur en weigeld’ ƒ257 te betalen [GAR, Notariële akten, F.W. Milliard, pachtcontract van 24 okt. 1857/159]. Hermanus Slangen op Posberg diende zijn pacht te voldoen in natura: rogge, gerst en boekweit. Desgewenst kon een deel van de pacht na omrekening naar de effractie van Roermond in geld worden uitbetaald, mits tijdig kenbaar gemaakt [GAR, Notariële archieven, F.W. Milliard, pachtcontract van 3 jan. 1863/2].
225 GAR, Notariële archieven, F.W. Milliard, 1867/23, pachtcontract voor de verpachting van Mortelshof op 15 maart 1867, art. 3.
226 ‘Tichtgeld’ moet een verschrijving zijn van ‘tochtgeld’ [met dank aan mr. M. Richter uit Linne].
227 ‘De Magistraat van Roermond gaf ieder jaar een officiële publicatie uit waarin de gemiddelde graanprijzen van de Roermondse markt in de week voor en na St. Andriesdag, 30 november, onder de naam ‘Effracties’ werden bekend gemaakt. Een dergelijk gebruik was ook in andere steden in het Maasland [...] bekend,’ aldus W. Roebroeck, Het land van Montfort, 312-318. Voorts W. Tijms, ‘De effractie van Sint Andries te Roermond (1599-1948),’ Studies over de sociaal-economische geschiedenis van Limburg XXXIV (Maastricht 1989), 112-163.
228 De openbare verpachting van 90 bunder heidegrond voor 40 à 52 jaren in het Vrijboord op 1 april 1859 staat vermeld in MAR van 2 april 1859. In de advertenties van de erven Spielmans om door een openbare veiling uit de onverdeeldheid te geraken staat onder nº 5 Mortelshof genoemd waarbij het pachtrecht tot april 1899 van 2.79 ha heidegrond van de gemeente Berg ook zal worden geveild [MAR van 3, 10 en 17 mei 1884].
229 Het eerste citaat is ontleend aan art. 2 van het pachtcontract van Klein Hoosden en het tweede uit dat van Posberg, tweede blad, art. 3.
230 Uitgaande van:

            1 malder rogge is 117 kg;             1 malder gerst is 95 kg;                1 malder boekweit is 100 kg
            1 vat rogge is 19½ kg;                 1 vat gerst is 15,83 kg;                 1 vat boekweit is 16 2/3 kg
            1 kop rogge is                            1 kop gerst is                             1 kop boekweit is
            4 x 0,8125 kg = 3.25 kg.              4 x 0,66 kg = 2.64 kg.                  4 x 0,69 = 2,76 kg.
Bij marktprijzen van de St. Andries Effractie voor 1867 tegen ‘wettige en loopende koers’: rogge 117 kg à ƒ16,94 – ƒ17,30; gerst 95 kg à ƒ12,04 – ƒ12,30 en boekweit 100 kg à ƒ11,06 – ƒ11,30.

Deelpachten op Klein Hoosden:     wettige koers      loopende koers
rogge:               ± 3.334½ kg       ƒ482,79            ƒ498,75                        
gerst:                     2.090 kg        ƒ264,81            ƒ270,10
boekweit:                   600 kg          ƒ71,89              ƒ73,45
--------               ---------
                                               ƒ819,49            ƒ842,30
Boter: 25 x ƒ0,92 = ƒ23 (een half pond boter kostte op de Roermondse markt van 14 dec. 1867: 46 centen)
Huishuur:          ƒ257
Belastingen:       ƒ96
Totaal pacht Klein Hoosden:         ƒ1.195,49          ƒ1.218,30

Deelpachten op Posberg:              wettige koers      loopende koers
rogge:               ±2.827½ kg;      ƒ409,38            ƒ418,-
gerst:                      300,8 kg         ƒ38,52              ƒ39,36
boekweit              2.1162/3 kg      ƒ123,87            ƒ137,36
                                               ----------             ----------
                                               ƒ571,77            ƒ595,22 
Boter: 25 x ƒ0,92 = ƒ23
Totaal pacht Posberg                   ƒ594,77            ƒ618,22

Deelpachten Mortelshof:              wettige koers      loopende koers
voerland
rogge                ±1.300 kg          ±ƒ188,04          ±ƒ192,03
gerst                 ±1.055 kg          ±ƒ133,64          ±ƒ136,55
winterland
rogge                ±2.126 kg          ±ƒ305,62          ±ƒ322,13
gerst                 ±1.726 kg          ±ƒ217,92          ±ƒ223,13
                                               -----------            ------------
                                               ±ƒ845,22          ±ƒ873,84
Tochtgeld:         ƒ150
Totaal pacht Mortelshof               ±ƒ995,22          ±ƒ1.023,84

231 J.L. van Zanden, De economische ontwikkeling van de Nederlandse Landbouw in de negentiende eeuw 1800-1914 (Utrecht 1985), 119. Loe Giesen voerde in de ‘Regesten 1870-1880’ enkele bedragen van verpachtingen op, zoals 1200 fr in 1874 voor Suydtwick Spick; ƒ475 voor de Voorhof in Montfort in 1874; ƒ875 voor de Elsenhof in Haelen in 1876; ƒ1.082,25 voor de Boshof in Maasbracht; de Baxhof in Swalmen voor jaarlijks ƒ1.300; de Staeterhof in Maasniel voor ƒ700 in 1880, terwijl voor de Sagershof van 11 ha in 1888 ƒ250 moest worden neergeteld.
232 GAR, Notariële archieven F.W. Milliard 1857/159: pachtcontract Klein Hoosden tussen mr. H.H.H. Geradts en J. Berg(h) en Hendrina Berg(h)-Geenen op 24 okt. 1857; pachtcontract Posberg tussen mr. H.H.H. Geradts en H. Slangen en Margaretha Slangen-Wolters op 3 jan. 1863 en idem 1867/23 pachtcontract Mortelshof tussen wed. Agnes Spielmans-Janssen en J. Cuijpers, Anna M. Cuijpers-Biermans en J.H. Cuijpers op 15 maart 1867.
233 Die gegevens vallen af te leiden uit de aankondiging van de openbare veiling in De Nieuwe Koerier van 26 febr. 1879.
234 MAR van 5 jan. 1867. Drie decennia later onder meer bij P.A. Timmermans op Steenhuis, waarbij de dekking 11 francs kostte. Advertentie in NKO van 4 nov. 1897.
235 Advertenties in de Maas- en Roerbode van 20 mei 1871.
236 Advertentie in MAR van 21 dec. 1872.
237 R. Theunissen, ‘Linne anno 1876’, Roerstreek 1987, 135-140.
238 De openbare veiling na het overlijden van deze pachter van Breewegshof in Linne werd uitgesmeerd over maar liefst drie dagen (22-24 maart 1880). Hij bezat 6 paarden, 12 koeien en 20 runderen, 14 ploegen waarvan twee ‘aardappelploegen’ en een ‘schoffelploeg’, als ook twaalf eggen. De advertentie is te vinden in MAR van 14 febr. 1880.
239 Aankondiging van publieke verkoop op Tonnedenhof in Melick op 17 februari 1880 staat in de edities van MAR van 7 en 14 febr. 1880.
240 Slangen, Dao is nooit euver gekald gewaore! 12. De opvolgende pachter Lambert Erkens bood op de boeldag van 21 febr. 1881 een ‘dorsmachien’ en wanmolen aan.
241 Een kwart eeuw later bevond zich in de nalatenschap van herbergierster weduwe Gertrudis Slangen-Kruijtzer zowel een hakselmachine als een dorsmachine, die voor ƒ30 en ƒ141 werden verkocht [GAR, Notariële archieven E. Strens – 1905/4175; Openbare verkoop van nalatenschap van weduwe Slangen-Kruijtzer op 13 dec. 1905].
242 Gemeentehuis Maasgouw, archief gemeente Linne inv.nr. 828, ‘Kohier der Hand- en spandiensten 1878.
243 ‘Klacht over het dágere in de herfst van 1822’, De Klepper (april 1997), 29-ste jrg, nr. 2), 16-17.
244 Gemeentehuis Maasgouw, archief gemeente Linne, ‘Kohier Hoofdelijke omslag’, inv.nr. 782 (1870) en inv.nr. 790 (1878). Vgl. R.J. Theunissen, ‘Standen en klassen in een Middenlimburgs Maasdorp: Linne 1860-1910’ (Amsterdam 1987) [doct. scriptie UvA], 33.
245 GAR, Notariële archieven, F.W. Milliard 12.573, nº 113 obligatie met hypotheek van ƒ1.500 op 10 juli 1875.
246 GAR, Notariële archieven, E.E.C. Gerrits, 18.8, nr. 51, obligatie met hypotheek van ƒ1.400 op 25 apr. 1877. Beide ‘akkerlieden wonende te Linne in de Heide’ hadden in ieder geval goede referenties: een (schoon-)broer Jozef Biermans was onderwijzer te Meerlo en een jongere (schoon-)zus Elisabeth Biermans was getrouwd met Thomas Wassen, beiden pachters op de Kloosterhof te Maasniel, toen nog eigendom van de papierfabrikant Victor Burghoff. Dit blijkt uit een rectificatie van een openbare verkoop op 22 april 1875 een maand later [GAR, Notariële archieven F.W. Milliard, 12.583, nr. 89 van 25 mei 1877].
247 H. de Vries, Landbouw en bevolking tijdens de agrarische depressie in Friesland (1878-1895) [dissertatie Wageningen 1971] wees op pag. 20 op het ‘gelijktijdig optreden van vier opeenvolgende rijke oogsten in Amerika en vier slechte oogsten in West-Europa (1877-1880)’, die nu ook nog eens vergezeld gingen van tegenvallende financiële resultaten, zodat de boeren ‘een aantal jaren achtereen zware verliezen leden.’
248 Begin 1878 adverteerde weduwe Spielmans enkel malen met: ‘Te pachten met 1 maart 1878 eene bouwhoeve grootte 25 of 30 hectaren, naar verkiezing. Adres Mej. Wed. Spielmans Neerstraat.’ in NVR van 9 en 12 jan. 1878. Ik heb niet kunnen achterhalen welke boerderij het betrof.
249 Het NVR van 24 apr. 1878 meldde een dagloon van A. Verheesen van 40 cent.
250 Een daalder, een zilveren muntstuk ter waarde van anderhalf à twee mark.
251 Zie ‘Lonen in 1871 door brouwersgezellen verdiend’ in Roermond, ontleend aan G.C.P. Linssen, Verandering en verschuiving. Industriële ontwikkeling naar bedrijfstak in Midden- en Noord-Limburg 1839-1914, 312. De lonen in Limburg bleven aanzienlijk achter op die in Duitsland en in het westen van Nederland.
252 Citaat ontleend aan de getuigenverklaring van Cornelia Verheesen voor het gerechtshof in Den Bosch op 20 juli 1878.
253 Advertenties in MAR van 6 juli, 13 juli en 20 juli 1878. Raadselachtig is de aankondiging eerder dat jaar van een te pachten, niet met name genoemde boerderij (naar keuze van 25 of 30 ha) per 1 maart van dat jaar bij dezelfde weduwe Spielmans in NVR van 9, 12 en 19 jan, 1878 (vgl. noot 246).
254 Een flinke groei in vergelijking met de opgave van 820 inwoners in Linne en 875 in Berg rond 1866, zoals aangegeven in J. Kuyper, Gemeente Atlas van de provincie Limburg 1869 [H. Suringar Leeuwarden z.j./reprint BV Foresta Groningen 1984).
255 De Maas- en Roerbode wijdde vijf artikelen aan de zaak in de edities van 27 april, 4 mei, 20 mei, 6 juli en 3 aug. 1878; De Limburger Courier vier artikelen op 24 april, 1 mei, 10 juli en 31 juli 1878.
256 Drie berichten in VOV van 4 mei, 6 juli en 3 aug. 1878.
257 Archief gemeente Linne, Kohier der hand- en spandiensten, nº 826 vermeldt 2 paarden. Cuijpers moest in 1876 met één paard acht karrendiensten verrichten. In 1877 en in 1878 [nº878] werd hij voor hetzelfde aangeslagen. De laatste dienst werd afgetekend op 12 dec. 1878. In het voorjaar van 1879 [nº 829] werd Mortelshof eenmaal overgeslagen. De nieuwe pachter, Jacob Slangen, had aanvankelijk nog maar de beschikking over één paard waarmee hij slechts drie karrendiensten hoefde te verrichten: de eerste maal op 31 mei, de tweede op 3 juni en de derde op 8 juni 1879. Hij moest met paard en kar naar Linne komen helemaal vanuit Paarlo waar hij toen nog woonde.
258 De Nieuwe Koerier van 26 febr. 1879.
259 GAR, Notariële archieven, I.F.H. Leclercq – 17.68/47; openbare veiling van de inboedel van J. Cuijpers op Mortelshof op 6 maart 1879.
260 Gemeente Maasgouw, Archief gemeente Linne, ‘Bevolkingsregister 1865-1885’, nº 1002, blad 22.
261 Eenzelfde oplossing koos H. Meuwissen, de pachter van Munnichshof in 1911, nadat enkele jaren eerder een van zijn zonen de slager en herbergier A.H. Roemen tijdens de kermis in Berg dodelijk had verwond, zoals we eerder hebben gezien. Meuwissen trok met zijn gezin naar het Belgische Kinrooy. Vgl. Slangen, Dao is nooit euver gekald gewaore! 14-15.
262 Vgl. het lemma van F. Hellinga, ‘Ontginnen’ in Veenman’s Agrarische Winkler Prins III, 155-156.
263 De lemmata in Veenman’s Agrarische Winkler Prins: ‘bodem’ [I, 404-410), ‘zandgrond’ (III, 7590) ‘slibhoudende gronden’ (III, 416), ‘leem’ en ‘leemgrond’ (II, 672), ‘klei’ (II, 530-532) en ten slotte ‘zavel’ (III, 760). De Nederlandse Algemene Keuringsdienst (NAK) classificeerde de grondsoort voor de pootaardappelen op Mortelshof als ‘lichtklei’ vanwege een afslibbaarheid > 20%.
264 Kadaster Limburg Roermond, Kadastrale legger 1848 met 17 kadastrale nummers: 857 t/m 860 (861 en 862 ontbreken) en 863 t/m 874. De totale oppervlakte komt uit op 38 ha 32 are en 54 centiare.
265 Grote Historische Provincie Atlas 1: 25 000 Limburg 1837-1844 (Wolters-Noordhoff Groningen 1992), 71.
266 Het lemma ‘haren’ in Veenman’s Agrarische Winkler Prins II, 319.
267 Th. Bloemers uit Beesel liet H. van Rens, de smid van het dorp, begin 1873 het volgende gereedschap maken (in centen en guldens): nieuwe tuinherk [tuinhark] 60, nieuwe herk [hark] 50, nieuwe krom [sikkel] 30, nieuwe schoufel [schoffel] 50, nieuwe stip [..?.] nieuwe schup [schop] 1,50, nieuwe steil in schup [houten steel in schop] 40 ...’ [RHCL Maastricht, Familiearchief Michiels van Kessenich inv.nr. 1081, kwitanties in jan. 1873 voor verrichte werkzaamheden op Waterloo en Heideheim door o.a. Theodoor Bloemers voor barones douairière Michiels van Kessenich].
268 J. Bieleman, Boeren in Nederland. Geschiedenis van de landbouw 1500-2000 (Amsterdam 2008), ‘De mechanisatie van de landbouw’ [314-333] 315.
269 Advertentie in RMR van 26 jan. 1856.
270 ‘De tentoonstelling in Haarlem’, in VOV van 27 juli 1861.
271 Ontleend aan I.J. Brugmans, Paardenkracht en mensenmacht. Sociaal-economische geschiedenis van Nederland 1795-1940 (Den Haag 1976) 156: Landbouwtoestanden. Voor de opkomst van de landbouwchemie en bemestingsleer was het werk van de Duitser Albrecht Thaer van groot belang. A. Thaer, Grundsätze der rationellen Landwirtschaft (Berlin 1809-1812). Ouder werk van Thaer – diens Einleitung zur Kenntniss der englischen Landwirtschaft [3 dln.] (1798-1804) werd vertaald en gepopulariseerd door J.F. Serruier onder de titel: Boerengoudmijn (1807).
272 Deze alinea is grotendeels gebaseerd op J.M.G. van der Poel, Honderd jaar landbouwmechanisatie in Nederland (Wageningen 1983), 155 e.v. Het citaat is te vinden op pag. 158. De landbouwkundige W.C.H. Staring was minder gecharmeerd van de handdorsmachine dan Corten. Hij gaf de voorkeur aan de rosmolen als aandrijfkracht. Corten kende echter de praktijk van de boeren beter dan Staring [vgl. J.G. Veldink, W.C.H. Staring 1807-1877. Geoloog en landbouwkundige (Wageningen 1970) 162-163.
273 Advertentie in MAR van 22 nov. 1890.
274 Slangen, Graeterhof, pag. 116-117; een advertentie in NKO van 21 maart 1896.
275 Tweede punt in brief van Jacq. Slangen uit Herten aan de schrijver op 14 maart 1996.
276 ‘Stoomdorschmachine’ in: De Volksvriend (VOV) van 17 nov. 1860.
277 Een verslag van deze demonstratie in De Volksvriend van 1 dec. 1860.
278 Aan dit bedrijf is in de literatuur de nodige aandacht besteed. G.C.P. Linssen in zijn proefschrift Verandering en verschuiving. Industriële ontwikkeling naar bedrijfstak in Midden- en Noord-Limburg, 1839-1914 (Tilburg 1969): 4, 98, 161-163. Voorts G. van Hooff, ‘De brandkasten en machinefabriek van J.M. Giesbers en vennoten te Roermond’, Roerstreek ’86 (HVR-Jaarboek 18) [56-69], 62-63. De demonstratie van de stoomdorsmachine op Mortelshof en Burghoffshof werd door beide auteurs niet vermeld. In het standaardwerk van H.W. Lintsen, Geschiedenis van de techniek in Nederland. De wording van een moderne samenleving. Deel IV (Zutphen 1993) worden op pag. 58 enkele alinea’s aan deze firma gewijd. Recentelijk verscheen: Vincent Freriks, ‘Giesbers & Van Deun Sr. en Straatman, Schmitz & Co; twee Roermondse bedrijven schrijven spoorweggeschiedenis’, Spiegel van Roermond 2012, 91-103. De demonstratie van de stoomdorsmachine op Mortelshof en Burghoffshof werd door geen van de auteurs vermeld.
279 NRC van 29 dec. 1848. In dezelfde editie is een advertentie van Giesbers te vinden.
280 ‘De tentoonstelling te Haarlem’ in: De Volksvriend van 20 juli 1861.
281 ‘De tentoonstelling in Haarlem’ in: De Volksvriend van 27 juli 1861.
282 Ontleend aan G. van Hooff, a.w., 62-63. Hij spreekt op pag. 63 ook over het ‘hekel-dorswerktuig’ van Giesbers & Van Deun.
283 De Volksvriend van 24 aug. 1861.
284 De Volksvriend van 31 aug. 1861: ‘Nederland’. Dit bericht en deze advertentie werden herdrukt in een speciale historische rubriek van De Nieuwe Koerier van 5 sept. 1931: ‘Uit vroeger dagen. Voor 70 jaar’ en nogmaals in De Nieuwe Koerier van 29 aug. 1936: ‘Voor 75 jaren. Uit de Maas- en Roerbode van 1861’.
285 ‘Advertentie Stoom-dorsch-machine’ in: De Volksvriend van 31 aug. 1861. Deze werd herhaald in de edities van 14 sept. en 21 sept. 1861. Op 14 sept. was men al gekomen bij landbouwer Sampers in Linne [VOV van 14 sept. 1861]. Eind december van dat jaar maakten Giesbers & Van Deun sr., ‘fabriekanten in Machinerieën’, per advertentie bekend dat zij geen goederen meer afleverden beneden de tien gulden. Die kon men voortaan bij L. van Waegeningh op de Markt van Roermond krijgen [VOV van 21 dec. 1861].
286 Bieleman c.s. stellen in Ons Boerenland dat de eerste twee (Engelse) stoomdorsmachines hun intree deden in 1856. ‘In 1862 stichtten Harmens en Penning te Harlingen het eerste loonbedrijf met de aankoop van een stoomdorsmachine voor ƒ5.000. Ook in Limburg en Zeeland vestigden zich al snel loondorsers.’ Giesbers & Van Deun zijn dus als loondorsers een jaar eerder begonnen. J.M.G. van der Poel, Honderd jaar landbouwmechanisatie in Nederland (Wageningen 1967) noemt in de opkomst van het loonbedrijf (178-182) als eersten op pag. 181:
‘Zo maakten de fabrikanten De Waal en Co. te Utrecht reeds in de Landbouwcourant van 12 augustus 1858 bekend, dat zij ‘het gebruik van Locomobiles of vervoerbare stoomwerktuigen, tot in het beweging brengen van Landbouwwerktuigen op het veld, zooveel mogelijk willende bevorderen, bereid zijn dusdanige Locomobiles te verhuren, en dat zij hiervoor per dag, van 10 uur werkens, voorloopig in rekening brengen ƒ10,50, onder welken prijs begrepen zijn de kolen, dagloon machinist, olie en vet.’ Maar dit soort verhuur was slechts een incidenteel nevenbedrijf ter stimulering van de verkoop.’
287 Ontleend aan Van der Poel, Honderd jaar landbouwmechanisatie 122-125 en 152-154. Bieleman c.s. hebben zich op dit standaardwerk gebaseerd. Van der Poel verstrekte ook enkele gegevens uit Limburg, maar de prestaties van Giesbers & Van Deun op dit terrein bleven onvermeld.
288 G. Linssen, ‘Een lang omstreden spoorlijn: de IJzeren Rijn’, Spiegel van Roermond 2004 (76-135), 103: ‘locomotiefbouw in Roermond’ en Freriks, Spiegel van Roermond 2012, 91-94.  
289 GAR, Notariële archieven, F.J.H.E. Cornelis 1869/28: op 28 febr. 1869 verkoop van woning, werkhuis en erf op Buiten Op door J.M. Giesbers (dan in Venlo woonachtig), weduwnaar en vader van zes minderjarige kinderen, aan Maria Bocquet voor ƒ2.500.
290 F.R. Corten publiceerde ‘Dorschwerktuigen’ in Landbouwcourant 11 (1874), kol. 125-128; vgl. Van der Poel, a.w., 201-202.
291 Bieleman, Boeren in Nederland, 319. De overleden pachter H. van Melick op Tonnenedenhof in Melick liet een ‘dorschmachine met manege’ achter [MAR van 7 en 14 febr. 1880]; H. Deelissen uit Maasniel wilde begin 1883 ‘een best dorschmachine aan een civielen prijs verkopen [MAR van 27 jan. 183] en twintig jaar later (op 27 maart 1900) deed burgemeester J.H. Meuwissen van Linne ‘een dorschmachine met manege’ van de hand [NKO van 24 maart 1900].
292 Jan Bieleman e.a., Ons Boerenland (Zwolle 2009) 118.
293 Advertentie van C. Cillekens in: MAR van 17 en 24 jan. 1874.
294 Bieleman, Ons Boerenland, 118.
295 ‘Voor 60 jaren’, NKO van 25 sept. 1937: uit de Maas- en Roerbode van 1877.
296 Advertentie van J. Heidhausen in MAR van 28 aug. 1880.
297 Voor de ontwikkeling van het metaalbedrijf Konings uit Swalmen vgl. dissertatie van Linssen, Verandering en verschuiving, 165-167.
298 Ibidem, 4.
299 Op de veiling van de erfgenamen (22-24 maart 1880) van H.J. Meuwissen, pachter van Breewegshof, ben ik gestuit op twee ‘aardappelploegen’, vermoedelijk vorentrekkers [MAR van 14 febr. 1880]. De eerste aardappelsorteermachines bestonden al rond 1900. Door de smid P. Bongaerts te Maasniel ... ‘zijn 2 aardappelsorteermachines vervaardigd, die eenige dagen ter bezichtiging hebben gestaan. Een dezer machines is bestemd voor Maastricht, terwijl de ander door een 10tal landbouwers uit ons dorp is aangeschaft. De machines zijn zeer doelmatig ingericht, en het moet gezegd, de vervaardiger heeft alle eer van zijn werk’ [NKO van 27 sept. 1900].
300 Gemeente Maasgouw, Archief gemeente Linne, inv.nr. 1460, Landbouwverslag Linne 1860’; vgl. ook R.J. Theunissen, ‘Standen en klassen in [...] Linne 1860-1910, 23-24.
301 Bieleman, Boeren in Nederland, 114-118. Hij noemt als oudste vermelding van boekweit in de rekeningen van het Armenhuis Bornhof te Zutphen anno 1390. Voor uitbreiding in het achttiende-eeuwse land van Montfort zie pag. 263.
302 Tweede interview met Jacq. Slangen op 10 jan. 1996 te Herten.
303 B. Slicher van Bath, De agrarische geschiedenis van West-Europa (500-1850), 296-297. Hij baseerde zich op een werk van J.H. von Thünen uit 1842.
304 Het lemma ‘vlas’ in Veenmans Agrarische Winkler Prins III, 657-660; Bert Dewilde, ‘Vlasteelt en linnen-productie op het Zuidnederlandse platteland’ in: Ch de Mooij (e.a.), Rijke oogst van schrale grond. Een overzicht van de Zuidnederlandse volkscultuur ca. 1700-1900 (Zwolle 1991) 127-143.
305 De lemmata: ‘lijnkoek’, lijnolie’ en ‘lijnzaad’ in Veenmans Agrarische Winkler Prins II, 717-718.
306 Ger. Krekelberg in: NKO van 31 juli 1937 (citaat) en in: NKO van 7 aug. 1937: van ‘vlas braken’.
307 Philips e.a., Geschiedenis van de landbouw in Limburg, 151. Brugmans vermeldt in De arbeidende klasse in Nederland (Utrecht 19581/19739) op pag. 56 de ondergeschikte functie van de Roermondse textielfabrieken aan de huisnijverheid. De voorbereiding tot het weven en het verven vond plaats in de fabrieken, maar het weven bleef vooralsnog huisarbeid. Veelzeggend in dit opzicht is ook het staatje dat de verhouding tussen de aantallen fabrieksarbeiders (enige tientallen) en de honderdtallen thuiswerkers weergeeft.
308 ‘Oogst in Limburg’, NKO  van 1 febr. 1895.
309 ‘De linnenwevers en hun schoone Gilde’, NKO van 9 apr. 1937.
310 Uit NMR 1 okt. 1910.
311Uit NKO 12 nov. 1898.
312Gerh. Krekelberg, ‘Het oude dorpsleven om Roermond in Midden-Limburg’, NKO 7 dec.1937.
313 NKO 10 sept. 1895. St. Laurentius wordt op 10 augustus gevierd.
314 RHCL, Familiearchief Michiels van Kessenich, inv.nr. 1080: ‘Stukken betreffende de cultuur en vruchtbomen op Waterloo en Heidenheim te Beesel 1869-1874’, aantekening op een visitekaartje van douairière M. Michiels van Kessenich-van der Renne.
315Advertentie MAR 23 maart 1861.
316 NVR 23 aug. 1876.
317 NKO 19 nov. 1901.
318 Interview met Jacq. Slangen in Herten op 10 jan. 1996, pag. 7.
319 Zie hiervoor ook de lemmata ‘boekweit, boekweitbrandcultuur, boekweitdorsen en boekweitmaan’ in Veenman’s Agrarische Winkler Prins I, 412-413.
320 De navolgende alinea’s zijn gebaseerd op: Lindsay Mikanowski, ‘Zegepraal en rampspoed van de aardappel’, in: L. en P. Mikanowski, De aardappel (Weesp 2005) [8-36], i.h.b. 8-27; Charles C. Mann, 1493. Hoe de wereld zich ontwikkelde na de ontdekking van Amerika (Amsterdam 2011), ‘Deel 3 Europa in de wereld 6 Het agro-industriële complex’, 261-312; Jan van der Maas en Leo Noordegraaf, ‘Smakelijk eten. Aardappelconsumptie in de achttiende eeuw en het begin van de negentiende eeuw, Tijdschrift voor sociale geschiedenis [9e jrg. aug. 1983] nr. 31, 188-220, en de onvolprezen studie van E. Roebroeck, Het land van Montfort, 307-309. 
321 Arthur Young in A Tour in Ireland (1780), geciteerd door Lindsay Mikanowski, 32.
322 Van der Maas en Noordegraaf, ‘Smakelijk eten’, 200. Volgens Mann, 1493, 277, brachten de aardappelen in East Anglia rond 1780 ongeveer vier keer zo veel op als tarwe.
323 Ontleend aan Roebroeck, 307. Deze citeerde uit H.J. Michiels van Kessenich Bois et Forêts. Manuscrit inédit publié par son fils ainé (Venlo 1847) 136.
324 Phytophthora, lemma in Veenman’s Agrarische Winkler Prins III, 234-235.
325Mann, ‘Door en door moderne hongersnood’, 1493, 291-298 en 312.
326KB, Nederlandsche Staatscourant, 28ste (laatste) bijvoegsel van 8 juli 1846.
327 Philips e.a., Geschiedenis van de landbouw in Limburg, 118.
328 ‘Nederland’ in: VOV van 27 dec. 1862.
329 Bericht op de voorpagina met een tekening van de kever in NVR van 21 juli 1877; waarschuwing van het ministerie van Binnenlandse Zaken aan provinciebesturen aan de hand van een tekening en een beschrijving, in het bijzonder voor havenplaatsen waar schepen uit de V.S. aanleggen in NVR van 9 sept. 1876.
330 ‘Limburg St. Odiliënberg’, MAR van 4 aug. 1891.
331 ‘Bordeauxse pap’, lemma in Veenmans’s Agrarische Winkel Prins I, 450-451.
332 Lemma ‘serradella’, Veenman’s Agrarische Winkler Prins III, 403.
333 N.H.H. Addens, Zaaizaad en pootgoed in de Nederlandse landbouw (Wageningen 1952) 87 en noot 285.
334J. Janssen, Agrarische vernieuwingen in een revolutionair tijdperk 1750-1815’, in: Philips e.a., Geschiedenis van de landbouw in Limburg 1750-1914, 74-76; als ook Addens, 85.
335 Bericht in VOV van 2 juni 1866.
336 Berichten in MAR van 27 mei 1871 en in MAR van 19 april 1873.
337MAR 9 nov. 1893.
338 ‘De landbouw’ in NKO van 5 febr. 1913.
339 Advertentie in NKO van 29 nov. 1911.
340Gemeente Maasgouw, Archief gemeente Linne, inv.nr. 1473, ‘Landbouwverslag Linne 1873.’    
341Bericht in MAR van 14 dec. 1889. Aan H. Slangen werd het twaalf jaar later voor ƒ150 gegund [NKO van 16 dec. 1902], terwijl hij twee jaar later voor ƒ140 had ingeschreven [MAR van 10 dec. 1904].
342‘Gezondheids-Commissie Roermond’ in NKO van 5 sept. 1896 en aanbesteding van ‘reservoirput met machineloods’ in NKO van 3 okt. 1896.
343 MAR van 17 okt. 1896.
344  Ibidem.
345 Zie bijvoorbeeld Theodoor Bloemers in zijn verantwoording van werkzaamheden aan barones douairière Michiels van Kessenich in de week van 27 januari tot 10 februari 1872: ‘… mergel op ‘t land gespreit, heiplakken gelade[n], ris in de […] gedaan, de mes[t] in de kuil onder een gemaakt, de mergel omgewerkt …’ [RHCL, Familiearchief Michiels van Kessenich, inv.nr. 1080: Stukken betreffende de cultuur van vruchtbomen op Waterloo en Heidenheim te Beesel’, kwitanties voor geleverde werkzaamheden door o.a. Theodorus Bloemers].   
346 Vgl. J.L. van Zanden, ‘Mest en ploeg’, in: Techniek in Nederland. De wording van een moderne samenleving 1800-1890. Deel 1. Techniek en modernisering. Landbouw en voeding [52-69] 61.
347 Advertentie in de MAR van 9 mei 1857.
348 Advertentie in MAR van 9 maart 1872.
349 MAR van 21 sept. 1872.
350 Advertentie in MAR van 12 apr. 1890; in NKO van 11 apr. 1896 en in MAR van 30 apr. 1898. Janssen van Son adverteerde ook met de voorloper van de veekoeken: ‘zuiver geslagen raapkoek en prima lijnzaadmeel’.
351 Vgl. J.L. van Zanden, ‘Mest en ploeg’, in: Techniek in Nederland, 61.
352 ‘Ingezonden,’ VOV van 5 juli 1862.
353 Kadaster Limburg Roermond, Kadastrale Legger 1871 met 21 nummers: 859-865, 867-868, 872, 1120, 1325-1334, 1336 en 1503. De totale oppervlakte was sedertdien: 40 ha 77 a 50 ca.
354 Aankondiging van de openbare verkoop op verzoek van de erfgenamen van J.M. Spielmans-Janssen op 21 mei 1884 in de MAR van 3, 10 en 17 mei 1884.
355 GAR, Notarieel archief, ‘Memorie van aangifte der nalatenschap van Maria Hubertine Agnes Janssen, weduwe Spielmans, overleden te Roermond den 12 februari 1884’.
356 Jacq. Slangen, ‘Autobiografische aantekeningen’, Roerecho, n° 31 (4 aug. 2005) 13.
357 Kadaster Limburg, Roermond, kadastrale Legger 1886 met 21 perceelnummers, identiek aan die van 1871. Wel hebben enkele percelen een andere bestemming gekregen: n° 867 is van tuin veranderd in boomgaard; n° 1326 is naast bouwland nu ook hakhout; n° 1327 is van bouwland veranderd in dennenbos; n° 1330 is van dennenbos gewijzigd in hakhout; n° 1333 blijkt nu naast bouwland ook nog heide te zijn; n° 1334 is nu enkel en alleen laan geworden en n° 1336 kent naast hakhout voortaan ook bouwland.
Het citaat is ontleend aan de aankondiging voor de openbare verkoop van Mortelshof, Maas- en Roerbode van 3 mei 1884.
358 Philips, Geschiedenis van de landbouw in Limburg 1750-1914, 188-190.
359 De eerste houtkap vond vermoedelijk plaats in de winter van 1876. Medio februari werd de eerste partij dennenhout in opdracht van B en W van Linne in het openbaar geveild nabij het huis van Jozef Beckers aan de Heijweg (NVR van 19 febr. 1876). Op 1 juli van dat jaar bood Jan Jeurissen vijftien percelen rogge in de Linnerheide aan ter openbare verkoop (NVR van 1 juli 1876). 
360 In 1868. In 1869 verkocht de gemeente Berg hout in het Waarderveld aan de Brachterweg [MAR van 13 febr. 1869].
361 Verkoop van 200 ‘koopen’ dennenhout op maandag 29 januari 1872 [MAR van 27 jan. 1872]; te koop 200 afgekapte dennenbomen in ‘gemeente-dennenbosch’ in het Vrijboord rechts en links van de grote kiezelweg op donderdag 5 febr. 1874 [MAR van 24 jan. 1874].
362 Aankondiging in MAR van 21 nov. 1891.
363 Verkoop van 300 nrs. afgekapt dennenhout op 12 maart 1860 [MAR 10 maart 1860]; 15 april 1880 [MAR van 10 april 1880]; verkoop van 600 nrs. dennenhout in Vrijboord op 28 januari 1884 [MAR van 26 januari 1884]; 500 nrs. dennenhout op 23 febr. 1885 [MAR van 14 en 21 febr. 1885]; op 8 febr. 1893 houtverkoop op Linnerheide; in mei 1899 10.000 goede dennenschansen in Linnerbosch bij Spielmanshof [MAR van 19 mei 1899] en op 29 jan. 1912 houtverkoop door de gemeente Linne aan de Heijweg bij weduwe Slangen (Vosdellen).
364 MAR 7 nov. 1868.
365 In 1889 op de Hobertshof in het Hobertsveld: H. Vossen; aan de Heijweg achter het Linner bos: G. Hilkens op Burghoffshof, dagloner J.H. Beckers en weduwe Vossen-Verheesen; ‘In de Fransche Hof’ aan de Merummerweg in het Leropper veld: H. Slangen; aan de ‘Borghofheideweg’ in het Leropper veld: de uit Beesel afkomstige J. Hendriks. De toenemende bewoningsdichtheid valt ook af te leiden aan de toekenning van hogere huisnummers aan Mortelshof: in 1859: ‘Heide 153’; in 1879: ‘Heide 196’; vervolgens: ‘Heide 200’ en in 1892: ‘Heide 212’. 
366 Historische Atlas Limburg (Robas Den Ilp 1989), ‘Maasbracht no 750’ (verkend in 1890).
367‘Ingezonden’, VOV van 5 juli 1862.
368 Berichten in VOV van 20 en 27 juni 1868.
369 Op 14 febr. 1872. Zie VOV van 24 febr. 1872; in dezelfde editie staat ook zijn overlijdensadvertentie.
370 Th. Claessens, ‘Een nieuwe landbouwstructuur in wording 1875-1914’, Geschiedenis van de landbouw in Limburg 1750-1914, pag.217-219. Zie voor een kort biografisch portret ook: A.J. Hutschemaekers, Gedenkboek ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van de Vereniging voor Voortgezet Onderwijs in Limburg 1914-1989 (z.p., z.j.), 16-19. In Oost-Brabant werden door toedoen van Corten enkele landbouwcasino’s opgericht [A.H. Crijns en F.W.J. Kriellaars, Gemengd landbouwbedrijf op de zandgronden in Noord-Brabant 1800-1885 (Tilburg 1987), 324-326]. De voorlichtingsactiviteiten van Corten trokken ook de aandacht van de Gelderse Maatschappij. Zo hield hij ook diverse lezingen in Gelderland ‘over verbeteren van bedrijfsresultaten, waarbij hij veel aandacht besteedde aan de mestwinning, de voederbouw en het gebruik van werktuigen en machines’ [J.G. Veldink, W.C.H. Staring 1808-1877. Geoloog en landbouwkundige (Wageningen 1970), 162-163.
371Aanvankelijk een maandblad van de MLL, later Wekelijksche Landbouw Kroniek, Practijk van den Landbouw en weer later Weekblad van den landbouw en de Veeteelt in Limburg.
372 MAR van 26 jan. 1872. 
373MAR van 27 jan. en 23 maart 1872.
374 Een journalist van de NRC in een stuk ‘Uit de historie der Maatschappij van Landbouw’, afgedrukt in de MAR van 14 sept. 1899 bij de viering van het 50-jarig bestaan van de Maatschappij.
375 Artikel 9 van de concept-statuten van de MLL in PS van het Hertogdom Limburg’, MAR van 11 aug. 1896.
376Zie hiervoor bijvoorbeeld Claessens, ‘de activiteiten der particuliere landbouworganisaties’, 223-242.
377 Bericht in VOV van 21 jan. 1871.
378 Mogelijk dankzij de Lager Onderwijswet van 1857. Zie Hutschemaekers, 13.
379 ‘Landbouw-casino’s’ in VOV van 18 maart 1871.
380 ‘Nederland’ in VOV van 15 apr. 1871.
381 ‘Maatschappij van Landbouw’ in NKO van 24 jan. 1897.
382 ‘Maasbracht’ in MAR van 18 maart 1890 (inclusief een correctie waar om was gevraagd op 20 maart).
383 Meister W.J. Vromen, Ernst en humor in het Limburgse boerenleven. Uitdrukkingen en gezegden in het Limburgse dialect (Corrie Zelen, Maasbree 19804)
384 Deze alinea steunt op en het citaat is ontleend aan: A.H. Crijns, ‘De landbouw. De boeren en hun bedrijven in het zandgebied van Noord-Brabant 1850-1885’ in: Crijns en Kriellaars, Gemengd landbouwbedrijf op de zandgronden in Noord-Brabant 1800-1885 (Tilburg 1987) [137-344] 273-274. 
385W.J. Vromen, ‘De Boerin in de “oude tijd”, in: 25 jaar Boerinnenbond in Limburg 1930 LBB -1955 (Roermond 1955) [13-37] 25-30.
386J. Bieleman, Boeren in Nederland, 384-385; 402-403 en 405.
387 H.A. Huender en S. Koenen, ‘Overzicht omtrent de ontwikkeling van het landbouwbedrijf in de zandstreken’, in: Staatscommisisie voor den Landbouw, Overzicht van het landbouwbedrijf in Nederland (Den Haag 1912) [259-352], 284. Het citaat is ontleend aan Bieleman, Boeren in Nederland, 402. Ook wandelleraar Corten kwam in een lezing in Montfort over de voordelen van de ‘samenmelkerij’ uit op een kapitaaltje van ƒ600 [NKO van 17 febr. 1893].
388 S. Langeweg, Zuivel in Limburg. Geschiedenis en inventarisatie van de zuivelfabrieken in Limburg [stichting WIEL, maart 2012] 18-23.
389 Bericht in de MAR van 9 aug. 1892.
390J.J.C. Ament, ‘Schets van de ontwikkeling van het landbouwbedrijf op de zandgronden van Noord-Limburg, het land van Weert en het Peelland’, in: Staatscommissie voor den Landbouw, Schetsen van het Landbouw-bedrijf in Nederland (Den Haag 1912) [449-464], 455.
391Bericht in NKO van 1 juli 1905.
392 Advertentie in de edities van NMR van 7, 14, 21 en 28 maart 1914.
393Bericht van het bestuur van de stoomzuivelfabriek voor Maasbracht, Linne, Montfort, enz. Tot de ondertekende bestuursleden uit de drie dorpen behoorden: P. Maassen, J. Straatman en Straus uit Linne; P.J. Jochems en G. Hermans uit Maasbracht en P. Janssen uit Sint Joost. Het bestuur zou op de eerstvolgende zondagnamiddag aanwezig zijn in het café van W. Beckers bij Station Maasbracht. [NKO van 30 nov. 1905].
 ‘Coöp Stoomzuivelfabriek en Melkinrichting te Roermond’ [in NMR, 10 maart 1908]. Op de zondagmiddag-bijeenkomst in café De Botermijn van wed. Verstegen waren ook diverse bestuursleden van ‘handkracht-fabrieken’ uit omliggende dorpen. De bouw van de fabriek werd begroot op ƒ36.000. Hier ook deed zuivelconsulent J.C. Ament zijn geciteerde uitspraak. Begin 1909 ontstond er nog onenigheid bij het ‘gilde’ van melkboeren in Roermond over vermeende concurrentie van de nieuwe melkfabriek blijkens enkele ingezonden brieven en een reactie van de redactie en van J.H. van Geldrop, de directeur van de nieuwe fabriek, daarop. Vergelijk ‘Melkstrijd’ in NMR van 6 febr. 1909.
394 ‘Nederland’ in MAR van 19 apr. 1879.
395 Hille de Vries, Landbouw en bevolking tijdens de agrarische depressie in Friesland (1878-1895) [Wageningen 1971] 11; op pag. 13: ‘althans wanneer Brugmans’ opvatting juist is dat ‘de veranderingen, die de Nederlandse landbouw en veeteelt tussen 1870 en 1914 hebben ondergaan, groter zijn geweest dan die in de nijverheid. [...] Niet voor niets betitelt de nestor van de sociaal-economische geschiedschrijving over deze periode zijn uitgebreide overzicht van deze jaren als de ‘agrarische revolutie’.’ Het citaat is ontleend aan: I.J. Brugmans, Paardenkracht en Mensenmacht. Sociaal-economische geschiedenis van Nederland 1795-1940: II. 9: Landbouw toestanden 156-166; IV: 2 De agrarische revolutie 288-311. Behartigenswaardig zijn de opmerkingen van J. van der Poel in zijn standaardwerk Honderd jaar landbouwmechanisatie. In de traditionele visie in de agrarische geschiedenis werd het beeld overgeleverd dat de Nederlandse landbouw tot het uitbreken van de agrarische crisis ieder prikkel tot vernieuwing en verbetering van producten en productiemethoden zou hebben ontbeerd (185-186). Verschillende auteurs hebben het beeld van de achterlijkheid van de Nederlandse landbouw in het leven geroepen rondom de internationale landbouwtentoonstelling in Amsterdam (1884), maar niet dankzij, juist ondanks de crisis zijn vernieuwingen te traceren in de negentiende-eeuwse landbouw. Vgl. tevens Bieleman, Boeren in Nederland, 358-361. 
396 De Vries, 20.
397‘Landbouw-moed’ in NKO van 15 febr. 1896.
398 Bericht in NKO van 10 apr. 1894.
399‘Geschiedenis van den Landbouw’ in NKO van 2 jan. 1932.
400 ‘Landbouw’ in MAR van 15 febr. 1896.
401NKO van 27 jan. 1894.
402 NKO van 11 febr. 1899.
403 Jaap Moes, Onder aristocraten. Over hegemonie, welstand en aanzien van adel, patriciaat en andere notabelen in Nederland, 1848-1914 (Hilversum 2012), 184.
404 MAR van 14 dec. 1895.
405 ‘Het credietwezen ten platten lande is uitermate onbevredigend. De slechte regeling van het crediet is een der meest werkzame oorzaken van den achterlijken toestand van onzen landbouw. Deze beide stellingen worden door het onderzoek boven allen twijfel gesteld.’ [Verslag over de uitkomsten van het onderzoek naar den toestand van den Landbouw in Nederland (Den Haag 1890), 31.
406 De staatscommissie constateerde misbruiken bij het kopen op krediet, bij verkopingen op boeldagen en bij jaarlijkse verpachtingen. De prijzen vielen veel hoger uit door de notariële kosten, die wel 10 tot 13% bedroegen. Anderzijds maakten kredietnemers misbruik van verstrekte gelden: ‘Men koopt op crediet om onmiddellijk à contant te verkoopen. Meestal met zwaar verlies, om eenig geld in handen te krijgen.’ Uit Verslag over de uitkomsten, 35-36. 
407 Claessens, ‘Nieuwe landbouwstructuur’, 236-237.
408 De Staatslandbouwcie. constateerde in haar rapport dat vooral in Limburg de kredietwaardigheid van de boeren zwaar had geleden onder de crisis. Vgl. Claessens, ‘Nieuwe landbouwstructuur’, 230; Van Zanden, Economische ontwikkeling, 274-275 en 239: ‘De in Limburg nog tot ver in de 19de eeuw voorkomende halfpacht (halfwinning of métayage) waarin de grondeigenaar een deel van het bedrijfskapitaal voor zijn rekening nam, is typisch voor een landbouw met een groot gebrek aan bedrijfskapitaal.’
409 De lucratieve inzet- en hooggelden, volgens R. de Jong, Tussen ambt en vrije beroep. Het notariaat tussen 1842 en 1999 (Amsterdam 2002), 82:
‘een premie voor degene die in eerste termijn het hoogste bod uitbracht. Aangezien de notaris een percentage ontving van de pacht of koopsom had hij er belang bij dat de prijzen zo hoog mogelijk gedreven werden. […] Tegen de hoge onkosten bij publieke verkopingen en verpachtingen kwamen vooral de boerenbonden op. […] De boerenleenbanken kwamen voort uit de behoefte van vooral kleine boeren aan een goed georganiseerd relatief goedkoop en langlopend krediet. Een groot nadeel van de kredietverschaffing door notarissen of particulieren was namelijk dat het verleende krediet op korte termijn opzegbaar was.’
410J.F.R. Philips, ‘De landbouw in een statische maatschappij, 1815-1875’, Geschiedenis van de landbouw in Limburg 1750-1914 [110-204], 199.
411 Chris Roemen en Dila Moors-Roemen, ‘Slechter Drikus en Berg rond 1900’, De Klepper. Kwartaalblad HVR [44ste jrg – nr. 1 – april 2012] (27-32), 30.
412Zoals F.R. Corten als rapporteur over Beek aan de Staatscommissie voor de Landbouw meldde:
‘Geleidelijk zien wij hier een ontbindingsproces zich voltrekken, waarbij de gezeten middenstand zich allengs oplost in een geheel afhankelijken stand van keuterboeren, die wel werkkracht en ijver genoeg aan de dag leggen, maar door gebrek aan middelen en ontwikkeling en door den geringen omvang hunner perceeltjes, de meest alledaagsche routine moeten volgen en door den geringsten tegenspoed hard worden getroffen, tenzij, zoo als reeds is opgemerkt en veelal het geval is, de hoofdbron van hun bestaan buiten dat bedrijfje gezocht moeten worden’ [Uitkomsten van het onderzoek naar den toestand van den Landbouw in Nederland. Deel III, Beek, pag. 4].  
413 Claessens, 212.
414Uit het adres van de voorzitter J.Fr. Meuwissen van het casino van Berg (Montfort en Vlodrop) van 14 okt. 1889 aan de Tweede Kamer, zoals afgedrukt in MAR van 19 nov. 1889.
415 Advertentie in de MAR van 18 nov. 1880.
416Bericht in de MAR van 23 apr. 1881.
417 J. Fr. Meuwissen en J. van de Laar, voorzitter en secretaris van het casino van Berg, in hun adres aan de minister van Financiën van 19 febr. 1889, zoals afgedrukt in MAR van 21 febr. 1889.
418 ‘Graanrechten in België, Frankrijk en Duitschland’, MAR van 14 febr. 1885.
419 Bericht in NKO van 26 jan. 1887.
420 ‘Voor vijftig jaren’ in NKO van 4 juni 1938.
421 ‘Limburg. Echt’ in MAR van 2 juni 1888.
422 Het adres van 19 febr. werd afgedrukt in de MAR van 21 febr. 1889; het adres van 21 juli staat afgedrukt in de MAR van 25 juli 1889; een rekest van 31 aug. werd gepubliceerd in de MAR van 24 sept. 1889 en ten slotte het adres van 14 november verscheen in de MAR van 18 nov. 1889.
423 Brugmans, Paardenkracht, 290 en Claessens ‘Nieuwe landbouwstructuur’, 214. 
424F. Kriellaars, ‘Van crisis tot oorlog, op weg naar een ander gemengd bedrijf, 1886-1914’, in: A. Crijns en F. Kriellaars, Gemengd landbouwbedrijf op de zandgronden in Noord-Brabant 1886-1930 (Tilburg 1992) [1-182] 11.
425Geschrokken van de leegloop van de casino’s verlaagde de MLL een jaar later weer de contributie op het oude niveau van ƒ1,50. Ontleend aan J. Korsten, Standhouden door veranderingen. De Limburgse Land- en Tuinbouwbond als behartiger van agrarische belangen 1896-1996 (Nijmegen 1996) 28.
426‘Limburg St. Odiliënberg’ in MAR van 28 febr. 1889.
427 ‘Limburg Roermond’ in de MAR van 27 apr. 1889. Wie de spreker zou zijn, werd niet vermeld.
428 Bericht in NKO van 26 maart 1889.
429In (Midden-)Limburg kwam met het toenemend belang van de zuivel ook meer interesse voor de kwaliteit van de boter, maar op botermijnen wisten de winkeliers aanvankelijk de macht te behouden door winkelwaren op te gaan dringen. Pas met de stichting van ‘handkrachtboterfabriekjes’ vanaf 1892 werd de macht van de tussenhandel geleidelijk aan gebroken. Vgl. V.R.Y. Croesen, De geschiedenis van de ontwikkeling van de Nederlandsche zuivelbereiding in het laatst van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw (Den Haag 1931), 120. Croesen baseerde zich onder meer op J.J.C. Ament, Boterproductie en Boterhandel in het Zuiden (1904), de stichter van de boterfabriek op handkracht in Tungelroy in 1892, en W. Verhey, Het 25-jarig bestaan van de eerste Coöperatieve Boterfabriek te Tungelroy (1917). 
430 ‘Rechtszaken’ in Tilburgsche Courant van 10 maart 1889.
431 GAR, bericht in MAR van 19 juni 1889.
432 Bericht in NKO van 7 mei 1898.
433NA, no. 2.02.22, Archief Tweede Kamer der Staten-Generaal, inv.nr. 1177 rekesten, no. 16 van 31 augustus 1889.
434 Mulken W. van, Inventaris van de archieven der gemeente St. Odiliënberg 1806-1939 met een bijdrage van J.G.H. Hendriks (Maastricht 1990), 14.
435 De bronnen zijn niet eenduidig: Jan Renier bij Moes (zie verderop) of J.Fr. als ondertekenaar van de adressen. J.R. Meuwissen (31 jan. 1803 te Echt) was in 1860 grondeigenaar in vier gemeenten: Echt, Roosteren, Susteren en in Valkenburg. Aan grondbelasting moest hij ƒ177,39 betalen; aan personeelsbelasting in Echt en in Valkenburg ƒ62,27 en aan patentbelasting in Echt en Valkenburg ƒ122,7⁵. In totaal moest hij in 1860 aan de fiscus ƒ362,11 betalen, waarvan ƒ216,67 voor Echt. Tien jaar later (in 1870) waren zijn bezittingen uitgebreid tot in acht gemeenten waarvan vier nieuwe in Zuid-Limburg. Van de totale aanslag van ƒ523,43, maakte ƒ272,78 deel uit van grondeigendommen in Echt. Weer tien jaar later (1880) strekte zijn grondgebied zich uit over tien gemeenten. Nieuw was zijn eigendom in Berg, dat meteen het grootste bedrag aan grondbelasting opeiste. Voor ƒ268,01 werd zijn bezit van Overen aangeslagen. Echt kwam nu op de tweede plaats met ƒ119,51. Alleen in Echt werden ook personele (ƒ70,27) en patentbelasting (ƒ92,80) opgelegd. In totaal bedroeg de aanslag in 1880 ƒ668,78. Bron: Bijlage II Alfabetische lijst van hoogstaangeslagenen in de directe rijksbelastingen in Nederland 1850, 1860, 1870, 1880 en 1890 op de cd-rom van Jaap Moes, Onder aristocraten. Over hegemonie, welstand en aanzien van adel, patriciaat en andere notabelen in Nederland, 1848-1914, 795-796.    
436‘Overen’, een incompleet overzicht in: W. Hupperetz e.a. (red.), Kastelen in Limburg. Burchten en landhuizen (1000-1800) [Matrijs Utrecht 2005), 251-252.
437 J.H.J.M. Meuwissen, ‘Kroniek van de Munsterstraat’ (z.p. z.j./Roermond 30 jan. 2008), 16. Hij schreef: 1878. S. graaf d’Alcantara, een van stichters van het Mariakapelletje (1857) in het Overenbroek, kwam in november 1878 te overlijden op kasteel Lembeeke bij Gent aldus het overlijdensbericht in de MAR van 16 nov. 1878.
438 Aankondiging van de openbare veiling van 14 januari 1878 op Overen in de editie van de NVR van 9 jan. 1878. Al die voorafgaande jaren waren in opdracht van rentmeester Otto Beumer de openbare verkopen (veelal van hout) georganiseerd, maar begin 1879 presenteerde Beumer ‘een koloniaal en meelhandel’ in Berg [Bericht in MAR van 11 jan. 1879]. Op 1 mei 1881 was J.H. Geelen nog pachter op Overen.
439Advertenties in de MAR van 28 okt. en 18 nov. 1880.
440 Meuwissen, ‘Kroniek van de Munsterstraat’, 20.
441 Advertentie in de MAR van 11 juni 1887.
442 MAR van 10 en 24 nov. 1888.
443 Lid 2 van art. 1223 van het oude Burgerlijk Wetboek luidt:
‘Het staat echter den eersten hypothekairen schuldeischer vrij om, bij het vestigen der hypotheek, uitdrukkelijk te bedingen dat, bij gebreke van behoorlijke voldoening der hoofdsom, of van de betaling der verschuldigde renten, hij onherroepelijk zal zijn gemagtigd het verbonden perceel in het openbaar te doen verkoopen, ten einde uit de opbrengst te verhalen zoo wel de hoofdsom als de renten en de kosten. Dat beding zal op de openbare registers moeten worden aangeteekend, en zal de veiling moeten plaats hebben op de wijze als bij artikel 1225 is voorgeschreven’ [met dank aan Piet de Baar].
444‘Voor vijftig jaren’ in NKO van 23 dec. 1939; L. Giesen, Regesten 1880-1889: GAR, Notarieel archief Linssen van 19 december 1889/317.
445 GAR, Notarieel Archief Linssen van 27 jan. 1890/15 en 1890/16 met een opbrengst van ƒ7.287,15.
446 Bericht in NvdD van 7 juli 1891.
447Verslag over de uitkomsten van het onderzoek naar den toestand van den Landbouw in Nederland (Den Haag 1890), pag. 21 onder het hoofdje: ‘Eigenaars en pachters’.
448 W. Zuidema, ‘Sickesz, Cornelis Jacob’ (1839-1904) in: NNBW Deel II, 1315-1317.
449 J. van Baren, ‘Staring, Winand Carel Hugo’ (1808-1877) NNBW Deel I, 1490-1492.
450Staring schreef in 1874 in het Tijdschrift van de Vereeniging voor Volksvlijt (261): ‘Waarom zo’n haast? (Een critiek op het achterlijke van den Nederlandschen Landbouw)’. Lange tijd heeft dit vooroordeel standgehouden in de agrarische historiografie totdat het op overtuigende wijze door J. van der Poel werd weerlegd. ‘De achterlijkheid van de Nederlandse boer is een legende, maar Sickesz heeft haar – wellicht onbewust – in het leven geroepen door zijn artikel, dat in 1898 gepubliceerd werd [C.J. Sickesz en F.B. Löhnis, ‘Landbouw en veeteelt’, in: Een halve eeuw, een gedenkboek, dat in 1898 ter gelegenheid van de inhuldiging van koningin Wilhelmina werd uitgegeven door het Nieuws van den Dag (252-259)]’.
451NA, Notulenboek Landbouw-enquête. Fragment uit antwoord van mr. Sickesz op 18-10-1886 bij installatie van de staatscommissie, krantenknipsel. 
452 NA ‘Notulenboek Algemene vergaderingen Landbouwcie.’, 11.
453 Een eerste uitvoerig overzicht van Starings landbouwstelsels verscheen in het eerste door hem geschreven Verslag van de Landbouw over de jaren 1861 en 1862 en op zijn Schoolkaart voor de Natuurkunde en Volksvlijt (1863). In het Tijdschrift van de Vereeniging voor Volksvlijt volgde in 1864: ‘Landbouwstelsels in Nederland’; in 1870 verscheen in de Volksalmanak van het Nut: ‘Landbouwstelsels’. Aan het einde van zijn leven (in 1877) onderscheidde hij nog zeven landbouwstelsels.
‘De grootste oppervlakte van ons land werd in beslag genomen door de diluviale zandgronden met daartussen alluviale beekgronden, waarbij op het zand het drieslagstelsel werd gevolgd. Het bouwland had een driejarige omloop van tweemaal rogge en daarna boekweit. Naast het meestal schrale rundvee hield men schapen op de heidevelden. […] [Vlaams Braak] De rivierkleigrond langs de IJssel en in Limburg gaven een graanbouwerij zonder braak te zien met een zesjarige omloop. Na vier graanoogsten volgden bonen en klaver […] De hoge diluviale lössgronden van Zuid-Limburg bezaten een korenbouwerij zonder braak, gekenmerkt door lage opbrengsten.’
Kritiek op Starings indeling kon niet uitblijven, ook al doordat de bedrijfsvoering veranderde als gevolg van het kunstmestgebruik [J.G. Veldink, W.C.H. Staring 1807-1877. Geoloog en landbouwkundige [diss.] (Wageningen 1970), 159].
454 Staring in Verslag over den Landbouw 1870, 100; ontleend aan Veldinks proefschrift, 155.
455De 25 vraagpunten van de staatscommissie hadden betrekking op:
‘1. Typen. 2. Algemeene toestand. 3. Bodem. 4. Ligging. 5. Water. 6. Bezit. 7. Pacht. 8. Verkeerswegen. 9. Crediet. 10. Verzekering. 11. Pacht- en koopprijzen. 12. Inrichting. 13. Mest. 14. Vee. 15. Akker. 16. Afzet producten. 17. Coöperatie. 18. Verschil van opbrengst van groot en klein, eigen en gepacht bedrijf. 19. Schadelijke invloeden. 20. Ontginningen enz. 21. Belastingen. 22. Gewoonten. 23. Welvaart Landbouwers. 24. Arbeiders en 25. Conclusie.’
Lijst van vraagpunten, bijlage in Verslag over de uitkomsten van het onderzoek naar den toestand van den Landbouw in Nederland. Deel IV [KB].
456 Op Zuid-Limburgse löss: Gulpen (95), Voerendaal (94), Schinnen (93) en Beek (92); in Midden-Limburg: Buggenum (91) en Heythuyzen (90) en in Noord-Limburg: Grubbenvorst (89) en Meerlo (88).
457 GAR, ‘Provinciaal Nieuws’, bericht in NKO van 24 nov. 1888.
458 ‘Gemeente Beek XCII’ (met een uitweiding over Elsloo) door G.F.R. Corten uit Maastricht [Uitkomsten van het onderzoek naar den toestand van den Landbouw in Nederland. Deel III, Beek].
459 Zie daarvoor de toegevoegde landkaarten in Deel IV. Het rapport over gemeente Heythuyzen was geschreven door G.A. Canoy, burgemeester van Baexem, en dat van Buggenum door burgemeester I.M. Tonnaer van Thorn.
460 Canoy, ‘Gemeente Heijthuizen XC’, 13-14.
461 Deze conclusies staan in Verslag over de uitkomsten […]. Deel IV, in pag. 322 -323.
462 Uit Verslag, 43.
463Verslag over de uitkomsten, 35-36.
464Verslag over de uitkomsten van het onderzoek […]. Deel IV, pag. 89 en 101-102.
465 Ibidem, 105.
466W. Zuidema, ‘Sickesz, C.J.’ NNBW II, 316-317.
467 Vergelijk bericht in MAR van 1 oktober 1887.
468KB, Verzameling van adviezen door de Landbouwcommissie […] (Den Haag 1891).
469 Deze alinea steunt voor een deel op J. van der Poel, Honderd jaar landbouwmechanisatie in Nederland, 206-207.
470 Hutschemaekers, 26.
471Vgl. bijvoorbeeld de regelmatig verschijnende advertenties rondom 1900 in de Nieuwe Tilburgsche Courant van N. Ruyters, tevens uitgever van Kruytzers boek.
472 Bericht in Nieuws van den Dag van 29 aug. 1895.
473 C.A.A. Linssen, ‘Over Sint-Odiliënberg, zijn heilige Wiro, Plechelmus en Odgerus, hun vinding en verheffing, hun verering en vitae’, De Maasgouw [jrg. 127 | 2008 | 1] 3-20.474Op 12 mei 2007 werd op priorij Thabor in Berg een symposium gehouden over de vroegste geschiedenis van de kerk van Berg n.a.v. het gouden jubileum van de verheffing van deze kerk tot basilica minor op 5 juli 1957 en de veertigste verjaardag van de HVR. De uitkomsten van de referaten van de inleiders, dr. C. Linssen uit Groningen, prof. dr. F. Theuws uit Amsterdam en J. Oude Nijhuis uit Oldenzaal zijn verschenen in De Maasgouw van eind 2007 en begin 2008. Van september tot oktober 2007 werd in Berg een historische expositie gehouden [Cor Houben, Jaak Slangen en Jeu Veelen, Van Frankisch klooster tot basiliek. Een cultuurhistorische verkenning van de kerk van Sint Odiliënberg (Berg 2007)].
475Frans Theuws, ‘Sint-Odiliënberg: de archeologie van een vroegmiddeleeuws klooster’, De Maasgouw [jrg. 126 | 2007 | 4] 128-140.
476 K. van Vliet, In kringen van kanunniken. Munsters en kapittels in het bisdom Utrecht 695-1227 (Zutphen 2002). Vanwege de grote onveiligheid op het platteland gaven de bisschoppen van Utrecht en Luik de zeven kapittelheren toestemming in 1361 zich in Roermond te vestigen als kapittel van de H. Geestkerk. Bij de installatie van W. Lindanus in 1569 als eerste bisschop van Roermond door Alva werd het kapittel van de H. Geestkerk de kern van het Roermondse domkapittel. 
477C.A.A. Linssen, ‘De vinding, translaties en verering der relieken van de heiligen Wiro, Plechelmus en Odgerus, 966-1958’, De Maasgouw [jrg. 128 | 2009 | 3] 81-89.
478 A. Monna, ‘Het bedevaartsoord Sint Odiliënberg. De geschiedenis van het heiligdom van Wiro, Plechelmus, Otgerus, Odilia en Servaas’, in: P.J. Margry en Ch. Caspers (red.), Bedevaartplaatsen in Nederland. Deel III (Hilversum 2000), 850-870.
479 J. Schreurs, ‘H.V.R. Museum: levensloop van een gebouw’, Roerstreek 15 (1983) [112-121], 115: dit aantal werd genoemd in het verslag van de inspecteur van het Geneeskundig Staatstoezicht in 1868.
480 Marlou Roeleveld en Jaak Slangen, ‘(Re-)inventing traditions. De familie De Zantis de Frymerson en haar grafkelder in Sint Odiliënberg (1881)’, Roerstreek 37 (2005) [197-225], 208-209.
481 Over volksmissies in Limburg: G.J.B. Verbeet, Limburg op de tweesprong. Welvaart en politiek dilemma 1814-1839 (Maastricht 1978), 277-278.
482 P.J.H. Ubachs, Handboek voor de geschiedenis van Limburg (Hilversum 2000), 402-404.
483 Zuster M. Pauline CRSS, ‘Michael Willemsen, zielzorger te Sint Odiliënberg 1878-1904, een bijdrage tot zijn biografie’, In Lumine tuo. Honderd jaar Kanunnikessen van het Heilig Graf in Sint Odiliënberg 1888-1988 [81-97], 88.
484 Kerkdiefstallen in Berg en Vlodrop. Berichten in NRC van 19 maart 1866, Bredasche Courant van 25 maart en in Weekblad van Tilburg van 24 maart 1866. In Weekblad van Tilburg van 31 maart 1866 werden de inbraken op andere plaatsen en die over de grens genoemd.
485 J.H.A. Walraven, ‘Gebruiken vroeger en nu: De Eerste H. Communie’ in: Roerstreek 15 (1983) [53-75] 53.
486 Vgl. E. Hobsbawn & T. Ranger (red.) The invention of tradition (Cambridge 1994).
487 C.A.A. Linssen, ‘Pastoor M.A.H. Willemsen van Sint Odiliënberg 1831-1904. Een schets van leven en werken’, PSHAL 128 (1992), 121-184. Linssen wijdt enige pagina’s [139-144] aan Willemsen als groot bewonderaar van de strenge bisschop Lindanus vanwege diens strijd tegen de protestanten en diens interesse voor de [vitae van de] drie Bergse heiligen.
488 Linssen, ‘Willemsen’, PSHAL 128 (1992), 156.
489 De restauratie van de toren werd begroot op ƒ1.650. Het rijk verstrekte een subsidie van ƒ450. Aannemer H. Janssen uit Maasbracht voerde de verbouwing in 1870 uit voor ƒ1.324, inclusief het honorarium van bouwmeester J. van Groenendael [Linssen, ‘Willemsen,’ 145-146]. 
490 De nieuwe pastorie kwam in oktober 1879 gereed en de kosten bedroegen ƒ7.825 [Linssen, ‘Willemsen,’ 149]. Victor de Stuers, de hoogste rijksambtenaar voor Monumenten, schreef pastoor Willemsen: ‘Ik heb het altijd zeer jammer gevonden dat gij uwe 1e pastorij gebouwd hebt naast uwe Kerk. Zij ecraseert dit fraaye gebouw’ [geciteerd door Linssen, ‘Willemsen’, 149].
491 De Volksvriend van 13 juli 1878.
492‘De kerk van St. Odiliënberg’, MAR van 31 juli 1880.
493 De Tijd van 14 sept. 1882.
494 Bericht in Algemeen Handelsblad van 19 sept. 1893.
495 Zuster M. Pauline CRSS, ‘Michael Willemsen, zielzorger te Sint Odiliënberg 1878-1904’, [80-97] 85.
496Zuster Pauline, ‘Michael Willemsen, zielzorger.’ 86.
497Bericht in MAR van 12 mei 1886.
498 De gemeente telde ƒ2.500, de provincie ƒ5.000 en het rijk ƒ2.500 neer. Later subsidieerden provincie en rijk nog allerlei onderdelen van het hele project. 
499Linssen, Willemsen, 153.
500 Het kerkbestuur onderhandelde met het ministerie van Binnenlandse Zaken tussen 1884 en 1887. Willemsen had aanvankelijk ƒ3.000 gevraagd, maar De Stuers wilde niet niet meer dan ƒ800 geven [Linssen, Willemsen, 158].
501 Advertenties in MAR van 19 apr. 1884 tot en met 13 okt. 1888.
502 De Tijd van 1 juli 1886.
503Geciteerd in Roeleveld & Slangen, ‘(Re-)inventing traditions’, 198. Het is een vertaald fragment uit de historische studie van pastoor Willemsen ‘Le château de Vrijmersum à St. Odiliënberg’, PSHAL XXIV (1887) [409-476], 442. Met deze studie heeft Willemsen naast oprechte historische belangstelling een tegenprestatie willen leveren voor zijn weldoeners. Het was de orthodox katholiek Willemsen een gruwel dat op een ‘Hollandse’ kaart uit het begin van de negentiende eeuw stond aangetekend: ‘Vrijmetselaarshuis’. Zo slecht had de kaartenmaker zijn Limburgse informant verstaan.
504 Geciteerd door Linssen, ‘Willemsen,’ 156.
505 Ibidem, 156.
506 MAR van 4 juni 1887.
507 Geciteerd in Roeleveld & Slangen, 210-211. De Franse brief en vertaling in het Nederlands zijn eerder afgedrukt in het artikel van G. Sars, ‘Kroniek van de orgels van Sint Odiliënberg’, Roerstreek 24 (1992) [18-35], 29-30.
508 Een bericht over de inzegening van de nieuwe kerkklok staat in NKO van 5 sept. 1896; voor de aanschaf van het vierde kerkorgel zie G. Sars, ‘Kroniek van de orgels van Sint Odiliënberg’, Roerstreek 24 (1992) [18-35] 30-31. Het nieuwe orgel kostte ƒ1.200 en werd op 7 oktober 1898 geleverd.
509 ‘1855 – 1895. Pastoor H. [= M.] Willemssen [Willemsen] 28 augustus’ in NKO van 29 aug. 1895.
510 ‘Kerknieuws’ in MAR van 28 juni 1895.
511 ‘Kerknieuws. Feestelijkheden bij gelegenheid van het 40-jarig Priesterjubilé van den Eerwaarden heer Willemsen, Pastoor te St. Odiliënberg’, MAR van 29 aug. 1895.
512 NKO van 29 aug. 1895.
513 Ibidem. In de editie van 7 sept. 1895 van de NKO staat een lofdicht in het Latijn van de hand van de jezuïet en Bollandist, G.J. van Hooff uit Amsterdam. 
514 ‘Kerknieuws’, NTC van 8 maart 1900.
515 Zuster M. Pauline CRSS, ‘Rond het reliekschrijn van de Heilige Wiro, Plechelmus en Otgerus’, in In Lumine tuo, 115-124.
516Citaat uit Roeleveld & Slangen, ‘(Re-)inventing traditions,’ 201-202.
517 In de MAR van 7 juli 1904 verscheen ‘† Kanunnik Michaël Willemsen †’, een in memoriam door J. Vrancken, overgenomen uit het Venloosch Nieuwsblad. In De Tijd van 8 juli 1904 werd bericht over het overlijden van kanunnik Willemsen. Zijn overlijdensadvertentie verscheen in De Tijd van 10 juli 1904. In de MAR van 27 juli 1904 werd geadverteerd met zijn bidprentjes. Een eerste necrologie van hem verscheen in De Tijd van 9 nov. 1904, geschreven door H. Hanssen.
518‘Een vergeten plekje in Nederland’, De Tijd van 6 maart 1882 en Ingezonden door D. Fr. B. uit Aken, ‘De herstelling van monumentale gebouwen in het hertogdom Limburg,’ MAR van 17 dec. 1891.
519 J. Ros, ‘Honderd jaren schooltijd,’ In Lumine tuo. Honderd jaar Kanunnikessen van het Heilig Graf in Sint Odiliënberg 1888-1988 (Sint Odiliënberg 1989) [43-79] 60. 
520 Zuster Pauline, ‘Michael Willemsen’, 88.
521 Kanunnikessen van het H. Graf, Parochie-kroniek 1885 – 1903. Naar het handschrift van kanunnik M.A.H. Willemsen (Sint Odiliënberg 1988), 12-13; 14; 15; 17; 24; 25; 112 en 114.
522 ‘Blunders en Leugens’, De Tijd van 3 maart 1889.
523 Bericht in de Tilburgsche Courant van 6 mei 1886.
524 De Tijd van 20 mei 1886.
525 MAR van 19 juni 1886.
526 MAR van 21 mei 1887 en van 4 juni 1887 (Pey).
527 NKO van 19 mei 1888.
528NKO van 25 mei 1889.
529‘Populaire geneesheeren’, Algemeen Handelsblad van 16 apr. 1898.
530 Interview met W.O. Wolters op 29 september 1988 met een toevoeging van mw. G. Verbeek-Bekkers. Geciteerd door zr. Pauline, ‘Michael Willemsen,’ 26.
531 Parochie-kroniek 1888-1903, 48-49.
532 Zr. Pauline ‘Michael Willemsen’, 88.
533 De Tijd van 1 dec. 1888.
534De bouw van de eerste pastorie had in 1879 ƒ6.502 gekost en werd in 1894 door het kerkbestuur van Berg voor 17.000 Belgische francs (ƒ7.771) aan de zusters van Bilzen verkocht [J. Ros, ‘Honderd jaar kanunnikessen in Sint Odiliënberg’, In Lumine tuo (5-42), 13].
535De tweede pastorie werd voor ƒ5.850 in 1889 door de Bergse aannemer W. Verstraelen opgeleverd [J. Ros, ‘Honderd jaar kanunnikessen’, In Lumine tuo, 11].
536 Bericht in het Rotterdamsch Nieuwsblad van 11 mei 1906.
537 Bericht van aankoop in Nieuws van de Dag van 9 okt. 1909.
538 Voor het wel en wee van de zusters, J. Ros, ‘Honderd jaar kanunnikessen,’ 22.
539 Ibidem, 21.
540 PAO, 4.2.1.2. 1878 Rekening H. Slangen.
541 Roeleveld en Slangen, ‘(Re-)inventing traditions’ , 224 onder noot 45.
542 PAO 4.2.1.2. Rekening H. Slangen van 8 dec. 1883: 28 nov. 1883: ‘twee karre steen gehalt naar Roermond 180 [ƒ1,80]’, enz.
543 Priorij Thabor, Archief Kanunnikessen van het H. Graf, brief van Jacq. Slangen van 13 juni 1991 aan de zusters.
544 Mededeling Jacq. Slangen aan zuster Pauline CSRR in juli 1991.
545 Vgl. ook: Roeleveld en Slangen, ‘(Re-)inventing traditions’, 224, noot 45. Hierin vindt men ook een exposé van de succesvolle restauratie van de kerk van Berg eind negentiende eeuw door deze bouwpastoor, die voor dit doel nagenoeg iedereen wist te mobiliseren. Of raadpleeg het ‘kerkboek’ uit 2016.
546Priorij Thabor, Archief Kanunnikessen van het H. Graf, brief van Jacq. Slangen van 13 juni 1991; mondelinge informatie van dezelfde zegsman op 22 februari 1991 en in juli 1991. M.W.A. Jaspar was van 1904 tot 1908 pastoor van Berg.
547 Deze alinea steunt op het artikel van J. Schreurs, ‘H.V.R. Museum: de levensloop van een gebouw’, Roerstreek 15 (1983) [112-121], 115.
548 De zusters met een Belgische nationaliteit waren de eerste jaren nog aangewezen op lekenonderwijzeressen, totdat enkelen de Nederlandse onderwijsbevoegdheid hadden behaald [Ros, ‘Honderd jaar Kanunnikessen’, 12].
549 Bericht in MAR van 5 september 1901. In het voorjaar van 1902 besloten de kantonrechters overtredingen van de leerplichtwet voortaan op de zaterdagmiddagen te behandelen. Daarmee gingen geen lesuren meer verloren, maar konden de onderwijzers wel hun vrije zaterdagmiddag kwijtraken [‘Gemengd nieuws’, MAR van 10 maart 1902]. De Limburgse Boerenbond was aanvankelijk tegen de leerplicht! Het Hoofd van de eerste openbare school (geleid door de broeders van Maastricht) te Roermond oordeelde op basis van zijn ervaringen heel wat positiever. Zijn school werd vooral bezocht door kinderen uit mindergegoede en arme milieus. ‘Het echte straatslijpen der jongens heeft opgehouden. Zelfs op den Zaterdagmorgen, waarop vroeger weinig meer dan de helft der leerlingen ter school kwam, wordt tegenwoordig de school vrij geregeld bezocht. Op dien morgen bedraagt thans [in verslag over 1901] het schoolverzuim gemiddeld 6 percent.’ De broeder betreurde dat de leerplichtwet niet streng kon worden toegepast om aan het ‘ongewettigd genoteerd verzuim’, maar vooral ook aan verschoonbaar verzuim, waarbij ouders pertinente leugens voor het verzuim van hun kinderen verzinnen, paal en perk te stellen [‘Leerplicht’, NKO van 3 mei 1902].   
550 Geciteerd door Ros, ‘Honderd jaren school’, 45.
551 De twee grote notenbomen bij Mortelshof aan het begin van de weg naar Berg zouden afkomstig zijn van Kruijtzers boomkwekerij [mededeling van wijlen Jacq. Slangen].
552 Kriellaars, Het gemengde bedrijf op de de zandgronden in Noord-Brabant 1886-1930, 163.
553‘Schoolhygiëne in Limburg’, De Tijd van 25 apr. 1908.
554 Gijs W.G. van Bree, ‘Johannes Leonardus Kruytzer. Strijdbaar figuur voor hygiëne en gezondheidszorg op de volksscholen’, Roerstreek 7 (1975) [39-48] 45.
555 J. Schreurs, ‘H.V.R. Museum’, 118-119.
556 Citaten uit interview met Wiel Wolters, Maria Evers en Gondje Bekkers in Ros, ‘Honderd jaren schooltijd’, 45.
557 Geciteerd door Ros in ‘Honderd jaren schooltijd,’ 43.
558 Geciteerd door Ros uit interview met Maria Moors-Evers in ‘Honderd jaren schooltijd’, 44.
559 Ibidem door Ros uit interview met Maria Evers en Gondje Bekkers, 44.
560 Ros, interview met W. Wolters, 58.
561Interview met drs. F.W.H. Slijpen (Linne 15 juli 1911 - † Amsterdam 26 juni 2000) en drs. F. Nienhuis in Amsterdam op 27 maart 1996, 6-7. Vgl. ook de passage over ‘rigoureuze strengheid’ in Ros, ‘Honderd jaren schooltijd’, 43-44.
562 Ibidem door Ros uit interview met M. Evers, 58.
563 Ibidem door Ros uit interview met W. Wolters, 58.
564 Geciteerd door Van Bree uit de notulen van de gemeenteraad van Berg van 17 okt. 1907 in ‘Kruytzer’, 41.
565 Ros, ‘Honderd jaren schooltijd’, 62-63.
566 Ibidem, 61-65.
567 Examen hoofdakte in Nijmegen blijkens bericht in De Tijd van 10 aug. 1923.
568 Vgl. de conclusie van Joh. de Vries in zijn gedenkboek: ‘De betekenis van het coöperatieve landbouwcrediet-wezen was dat het de – in de gegeven kapitalistische omstandigheden – ideale economische organisatievorm vormde om de landbouw tot grotere economische zelfstandigheid te voeren, daarmee bijdragend tot zijn sociale emancipatie. Het wekte daardoor een stuk economisch en sociaal bewustzijn. Het deed dit niet alleen: parallel eraan ontwikkelden zich eveneens de aankoop-, verwerkings- en afzetcoöperaties’ [Joh. de Vries, De Coöperatieve Raiffeisen- en Boerenleenbank in Nederland 1948-1973. Van exponent tot component (Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank G.A. 1973) 34].
569 De herborene Maatschappij’ (met aansluitend de nieuwe statuten) in NKO van 12 aug. 1896.
570 Op 23 januari 1897 werd burgemeester Reijnders van Berg met 115 stemmen van de aanwezige 146 leden van de MLL, afdeling Roermond (die 370 leden kende) gekozen tot haar voorzitter [‘Maatschappij van landbouw’ in NKO van 24 jan. 1897].
571 ‘Swalmen’, in MAR van 25 febr. 1896.
572 Geciteerd in: J. Claessen, ‘De nieuwe landbouwstruktuur in wording’, in Geschiedenis van de landbouw in Limburg 1750-1914, 220.
573 F. Kriellaars, ‘Van crisis tot oorlog, op weg naar een ander gemengd bedrijf, 1886-1914’, Crijns en Kriellaars, Gemengd bedrijf op de zandgronden in Noord-Brabant 1886-1930, 38-39.
574  Sjang Hoeymakers, De van Ophovens en Jaegers als ontginners (Elsendorp 1984), 39-40. Kriellaars, ‘Van crisis tot oorlog’, 38.
575 ‘Landbouw. Neer’, in NKO van 18 augustus 1896.
576 ‘Landbouw. Wessem’, in NKO van 18 augustus 1896.
577 ‘Boerenbond’ in NKO van 10 nov. 1896. De oprichtingsvergadering in Roermond werd voorgezeten door Ridder de van der Schueren. Opmerkelijk is dat juist ten westen van de Maas en in het zuiden diverse nieuwe afdelingen waren gesticht. Overigens had de Sittardse onderwijzer J. Claessen al eerder een provinciale boerenorganisatie op katholieke grondslag gepropageerd [J. Claessen, ‘De nieuwe landbouwstruktuur’, 20]. 
578 Zaaimachine in Melick in NKO van 5 febr. 1898; voorzitter M. Puts uit Posterholt in NKO van 5 febr. 1898; E. Stoffels van casino Donck Roermond in NKO van 17 febr. 1898; voorzitter M.L. Jochems van Boerenbond van Brachterbeek in NKO van 8 febr. 1898; F. Houben uit Stevensweert adverteerde met suikerbietenzaad in NKO van 1 maart 1898 en de aankoop van 2 fokstieren door casinoleden van Melick-Herkenbosch en Berg in NKO van 7 mei 1898. 
579 Bericht in MAR van 24 febr. 1891. De veldwachter kreeg later voor ieder proces-verbaal een premie van een rijksdaalder.
580 Louis Strens, ‘Aan de heeren Kiezers van het district Roermond,’ NKO van 24 aug. 1899.
581 ‘De Provinciale subsidie aan den Limburgschen Christelijke Boerenbond,’ NKO van 5 nov. 1898.
582 ‘Nog eens: Boerenbond en Maatschappij v. Landbouw’, NKO van 23 sept. 1899.
583 ‘Cijfers en nog iets’, NKO van 25 nov. 1899.
584 Bericht in MAR van 16 jan. 1901.
585 Vgl. bericht in NKO van 13 febr. 1900; ‘Wat is fusie’, NKO van 8 maart 1900; ‘De Voor- en Nadeelen van Fusie’, NKO van 8 maart 1900; ‘Algemeene vergadering van den Chr. Boerenbond in Limburg te Roermond op 18 mei 1900,’ NKO van 8 mei 1900; elf afdelingen met ruim 900 leden stemden tegen de voorgenomen fusie: ‘Ontevredenen’, NKO van 15 mei 1900; ‘De Limburgsche Landbouwbond,’ NKO van 7 dec. 1900; ‘Aan onze boeren’, MAR van 15 dec. 1900 en ‘Een Afscheids- en een Welkomstgroet’, NKO van 15 jan. 1901.
586 ‘Een Afscheids- en een Welkomstgroet, NKO van 15 jan. 1901.
587 Truijen werd zo aangeduid tijdens de fusievergadering van MLL en LCB [‘Een Afscheids- en een Welkomstgroet,’ NKO van 15 jan. 1901].
588 J. Jansen en W. Rutten, Geschiedenis van de landbouw in Limburg in de twintigste eeuw (Leeuwarden 1992) 282-287; J. Korsten, Standhouden door veranderingen. De Limburgse Land- en Tuinbouwbond als behartiger van agrarische belangen 1896-1996, 54.
589 J.J.C. Ament, ‘De zedelijke verheffing van den landbouwenden stand’ op de Achtste Katholiekendag, NMR van 28 apr. 1906.
590 J.J. C. Ament, ‘Schets van de ontwikkeling van het landbouwbedrijf op de zandgronden van Noord-Limburg, het Land van Weert en het Peelland’, Staatscommissie voor den Landbouw, Schetsen van het Landbouwbedrijf in Nederland (Den Haag 1912), 449-469.
591 Jansen en Rutten, Geschiedenis van de landbouw in Limburg in de twintigste eeuw, 283-287; biografisch portret in: Korsten, Standhouden door veranderingen, 99.
592 Oprichting boerenleenbank in Buggenum in mei 1898 [NKO van 21 mei 1898]. Statuten van deze bank werden gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant nº 162 [MAR 21 juli 1898].
593 Jansen en Rutten, Geschiedenis van de landbouw in Limburg in de twintigste eeuw, 294-295; Korsten, Standhouden door veranderingen, 107.
594 Mr. P.J.M. Aalberse, ‘De agrarische kwestie en de Staat’, MAR van 14 okt. 1899.
595 Bericht in NMR van 27 jan. 1910.
596 ‘Rede van den eerw. Heer Souren, kapelaan te Swalmen’ op de ‘Vergadering van den Prov. Chr. Limb. Boerenbond,’ NKO 16 aug. 1899.
597 Deken Souren vij(f)tig jaar priester,’ NKO van 13 maart 1941. Souren zou later van 1930 tot 1949 pastoor-deken van Weert zijn.
598 ‘Bij het veertigjarig Priesterfeest van onzen oud-hoofdredacteur. Th.H.A.M. van der Marck, secretaris van het bisdom’, NKO van 9 maart 1934.
599 Oom Bertus (ps. van de priester-journalist Th. van der Marck), ‘Wat de dorpen kunnen doen’, NKO van 30 juni 1900. Vgl. voor de betekenis van de boerenleenbank in de praktijk van alle dag ook diens fragment in: Klaas Jansma en Meindert Schroor, Tweehonderd jaar geschiedenis van de Nederlandse Landbouw (Leeuwarden 1987), 221:
‘We weten allen dat ook de beste landbouwers tijden in het jaar hebben, dat ze over enig geld moeten kunnen beschikken, willen ze werkelijk uit hun bedrijf al het voordeel halen, wat er uit te halen is. De landman werkt den geheelen dag en mag dus ook het volle loon van zijn arbeid hebben. Maar dit zal hij alleen dan genieten, indien hij kan wachten met den verkoop van zijn vee en veldvruchten tot zij een goede prijs opbrengen, en als hij veevoeder, meststoffen enz. tegen den laagsten prijs kan inkoopen. [...]
Onlangs moest een man pacht betalen; in Januari of Februari houden de notarissen zitdagen. Hij had twee koeien op stal, waarvan eene bestemd was om verkocht te worden. Kon hij wachten tot Paschen om de koe te verkoopen, of nog beter, kon hij het kalf, dat hij dan zou hebben, vet drinken, dan was er nog wat te verdienen. Maar nu? Er kwam nog geen kooper. En toch, hij moest geld hebben en dus zijn koe zien kwijt te worden. Maar als de kooplui merken, dat tot iedere prijs het vee weg moet, dan krijgt men er niet veel voor. Omdat wij een bank hadden, was de man gauw geholpen.’
600 Oom Bertus, ‘De Boerenbond’, NKO van 8 jan. 1901.
601 † 5 sept. 1953 op 85-jarige leeftijd. ‘Mgr. Th.H.A.M. van der Marck. Voorbeeldig priester die met zijn talenten woekerde.’ Necrologie en de overlijdensadvertentie van mgr. Van der Marck zijn te vinden in Limburgs Dagblad van 7 sept. 1953.
602 ‘Boerenbond en Landbouwcrediet’, NKO van 29 mei 1897 en idem in NKO van 5 juni 1897.
603 ‘Boerenbond en Landbouwcrediet’, NKO van 5 juni 1897.
604 Titel van de brochure van Th. van der Marck, besproken in ‘De Postspaarbank en de Boerenleenbank’, NKO van 20 jan. 1901 en in MAR van 25 jan. 1901; overdruk uit: Neerlands Welvaren (Amsterdam 1919) en laatstgenoemde brochure: Delwel (Wassenaar 1924). Hij had ook de hand in Gedenkschrift bij het 12½ bestaan van de Coöp Centrale Boerenleenbank te Eindhoven (1911), terwijl het Gedenkboek bij het 25-jarig bestaan van de Coöp Centrale Bank te Eindhoven werd gedrukt bij Van der Marck (Roermond 1923).
605 Voor Stevensweert in NKO van 28 febr. 1905 en voor Linne in NMR van 18 dec. 1906.
606 Geciteerd in J. Jansen en W. Rutten, Geschiedenis van de landbouw in Limburg in de twintigste eeuw, 280 [uit: Gedenkboek bij het 25-jarig bestaan van de LLTB (Roermond 1926), 22].
607 ‘Den taak van den Geestelijken Adviseur’, NKO van 9 sept. 1903.
608 Bericht in NKO van 27 mei 1905.
609 Aankondiging in NKO van 25 jan. 1906.
610 ‘Bij het veertigjarig priesterfeest van onzen oud-hoofdredacteur’, NKO van 9 maart 1934.
611 Joh. de Vries, De Coöperatieve Raiffeisen- en Boerenleenbank in Nederland 1948-1973,18.
612 Bericht in MAR van 26 maart 1902.
613 Idem in MAR van 10 mei 1902.
614 ‘Kapelaan was oprichter. Boerenleenbank te St. Odiliënberg herdacht zestigjarig bestaan,’ MAR van 3 april 1962. Ch.F.A.B.C. Op de Coul (geboren Roermond 1867 - † Swolgen 1943) werd na zijn priesterwijding in 1893 meteen kapelaan in Berg en zou dat blijven tot 1906 [Simonis, Zielzorgers in Roermond, 358].
615 Vermeldingen in MAR van 30 juni 1902, in de NKO en in Nieuws van den Dag van 1 juli 1902. Statuten gepubliceerd in de Nederlandsche Staatscourant, nº 150. 
616 Bericht in de MAR van 20 apr. 1907.
617 ‘Spaarbanken’, NKO van 31 jan. 1903. In Maasbracht beschikte de Boerenleenbank over ƒ7.452 en de RPB over ƒ8.625; in Montfort de Boerenleenbank over ƒ3.714 en de RPB ƒ18.593 en in Posterholt de Boerenleenbank over ƒ3.870 en de RPB over ƒ12.888. 
618 Rabobank-tijdschriften op internet: Verslag over het vierde boekjaar 1902 (uit te brengen in de gewone algemeene vergadering van de aangesloten leenbanken te houden den 7den mei 1903). Rapport omtrent de Coöperatieve Centrale Boerenleenbank te Eindhoven op 31 december 1902.
619 Van den Heuvel van de Raad van Toezicht van de Coöp. Centrale Boerenleenbank in Eindhoven in ‘Landbouw’, MAR van 23 juli 1904.
620 Dit voorzichtig gedrag memoreerden Crijns en Kriellaars, onafhankelijk van elkaar, in Gemengd Landbouwbedrijf op de zandgronden in Noord-Brabant 1866-1930 (op pag. 215 en 171), maar dat zal bij de Limburgse boeren niet anders zijn geweest. 
621 Joh. De Vries, De Coöperatieve Raiffeisen- en Boerenleenbank in Nederland 1948-1973, 16.
622 J.J.C. Ament, Gedenkboek bij het 25-jarig bestaan van den Limburgsche Land- en Tuinbouwbond (Roermond 1926); J.P. Planje, Vijftig jaar Limburgsche land- en tuinbouw, 1901-1951. Gedenkboek ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de Limburgsche Land- en Tuinbouwbond (Roermond 1951); J. Korsten, Standhouden door veranderingen. De Limburgse Land- en Tuinbouwbond als behartiger van agrarische belangen 1896-1996 (Nijmegen 1996). Uiteraard zijn in de loop der tijd ook van het coöperatieve Landbouwbelang, het Boekhoudbureau, de Boerinnenbond, het roomse Landbouwonderwijs, de zuivel, het veilingwezen en de eiermijn aparte gedenkboeken verschenen.  
623 In de bibliografie van Korstens gedenkboek zijn onder meer te vinden: W. Lamers over de afdeling Venlo, W. Janssen over de afdeling Helden-Panningen en R. Poels over de afdeling Meerlo. M. Smits nam in 1996 het gedenkboek van honderd jaar Katholieke Nederlandse Boeren- en Tuindersbond voor zijn rekening.
624 Ph. van Campen, P. Hollenberg, F. Kriellaars, Landbouw en landbouwcrediet 1898-1948. Vijftig jaar geschiedenis van de Coöperatieve Centrale Boerenleenbank Eindhoven (Roermond 1948); Joh. de Vries, De Coöperatieve Raiffeisen- en Boerenleenbank in Nederland 1948-1973. Van exponent tot component (Coöperatieve Centrale Raiffeisen-Boerenleenbank G.A. 1973) en K.E.A. Sluyterman, Het Coöperatieve Alternatief: Honderd jaar Rabobank 1898-1998 (Den Haag SDU 1998).
625 J.L. Kruijtzer, Rapporten over het onderzoek der openbare Lagere, Bijzondere en Bewaarscholen in de gemeenten van het gezondheidsdistrict Roermond, verricht in 1907: 18. St. Odiliënberg Gemeenteschool. Dit fragment staat afgedrukt in J. Schreurs, ‘H.V.R. Museum: de levensloop van een gebouw’, Roerstreek 15 (1983)[112-121], 118.
626 Volgens wijlen Jacq. Slangen waren deze stukken en akten achtergebleven in het huis waar Jacob op 12 aug. 1906 was komen te overlijden; het is hetzelfde huis als waarin tot 1939 de familie Slijpen-Slangen zou wonen.
627 Gemeente Maasgouw, Archief gemeente Linne, ‘Kohier der Hand- en Spandiensten’, Nº 829: 1 paard en vier karrendiensten.
628 GAR, Notaris Corbey in Sint Odiliënberg, ‘Memorie van aangifte der nalatenschap van wijlen Joannes Jacobus Vosdellen overleden te St. Odiliënberg, den 16 Mei 1879’ op 25 nov. 1879.
629 GAR, Notaris Corbey in Sint Odiliënberg, ‘Suppletoire memorie van aangifte der nalatenschap van wijlen Joannes Jacobus Vosdellen, overleden te St. Odiliënberg den 16 Mei 1879’ op 23 nov. 1880.
630 Peter Jacobus Slangen (Berg 29-4-1862 – † Linne 13-12-1892), tweede zoon van Jacob.
631 Jacq. Slangen memoreerde in ons tweede interview het bestaan van een dergelijk pachtcontract tussen zijn opa en Henri Spielmans dat in het huis van Slijpen aan de Heijweg verloren zou zijn gegaan [Herten, 10 jan. 1996] 1-2.
632 R. de Jong, Tussen ambt en vrije beroep, 81. ‘Tegen de hoge onkosten bij publieke verkoopingen en verpachtingen kwamen vooral de boerenbonden op.’ Na wijzigingen in de notariswet in 1931 mochten notarissen zich voortaan niet meer bezighouden met bankierszaken. 
633 Ontleend aan tabel 6.6. Bruto-pachtwaarde van cultuurgrond bij Van Zanden, De economische ontwikkeling van de Nederlandse landbouw in de negentiende eeuw 1800-1914, 119.
634 Van Zanden, tabel 6.7. Ontwikkeling van de pachtprijzen in de verschillende provincies en landbouwgebieden, 121.
635 Ingezonden stuk van het Tuin- en Landbouw-Casino van Roermond, ‘Landbouw’, MAR van 15 febr. 1896.
636 Van Zanden, 120-121.
637 Familiearchief, ‘Memorie van aangifte voor het recht van successie en overgang der nalatenschap van Jacobus Slangen, overleden te Linne op de Heide, 12 aug. 1906,’ n° 1 onder de rubriek ‘passief’.
638 Marie Slangen (van 1896 tot 1899 dienstbode bij Spielmans) leerde Lindert H. Schmitz kennen die aan de overkant van Heinsbergerweg in de buurt van Tonnedenhof woonde en met wie zij op 3 juli 1897 ging trouwen. Zij was de eerste van de Slangens die trouwde.
639 Tweede interview met Jacq. Slangen op 10 januari 1996, 2.
640  Familiearchief, rondom de verwerving Mortelshof, brief van H. Spielmans aan Manus Slangen van 7 okt. 1905.
641 Advertentie in MAR van 3 mei 1884.
642 GAR, Notarieel archief F.W. Milliard nº 52/21 mei 1870. Akte van deling tussen de ‘brouwster’ weduwe A. Spielmans-Janssen en haar vier kinderen, onder toeziend oog van Maximiliaan Spielmans, ‘grondeigenaar’ in Breyell. In het proces-verbaal van waardering werd onder nº 18 de bouwhoeve (37 bunder 29 roeden 80 ellen) opgevoerd en aansluitend de drie dennenbossen (1 bunder 50 roeden 70 ellen; 10 roeden 60 ellen en 1 bunder 84 roeden 60 ellen). 
643 GAR, Notarieel archief, J.L. Linssen 19.139/244 scheiding en deling tussen de erven Spielmans op 17 okt. 1884.
644 Jan Douwe van der Ploeg, De virtuele boer (Assen 1999) 39 en citaat op pag.  40.
645 Vgl. Jan Bieleman, Boeren in Nederland: ‘En hoewel we gewoon zijn hen zo aan te duiden, was hun boer-zijn niet zozeer een beroep alswel een levenswijze. Meer nog: het was een overlevingsstrategie, net zoals dat vele duizenden jaren eerder jagen en verzamelen waren geweest.’ Al plaatst hij deze notie enkele eeuwen vroeger bij de traditionele, agrarische subsistentie-economie.
646 Gemeente Maasgouw, Archief gemeente Linne, ‘Kohier der Hand- en Spandiensten’, Nº 832.
647 GAR, Notarieel Archief Milliard, ‘Memorie van aangifte der nalatenschap van M.H.A. Jansen, weduwe Spielmans […] 12 februari 1884’, onder de rubriek Passief. Jacob had nog een vordering op de erven van de overleden weduwe Spielmans van ƒ142,60 ‘voor de bewerking van dennenboschen en werkzaamheden aan de gemelde boerderij gedurende het jaar 1883’.
648 Corten in een lezing voor het casino van Velden. Verslag in NKO van 27 jan. 1894.
649 Claessens, ‘Een nieuwe landbouwstructuur in wording’, a.w. 263.
650 Crijns & Kriellaars, Gemengd landbouwbedrijf op de zandgronden in Noord-Brabant 1886-1930 (Deel II), 98.
651 Crijns & Kriellaars, Gemengd landbouwbedrijf op de zandgronden in Noord-Brabant 1800-1885 (Deel I), hoofdstuk 5, 205-207.
652 Crijns & Kriellaars, Gemengd landbouwbedrijf […]1800-1885 (Deel I), hoofdstuk 7, § 5, 229.
653 ‘Gemengde Berichten’ in de MAR van 27 jan. 1872.
654 Door S. Langeweg, Zuivel. Geschiedenis en inventarisatie van de zuivelfabrieken in Limburg, op pag. 17 geciteerd. In 1910 zou de jaarproductie zijn verhoogd tot 2700 liter per koe. Bieleman komt in Boeren in Nederland (231) op hogere cijfers uit: in de eerste helft van de negentiende eeuw tussen 2700 en 3000 liter per jaar. De beste koeien scoorden nog hoger: tussen de 4000 en 4500 liter.  
655 Crijns & Kriellaars, Gemengd landbouwbedrijf […]1800-1885 (Deel I), hoofdstuk 8, § 4, 273.
656 Claessens, ‘Een nieuwe landbouwstructuur’, 259-260.
657 ‘Sint Odiliënberg. Gouden bruiloft H. Wolters-Slangen’ in de MAR van 20 apr. 1957.
658 Is Jacob Slangen toegetreden tot de Vereeniging tot bevordering van de Bijenteelt (van mei 1898) die in een half jaar tijds haar ledenbestand zag groeien van 300 naar 360 leden? [‘Landbouw’, NKO van 19 jan. 1899].
659 G. Hilkens had in 1889/1890 twee paarden, 5 koeien, 7 runderen, 11 varkens en 70 schapen; dagloner J. Beckers had een koe en een rund; weduwe Vossen-Verheesen had eveneens een koe en een rund; H. Vossen had 1 paard, 2 koeien, 4 runderen, 4 varkens en 42 schapen. Deze veestapels zinken in het niet bij die van J. Veelen, pachter van Osen: 6 paarden; 6 veulens; 18 koeien en 8 kalveren, 12 runderen en 6 stieren, 50 varkens en 15 zeugen en 230 schapen. [Gemeente Maasgouw, Archief gemeente Linne, ‘Kohier Hoofdelijke omslag 1889/1890’].
660 Advertentie in de MAR van 9 maart 1901 en in Nieuws van den Dag van 15 juli 1902.
661 GAR, Notarieel Archief Milliard, ‘Memorie van aangifte der nalatenschap van M.H.A. Jansen, weduwe Spielmans […] 12 februari 1884’, onder de rubriek Passief.
662 Eadem in Amsterdam op 27 maart 1996, 3.
663 Herinneringen van Jacq. Slangen, typoscript van 15 maart 2005, VI.
664 In Brabant was bijvoorbeeld het land van Cuijk een centrum voor zaadwinning van spurrie, evenals op de lichte gronden in de Kempen [Crijns & Kriellaars, Gemengd landbouwbedrijf op de zandgronden in Noord-Brabant 1886-1930 (Deel II), 98].
665 Advertentie sardellenzaad in MAR van 17 maart 1883.
666 Ontleend aan de website van Jan Ruiten, ‘Het Berger Reutje, landbouwverslagen’.
667 ‘Iets over de serradella-teelt’ in VOV van 25 jan. 1863 (overgenomen uit Landbouw-Courant nº 51).
668 Veenman’s Agrarische Winkler Prins (III), lemma serradella op pag. 403.
669 Crijns & Kriellaars, Gemengd landbouwbedrijf op de zandgronden in Noord-Brabant 1800-1885 (Deel I), 185.
670 Burgemeester A.H. Reijnders in NKO van 23 juni 1894; in NKO van 15 febr. 1913 en bij opheffing van zijn bedrijf op 2 apr. 1914 [in NKO van 7, 14 en 21 maart 1914].
671 J. Hilkens in NKO van 27 juli 1895.
672 ‘Ospel’ in de MAR van 18 jan. 1896.
673 Driek Slangen op In de Fransschen Hof’ in NKO van 20 juli 1899.
674 In de NKO van 4 apr. 1903 adverteerde Jacob Theeuwen met een openbare veiling in zijn koffiehuis in Herten Merum voor woensdag 8 april 1903.
675 Advertentie in VOV van 3 mei 1884 en MAR van 3 mei 1884.
676 Kaart van ‘Spielmans Hof’ van Hubert van Crugten notaris Roer (bij Roermond). Het bosje (nº 1330) was hakhout, evenals het ernaast liggende stuk (nº 1339). Daartegen lag een dennenbos (met een stuk heide (nº 1331). Daarnaast bevond zich een strook eikenslag (nº 1328). Weer daarnaast een lang en smal perceel bouwland. Ook in de noordhoek langs de Gulickerweg lag sinds 1836 een perceel hakhout (nº 860).
677 Deze en volgende alinea zijn gebaseerd op: H.A. Huender en S. Koenen, ‘Overzicht omtrent de ontwikkeling van het landbouwbedrijf in de zandstreken,’ in: Staatscommissie voor den Landbouw, Overzicht van het Landbouwbedrijf in Nederland (Den Haag 1912), [259-352], ‘Boschbouw als onderdeel van het landbouwbedrijf’, 347-352; Crijns & Kriellaars, Gemengd landbouwbedrijf op de zandgronden in Noord-Brabant 1800-1885 (I), ‘Houtteelt’, 213-219; Philips, ‘Landbouw in een statische maatschappij,’ Geschiedenis van de landbouw in Limburg 1750-1914, 201-204 en Claessens, ‘Nieuwe landbouwstruktuur,’ Ibidem, 251-258.
678 Claessens, ‘Nieuwe landbouwstruktuur,’ 254; Jansma en Schroor, Tweehonderd jaar geschiedenis van de Nederlandse landbouw, 165-166. 
679 Verslag van de excursie in NKO van 25 juli 1896.
680 Claessen, a.w., 255.
681 Bericht in NKO van 23 maart 1893.
682 Advertenties in MAR van 24 jan. en 7 febr. 1880 en eidem in VOV van 31 jan. en 7 febr. 1880.
683 Advertenties in MAR van 17 en 21 jan. 1888.
684 Advertenties in MAR van 21 en 25 aug. 1888.
685 Advertenties in MAR van 9 en 16 jan. 1904.
686 Vanaf de jaren dertig gingen er ook partijen schansen naar het weiland vlakbij de Roer om de walkanten met takkenbossen en rijshout als batting te versterken tegen de eroderende werking van het snelstromende water.
687 Vgl. ‘Bosexploitatie’ in Veenman’s Agrarische WP, I, 458.
688 Voor 1912 zie hoofdstuk III. Voor 1936, zie bericht: ‘Brand in dennenbosch bij fam. Slangen’, NKO van 23 maart 1936.
689 Advertenties van Jacob Slangen met dennenzaad in MAR van 12 febr. 1887, in MAR van 11 en 24 maart 1899 en in NMR van 5 en 12 mei 1906.
690 Brief van Jacq. Slangen van 28 apr. 1996 aan de auteur, punt 13.
691 Jacq. Slangen origineel typoscript van 15 maart 2005, V-VI.
692 H.A. Huender en S. Koenen, ‘Overzicht omtrent de ontwikkeling van het landbouwbedrijf in de zandstreken,’ Staatscommissie voor den Landbouw, Overzicht van het Landbouwbedrijf in Nederland (Den Haag 1912), [259-352], 348.
693 Crijns & Kriellaars, Gemengd landbouwbedrijf op de zandgronden in Noord-Brabant 1800-1885 (I), 212.
694 Uit het tweede interview met Jacq. Slangen (Herten 10 jan. 1996), pag. 3.
695 Jaap Moes, Onder aristocraten, 13-26.
696 Eerder al (in 1841) was Maastricht afgescheiden van het bisdom Luik en kreeg de Nederlandse provincie Limburg de status van apostolisch vicariaat. De Roermondse pastoor Paredis werd eind november 1840 tot administrator hiervan benoemd en tot titulair bisschop van Hirene i.p.i., in feite wijbisschop van het Limburgse ‘diocees’. 
697 P.J.H. Ubachs, Meesters uit Maastricht. Historische schets van de Broeders van Maastricht 1840-2000 (Maastricht 1999), 26.
698 Moes, Onder aristocraten, 22.
699 Erfgoed Kloosterleven Sint Agatha bij Cuijk, AR-B015 Archief inventaris Broeders van Maastricht, 2.24 Huizen te Roermond, doos 968 Annalen, memoranda, corresp. stukken betr. afscheid van Huize St. Joseph, voormalig pensionaat St. Louis Roermond (1863-1952), map jubilea 1877 en 1902: handgeschreven chronologie en kopie van een akte van broeder Stanislaus, gedagtekend 26 oktober 1852.
700 L.M. Tagage, ‘Onderwijscongregaties en vrijheid van vereniging: een aspect van de schoolstrijd in Limburg, 1857-1859’, in: B.C.M. van Hellenberg Hubar e.a., Maaslandse melange. Opstellen over Limburgs verleden dr. P.J.H. Ubachs aangeboden bij gelegenheid van zijn vijfenzestigste verjaardag (Maastricht 1990) [290-303], 297-298.
701 ‘Maastrichter Correspondentie’ in VOV van 24 dec. 1880.
702 Ros, ‘Honderd jaar schooltijd’, In lumine tuo [43-79], 47-48.
703 Advertentie VOV van 20 sept. 1861; advertentie in De Tijd van 18 sept. 1871, idem in De Tijd van 8 sept. 1875, als ook in De Tijd van 23 sept. 1876 en een prospectus van het pensionaat van kort voor de Eerste Wereldoorlog.
704 De Tijd (1866; 1872 en later), NRC (1869), AH (1870), Leeuwarder Courant (1871), Tilburgsche Courant (1871).
705 Advertentie van B.C. van Roermond in de Noord-Brabanter van 4 apr. 1866.
706 ‘Alleenstaand feit’, VOV van 14 mei 1881:
 ‘Zoo heeft de liberale pers gedurende een twintigtal jaren tal van veroordeelingen opgenomen, uitgesproken ten laste van kloosterlingen en priesters altijd ter zake van dezelfde walgelijke daders. En bij iedere mededeeling zeggen de clericale kranten: “dat bewijst niets tegen de religieuse instituten zelf. ‘t is een alleenstaand feit.”’
En bij zo’n seksueel misbruik in het klooster van de broeders van Maastricht in Hasselt:
‘Ook de Maas- en Roerbode, het orgaan van Bisschop Paredis, is verwaten genoeg het in zijn nummer j.l. Zaterdag “EEN ALLEENSTAAND FEIT” te noemen.’   
707 De dader was P.H. van Mechelen (afkomstig uit Voerendaal) die eerst onderdook in zijn ouderlijk huis en later op de vlucht sloeg naar België. Tot driemaal toe publiceerde de VOV (op 1, 8 en 15 sept. 1883) zijn signalement uit het Politieblad.
708 ‘Alleenstaand feit’ in VOV van 14 mei 1881.
709 De anonieme kroniekschrijver van het pensionaat St. Louis.
710 Mr. Charles E.P.J. Strens (1829-1892), procureur (1854), schoolopziener (1873-1882) en president van de arrondissementsrechtbank (1882-1892) [Slangen, Graeterhof, 112-115].
711 ‘Binnenland’ in De Tijd van 20 juni 1871.
712 Een afschrift van het contract van 12 febr. 1902 bevindt zich in ‘Roermond memoranda 1902-1951’.

713 Uit: een dikke foliant met chronologische aantekeningen uit doos 969.
714 Citaat ontleend aan de prospectus van de broeders.
715 A.H.H. oud-ll. ‘Een gouden jubilé’, De Tijd van 30 juli 1902.
716 Edmond Nicolas, Brocaat en Boerenbont. Schering en inslag van een fabrikantenleven (Utrecht Spectrum 1949 [reprint Gottmer 1973]), 16-17. Deze fragmenten zijn als begeleidende tekst opgenomen bij twee ansichten van het buiten van de broeders in: P. Gootzen en W. Evers (red.), Roerstreek in oude prenten (1885-1935) [St. Odiliënberg 1980], 148-149.
717 ‘Een geschilderd venster in de kapel’, NKO van 15 juli 1902; ‘Glasschilderwerk’, De Tijd van 25 okt. 1902.
718 Aankondiging in NKO van 24 juli 1902.
719 Een heel lang verslag van enige pagina’s van het jubileumfeest op 30 juli 1902 (waarvan het citaat het slot vormt) bevindt zich in de genoemde foliant met chronologische aantekeningen uit doos 969.
720 Bericht in NKO van 17 dec. 1912.
721 ‘Pensionaat St. Louis’, NKO van 30 sept. 1913.
722 Bericht in NKO van 7 juni 1913.
723 Advertenties in NKO van 28 juni, 1 en 3 juli 1913.
724 Chronologisch overzicht in de foliant. De aanbesteding van de twee bijzondere scholen vond plaats op 1 maart 1907 en ging voor ƒ47.348 naar aannemer C. Peeters en architect C. Franssen.
725 ‘Pensionaat St. Louis’, NMR van 3 nov. 1914. Toen de broeders een jaar later het 75-jarig bestaan van hun orde vierden, konden de Roermondenaren in de krant lezen dat een huldigingscomité o.l.v. jhr. mr. Ch. Ruijs de Beerenbrouck aan de slag ging om geld in te zamelen voor een nieuw orgel in de kerk van hun moederhuis De Beyart in Maastricht [‘Ingezonden’, NMR van 11 nov. 1915].
726 Bericht in NKO van 6 juli 1934.
727 ‘Broeders verlaten Roermond na ruim 99-jarige activiteit,’ Gazet van Limburg van 18 mei 1952.
728 Ubachs, Meesters uit Maastricht, 57-58.
729 Jacq. Slangen, ‘Autobiografische aantekeningen’, Roerecho. Weekblad voor Sint Odiliënberg, nº 31 (4 aug. 2005), pag. 1-2.
730 Uit het tweede interview met Jacq. Slangen (Herten, 10 jan. 1996), pag. 16.
731 Doos 970, waaronder jaarrekeningen ‘Ontvangsten en uitgaven 1856-1913’. Ging er in de huishouding van het pensionaat in 1879 een bedrag om van ƒ41.879, in 1885: ƒ42.296 en in 1892: ƒ38.937, in 1911 was het totaal gestegen tot: ƒ95.560, maar deze opgave is onbruikbaar, want sterk vervuild door nieuwe inkomsten als subsidies, schoolgelden van nieuwe onderwijsinstellingen en nieuwe uitgaven als nadelige saldi over voorgaande jaren, arbeidslonen, huren enz. In 1879: a) 5%, b) 11,5%, c) 15%; in 1885: a) 10%, b) 11,5%, c) 19,6% en in 1892: a) 5,7%, b) 10,5% en c) 25,5%.
732 Persoonlijke mededeling van Jacq. Slangen. Van foto’s van sportdagen op Mortelshof was op de Beyart niets bekend.
733 Een bruin cahier met ‘Aantekeningen betreffende het Roermondse Huis II’ in doos 968.
734 Familiearchief P. Slangen, stukken behorende bij de begrafenis van de weduwe J. Slangen-Tasset.
735 N.H.A. (H.N.A.) Camp, gepensioneerd luitenant-kolonel der Infanterie, werd per 1 maart 1895 benoemd tot militiecommissaris in het Tweede Militiedistrict [NKO van 15 jan. 1895]. Op 1 april 1913 werd hij bij KB eervol ontslagen om in augustus van datzelfde jaar nog te worden bevorderd tot kolonel.
736 Arnold Knipping en Francisca Knipping-Sassen. Knipping ging op 10 november 1901 met August Janssens een vennootschap onder firma aan voor de handel in manufacturen onder de naam: ‘Gebroeders Knipping’. Mw. Knipping-Sassen deed verscheidene malen een oproep voor een nieuwe keukenmeid. Dat was echter in 1907, toen Josephine al lang en breed was getrouwd en uit Roermond vertrokken.
737 Naar alle waarschijnlijkheid was de koppelaar: broeder Simplicius (Martin Linders) van de Congregatie der Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis te Maastricht, geboren op 22 aug. 1869 te Tongerlo en overleden te Maastricht op 19 apr. 1922 [met dank aan Theo Balis uit Landen (B.) voor diens brief aan de auteur op 3 juni 2008]. In doos 968, ‘Roermond memoranda (1922-1923)’ trof ik het volgende fragment aan. De chroniqueur schrijft:
‘Verloop (van dat jaar) voor het huis niet gelukkig: veel zieken o.a. flinke griepepidemie.’ Over de doodzieke Simplicius (een doener): ‘29 mei kwam Br. Silvanus van Nijmegen naar Roermond om de sukkelende en kwijnende Br. Simplicius te vervangen. Deze laatste sleepte zich nog voort van ’t eene werk naar ’t andere, alleen maar bang, dat hij niet meer zou kunnen werken en anderen tot last zou zijn. Sedert half Juni is de goede Broeder bedlegerig, doch nog nooit is hem een woord van ongeduld ontsnapt. Altijd is hij vroolijk, geheel overgegeven aan Gods Wil en brengt zijne tijd door met bidden en lezen. Herstel is volgens menschelijke berekening niet mogelijk. t.b.c.’ 
Nog geen jaar later overleed hij in Maastricht.
738 ‘Gouden feest van het Klooster der Broeders van de Onbevlekte Ontvangenis te Roermond’ in NKO van 29 juli 1902 en ‘Gouden Jubilé van het pensionaat St. Louis’ in NKO van 31 juli 1902.
739 Uit een kopie van hun trouwboekje. (Het formele vertrek van Fien Slangen-Tasset uit Roermond vond plaats op 19 augustus 1904.) Uit dit huwelijk zijn geboren: 1. Jacobus 19 mei 1904 aan de Heijweg, Linne; 2. Joannes Cornelis 22 oktober 1905 aan de Heijweg, Linne; 3. Peter Hubertus Jacobus 29 (30) juli 1908 op Mortelshof, Linne; 4. Petronella Gertrudis Elisabeth op Mortelshof, Linne 28 januari 1910 en 5. [doorgestreept:] Hermanus Hubertus Mortelshof, Linne 11 september 1911 – † 17 september 1911.
740 Kadaster Roermond, dienstjaar 1898 artikel 417, Janssens en consorten Frans, Ernest, Clotilde, Linne sectie B ‘Tusschen den Gulikerweg’ scheiding in dienstjaar 1899, perceelnº 1497 ‘huis, schuur, stal en erf’ 01.70 a; perceelnº 1498 ‘bouwland’ 8.35.45 ha. Dienstjaar 1901, artikel 1805, Ceva de Bertha, Brussel, Linne sectie B no’s: 1497 en 1498.’  
741 Hendrik Hubert (Driek) Slangen, die eerder na de mislukking op Posberg van 1876 tot 1882 in Brachterbeek zou hebben geboerd, kwam op 16 april 1914 in Berg te overlijden. Zijn vrouw Anna Gertrudis van Beek (Berg 1874 – † 1907) was al overleden. Van hun vier kinderen waren de twee dochters reeds eerder overleden, hun twee zonen waren Hermanus (1872 – †1939) en Joannes (Jean) H. (1880 – †1968).
742 GAR, Memorie van Successie (MvS) [6/5504] Hendrik (of Hendrik Hubert) Slangen, overleden op 16 april 1914 in Berg. In de aangifte der nalatenschap worden behalve de 34 percelen en 2 huisjes ook nog de posten aan inkomsten uit gemeenschappelijke pacht ƒ56,66 en aan ‘roerende, lichamelijke zaken’ ƒ1.225,50 opgevoerd, samen goed voor ƒ5.903,86. Aan schulden: a) vergoeding door erflater aan zijn twee zonen voor gemeenschap-pelijke aankopen op 5 dec. 1907; op 7 mei 1908; 9 maart 1909 en 3 april 1911) – het bedrijf was immers voor gezamenlijke rekening voortgezet – ƒ1.287,90 b); pacht van ‘In den Fransschen Hof’ (van juli 1913 tot dag van overlijden, 16 april 1914) aan Chrétien Berger te Venlo t.b.v. ƒ 210,22; c) uitstaand loon (ƒ7,20) voor dienstbode Gertrudis Fonteyn? uit Berg; een rekening t.b.v. één gulden te voldoen aan apotheker Baart in Roermond en aan begrafeniskosten ƒ60. Het totaal aan schulden bedroeg: ƒ1.499,72. Uiteindelijk saldo voor beide broers gezamenlijk kwam uit op ƒ4.465,94 (of voor elk ƒ2.232,72). Aan successierechten moesten beide broers Herman en Jean Slangen betalen: ƒ66,98. Aldus vastgesteld in Roermond op 29 oktober 1914.
743 De overlijdensadvertentie van Jacob Slangen is te vinden in NMR van 14 aug. 1906.
744 GAR, MvS [5/8295] ‘Memorie van aangifte voor het recht van successie en van overgang der nalatenschap van Jacob Slangen overleden te Linne op de Heide 12 Aug. 1906’.
745 MvS van Jacob Slangen vastgesteld op 2 mei 1907.
746 De trouwdatum van Mathis Delissen en Bet Slangen heb ik aanvankelijk nergens kunnen vinden. Op de stamkaart, gedeponeerd in het CBG in Den Haag, staat de datum van het eerste huwelijk van Ties Delissen (1876-1970) niet ingevuld. Op 27 okt. 1936 trouwde M.H. Delissen met Maria Slangen in Herten [huwelijksakten 1936 via www.zoekakten.nl, met dank aan Jo Schreurs, 4-10-2015].
747 Peter H. Slangen bood in de zomer van 1911 een ‘partij biggen’ te koop aan blijkens een advertentie in de NMR van 26 aug. 1911.
748 De overlijdensadvertentie van de weduwe Petronella Slangen-Vosdellen is te vinden in de NMR van 20 aug. 1914. Daarin staat vermeld dat haar lijkdienst in de kerk van Berg zou worden gehouden, evenals haar teraardebestelling naast Jacob.
749 P. Slijpen-Slangen maakte reclame voor een openbare houtverkoop ‘nabij weduwe J. Slangen in de Linnerhei’ op 14 jan. 1910 [NMR van 31 dec. 1909 en 8 jan. 1910]. Zijn enig kind, Willem Slijpen, zou als eerste in de familie nog vóór de oorlog met succes een universitaire studie Nederlands afronden. Na in oktober 1936 nog om een boerenknecht te hebben gevraagd, hielden Peter en Nela Slijpen op 13 apr. 1939 een ‘afspanning’ op Heide B 154 (vgl.‘Afspanning Linne’, NKO van 25 maart, 1 en 8 apr. 1939) en verhuisden naar Peter Polliusstraat 66 in Roermond. Daar kwam op 10 november 1939 Maria Cornelia na een kortstondige ziekte op 68-jarige leeftijd te overlijden. Peter H. Slijpen (oorlogsslachtoffer) overleed op 22 nov. 1957 in Herten.
750 Mw. H. Nienhuis in het interview met haar en W.H.J. Slijpen te Amsterdam op 27 maart 1996, 3.
751 Opmerkelijk is dat bij de openbare verkoop van ’t Hemke in Paarlo van ca. 10 ha. op 3 mei 1898 ook nog eens 13 percelen bouwland in ’t Bergerveld, Hoosden, ‘t Sittert en op de Roskammerhei werden geveild die de kinderen van Jacob Slangen: Herman, Peter, Gertrudis, Elisabeth, Cornelia, Maria en Catharina Slangen uit Linne én weduwe Gertrudis Slangen-Kruijtzer uit Berg aankochten. Zie hiervoor: aankondiging van de openbare verkoop van ‘t Hemke en nog 13 percelen akkerland in de MAR van 30 apr. 1898, 7 en ‘Openbare verkoop krachtens bevel arrondissementsrechtbank te Roermond van ‘t Hemke’ en overige akkers van 20 ha en 7 ha hakhout en heide in Posterholt met een totale opbrengst van ƒ28.370 [GAR, Notariële Archieven, J.L.H. Linssen 1898/144].
752 Partic. Archief, Roermond, notaris J.L.H. Linssen, ‘Memorie van aangifte voor het recht van successie en overgang der nalatenschap van Jacob Slangen, overleden te Linne op de Heide, 12 aug. 1906’:
Gemeente St. Odiliënberg.
1111            a) 10.76.80. Hectaren, huis en tuin, bouwland, dennenbosch en hakhout aan Hoosterveld, Waart, In ’t dorp, Zittard, Roskammerveld, Dasraijenveld, Bergveld, Bergerheide, Veestraat, op de Bek in Berg, kadastraal bekend in die gemeente als sectie B no. 482 en 979; sectie C no. 903. 1227. 1455. 1534. 1218. 1539. 1543. 765. 767. 1230. 179 (199?). 1364. 1548. 1415. 789. 301. 453. 755. 890. 913. 1366. 762. en 763 en sectie D no. 120. 131. 355 en 356.
279              b) 67 aren, 45 centiaren huis en tuin, bouwland en hakhout, het Kempke, Hoosterveld, ’t Sittert, dorp. Kadaster sectie C nommers: 172. 1371. 1381 en 145
                   Gemeente Linne:
1833            11.65.55 Hectaren, huizen, schuur, stal en erf en bouwlanden tusschen den Gulickerweg, de Brigit en Bergenkamp. Kadaster Sectie B no. 1497. 1498. 1653. 1836 en 1790.
1708            Gemeente Melick Herkenbosch
2803            21 aren 55 centiaren bouwland in de Ohol. Kad. sectie D no. 1680.
Gemeente Herten.
1186            2 Hectaren, 29 aren, 95 centiaren bouwland op Distelenstraat, de Slaijen, op de Febreit, Merumveld, Oudenborg, sectie A no. 361; sectie B no. 299. 300. 413 en 800; sectie D no. 619.
Gemeente St. Odiliënberg
1162            15 aren 90 centiaren bouwland op ‘t Sittert. Kadaster Sectie C no. 448.
1347            erv? in 5 aren 25 centiaren huis en tuin in het dorp. Kadaster sectie C no. 1450.
753 Ibidem.
754 GAR, MvS [3/8539] van Petronella H. (Slangen-)Vosdellen.
755 MvS van P.H. Vosdellen. Het eerste deel van de successierechten (groot ƒ184,275) was op 2 maart 1915 voldaan.
756 Partic. Arch. ‘Kantoor van Successierechten te Roermond. Register van ontvang’ ƒ32,50 ontvangen van H. Slangen op 13 maart 1915, verschuldigd op de nalatenschap van P.H. Vosdellen [nº 3/8539].
757 Interview met drs. F.W.H.J. Slijpen en mw. drs. H.C. Nienhuis op 27 maart 1996 in Amsterdam, pag. 9.
758 GAR, MvS [6/7145], Memorie van aangifte der nalatenschap van Peter H. Slangen, overleden in Roermond op 15 febr. 1916.
759 De overlijdensadvertentie van Peter Slangen staat afgedrukt in de NMR van 17 febr. 1916.
760 GAR, MvS [6/7145 en 7194] […] van P. Slangen.
Hij was voor de helft eigenaar van bouwland in Herten sectie D nrs. 606 en 607, groot 48.40 aren. ‘De in gemeente Linne, huis, schuur en erf sectie B nº 1877 groot 3.75 aren, alsmede 5.74.70 hectaren bouwland uit sectie B nº 1875 noordwestkant door aangeefster voor ‘t geheel geschat op een waarde van ƒ8.000.’
‘… In volgende roerende goederen als: levende have schuur en akkergereedschap ƒ1.500,-; meubelen, granen en veevoeder ƒ170,-; te wassen staande veldvruchten ƒ180,-; kleeren en lijfsieraden ƒ30,-; contanten ƒ93,-; vorderingen Rijkspostspaarbank met rente t/m dag van overlijden ƒ407,40; dito Spaarbank met rente te Posterholt als rentende 5½% vervallende 15 Maart ƒ1.444,42.’ Totaal ƒ11.825,33. De helft daarvan is ƒ5.9812,665.
‘Dat het passief bestaat uit de helft:
Rekening dr. Dingemanse? te Roermond wegens in 1915 tot aan de dag van overlijden geneeskundige behandeling en operatie ƒ210,-. Rekening van het Louisahuis wegens in 1915 tot aan de dag van overlijden verpleging en oppassing ƒ374. […] Rekening van de parochiekerk van Odiliënberg voor het doen lezen van 100 missen ƒ175,- (NB: in de marge staat geschreven: ‘Verworpen last niet voor aftrek. Blijkt niet dat deze bestelde diensten t. ll van erflater binnen termijn? zijn gelezen.’) Rekening van P. Fijten aldaars wegens in 1915 t/m dag van overlijden geleverd ijzerwerk – ƒ80,-; dito van timmerman Peters te St. Odiliënberg wegens geleverd houtwerk en reparatiën – dito van den knecht André van Kintels? aldaar wegens tot aan den dag van overlijden verdiend loon – ƒ181,-; dito van zadelmaker J. Bell Roermond wegens in 1915 tot den dag van overlijden geleverd leder en reparatiewerk – ƒ 41,-.’
Totaal ƒ1.101,- minus ƒ175 = ƒ926, waarvan de helft is ƒ463. Saldo: ƒ5.357 minus begrafeniskosten van ƒ157: ƒ5.200. Aan successierechten uitsluitend ten laste van Margaretha Slangen-Cuijpers: ƒ307,06.
761 Interview met Slijpen, pag. 8.
762 Op verzoek van Peter Hubertus Slijpen te Linne, Heide B 154, zou in het openbaar met krediet worden verkocht op 13 apr. 1939:
‘4 dragende en melkgevende koeien, 1 dragende vaars, 1 rund met schets, 1 sterk werkpaard merrie, 2 wentelploegen, 2 cultivators, 2 maaimachines (eenpaards) met grasbalk, ijzeren egge, zaaimachine 1½ meter breed, Isaria, hand zaai- en schoffelmachine, veeverlosmachine, stalwaterpomp, lange en korte kar, dorschmachine met manège, installatie hakselmachine, wanmolen zoo goed als nieuw, wan, zinken korenvat, voederbak, meelkisten, bascule, weegschalen.
Diverse huismeubels als: kasten, kisten, spiegels, ledikanten, canapé, trapnaaimachine, kachel, hang- en staande lamp enz. enz.
Te bezichtigen Paaschmaandag en 1 uur voor den verkoop.
Betalen 31 October 1939; posten tot en met ƒ10.- contant. Onbekende koopers moeten bekende borgen stellen of voorzien zijn van een bewijs van gegoedheid, afgegeven door een notaris of burgemeester.’
[advertentie in NKO van 25 maart, 1 en 8 apr. 1939].
763 Interview met Slijpen, 4.
764 Over zijn middelbare schooltijd buiten Roermond zie de ingezonden brief: ‘Geachte Burgers!’ door ‘een vriend der waarheid’, in VOV van 20 febr. 1864. In ‘Remunj wie het reilde en zeilde’ [NKO van 23-02-1935] wordt onder de deelnemers van de historische optocht van 25 juni 1868 (intocht van Albertus van Oostenrijk in 1602) ook H. Spielmans genoemd. Hij kreeg de rol van kapitein van de lijfgarde.
765 Een gemeenschappelijk adres onder de kop ‘Nederlanden’, in MAR van 27 febr. 1864; Spielmans sr. was op 3 febr. 1864 overleden.
766 MAR van 18 okt. 1873.
767 ‘Te koop een roerkuip (22 hectoliters), vraagt een brouwersknecht. Adres: H. Spielmans, Neerstraat’ in MAR van 20 en 27 juni 1874; ‘Te koop een roerkuip (circa 30 hct.) en een gerstharp. Adres: H. Spielmans, Neerstraat’ in MAR van 3 maart 1877. Een gerstharp is een trapeziumvormige zeef die met een poot in een bepaalde helling kan worden gesteld. Het zeefgedeelte bestond uit horizontaal geplaatste spijltjes, vandaar de verwijzing naar een harp [bekijk de foto op pag.107 van dit boek]. 
768 VOV van 23 sept. 1876.
769 Openbare aankondiging van ‘Vereeniging de Grondwet’ in VOV van 24 jan. 1874.
770 VOV van 16 nov. 1878.
771 GAR, Notariële Akten, F.W. Milliard, 12.534, nº 181: Inventarisatie van roerende goederen aan de Neerstraat 63 op 16 dec. 1868.
Wat onder de rubriek passiva meteen in het oog springt is een vordering van zwager en oom Maximiliaan Spielmans te Breyell ter waarde van ƒ26.569. Veel kleiner, maar even zo opmerkelijk vanwege de internationale oriëntatie van deze familie, is een vordering van ƒ1.803 van de erven van Victor Spielmans in Sint-Petersburg. Weduwe en erven Spielmans stonden nog in het krijt bij Gerard Bongaerts voor ƒ6.000, bij enkele kooplieden voor geleverde partijen hop, samen goed voor ƒ1.505 en bij enkele anderen voor geleverd graan voor de somma van ƒ2.090. Ook moest weduwe Spielmans nog een bedrag van ƒ4.600 voldoen voor de koop van enkele percelen land onder Herten en Maasniel. De passiva kwamen uiteindelijk uit op ƒ42.396.
772 GAR, Notariële archieven, F.W. Milliard, nº 52 op 21 mei 1870: akte van deling van weduwe Spielmans en kinderen.
773 GAR, Notariële archieven, F.W. Milliard, nº 29 op 1 maart 1881: verkoop van brouwerij van weduwe Spielmans en kinderen aan zoon Henri Spielmans.
774 Berichten over deze brand in VOV van 16 juli 1881, in MAR van 16 juli 1881 en in Het Nieuws van den Dag op 14 juli 1881.
775 Advertentie in VOV en MAR, beide in de editie van 16 juli 1881.
776 Dankbetuigingen van burgemeester H. Brouwers, H. Franssen en wed. Janssen-Stoffels in MAR van 23 juli 1881.
777 GAR, Notarissen Roermond (1876-1905), Standplaats 1, notaris L. Linssen (1876-1888), nº 284: verkoop op 27 juli 1881.
778 Spielmans kocht dit complex op een openbare verkoop van de erfgenamen van Anna M. Verstappen, weduwe van Hendrik van Melick, voor ƒ4.530 [GAR, Notariële archieven J.L.H. Linssen 1880/158]. Volgens de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed stamt de villa uit 1861 en zou ontworpen zijn door de Roermondse architect P.J.H. Cuypers. Ik vind dit hoogst aanvechtbaar, mede ook gelet op de eenvoudige gedenksteen: ‘H. Spielmans 1881’, terwijl de navolgende beschrijving tegenstrijdige gegevens aandraagt. De villa [Heinsbergerweg 34, 6074 AD Melick] is een rijksmonument met nummer: 524084. De beschrijving van Villa Rozendael luidt:
Inleiding
De in de stijl van het ECLECTICISME gebouwde VILLA is gesitueerd op de hoek van de Heinsbergerweg met de Dorpsstraat en ligt tegenover de Kerkberg. Het object vormt van oudsher een karakteristiek geheel met de Kerkberg, de Dorpsstraat en het oude beloop van de Heinsbergerweg. Deze doorgangsweg van St. Odiliënberg naar Roermond werd omstreeks 1950 enigszins verlegd. Diverse karakteristieke boerderijen en huizen onder aan de Kerkberg werden daarvoor opgeofferd. De statige en van veel ornamenten voorziene villa en zijn bijgebouwen hebben een bewogen geschiedenis achter de rug. In de loop van twee eeuwen hebben op de plaats van de huidige villa reeds andere gebouwen gestaan zoals een stokerij, een boerderij/brouwerij en een herberg. In 1860 worden de brouwerij en in 1881 de boerderij gedeeltelijk afgebroken en het pand verbouwd tot de huidige villa. In 1910 werd het gebouw een dependance-klooster van de zusters uit Sint Odiliënberg, vervolgens weer een woonhuis. Oorspronkelijk stonden op het perceel twee langgerekte gebouwen die aan de voorzijde met elkaar verbonden zijn. Bronnen uit 1802, 1820 en ca. 1840 laten dit zien. Mogelijk was de huidige villa in die tijd een langgerekt gebouw tot aan deze poort. Immers het onderste gedeelte van de villa bestaat nog steeds uit restanten van een ouder gebouw. In 1881 kocht Henri Spielmans, bierbrouwer en jeneverstoker te Roermond, het gehele perceel en de gebouwen. Spielmans liet in 1882 in Melick de boerderij gedeeltelijk afbreken en bouwde de huidige villa. In 1884 liet hij een ander gedeelte van de boerderij wat verfraaien en maakte hij er een remise van voor zijn koetsen en paarden.
Omschrijving
De VILLA ligt een aantal meters terug van de weg in een parkachtige tuin met binnenplaats met keibestrating. Het pand heeft een rechthoekige plattegrond in twee bouwlagen onder een schilddak met een bedekking van leien. In het rechter dakschild zijn omstreeks 1980 dakkapellen aangebracht. De villa heeft een opstand in baksteen. Het metselwerk is in kruisverband uitgevoerd. Verder is veel natuursteen gebruikt. De voorgevel heeft een symmetrische opbouw met een vooruitspringende middenpartij die omlijst wordt door natuurstenen. Het middendeel heeft een bordes, een balkon en een dakkapel. In de eerste bouwlaag bevinden zich segmentboogvormige vensters en deur met houten kozijnen en geleed bovenlicht. In de tweede bouwlaag bevinden zich rechthoekige vensters met houten gelede kozijnen en geleed bovenlicht. De vensters en de deur hebben decoratieve stenen omlijstingen. Tussen de eerste en tweede bouwlaag loopt een decoratieve natuurstenen band. Onder het dak bevindt zich een decoratieve natuurstenen kroonlijst. In de VOORGEVEL bevinden zich in de eerste bouwlaag zowel links als rechts van de toegangsdeur twee vensters; in de tweede bouwlaag bevinden zich links èn rechts van het venster in de middenpartij eveneens twee vensters. In de tweede bouwlaag van de RECHTERZIJGEVEL bevindt zich een rechthoekig venster. In de LINKERZIJGEVEL, die overwegend een blinde gevel is, zitten links en rechts van een rechthoekige houten deur twee rechthoekige vensters verdeeld in tientallen kleine raampjes. Waarschijnlijk betreft het hier de ingang naar de huisartsenpraktijk.
Links van de villa bevindt zich tussen het koetshuis en de tuinmuur een segmentboogvormige ingangspoort in een muur. Het koetshuis heeft een zadeldak en is opgetrokken uit baksteen. De kopgevel van het koetshuis kent een fronton en een hooideur en onder de dakrand bevindt zich siermetselwerk in een muizentandlijst. Achter het koetshuis bevindt zich in de lengterichting een schuur onder een lessenaarsdak. De gehele voorzijde van het perceel is omgeven door een smeedijzeren hekwerk op een basement van baksteen, onderbroken door kolommen van natuursteen.
Waardering
De villa aan de Heinsbergerweg 34 bezit architectonische waarde wegens de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp, het bijzondere materiaalgebruik en de ornamentiek.
[Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; met dank aan Louis Verbeek].
779 De 38-jarige Henri Spielmans ging op 17 jan. 1883 in ondertrouw met de 39-jarige Maria Colen in Delft [Delftsche Courant van 21 jan. 1883]. Daar woonde haar broer S.H. Colen die als ‘Privaat-Docent’ werkzaam was. De verloofden trouwden vrij kort daarop (begin februari) blijkens een dankbetuiging in de Delftsche Courant van 4 febr. 1883. Begin juli 1887 overleed de ongehuwde Colen in Delft blijkens twee dankbetuigingen namens de familie H. Spielmans-Colen in de Delftsche Courant van 4 juli 1897. Colen werd begraven op ‘den zeldzaam mooien doodenakker’ van Delft.  
Een zus van Henri’s vrouw: M.H.H. Colen was getrouwd met Hubert H. Schaffhausen (in 1876 nog voerman) en woonachtig op Neerstraat 66, waar later een slijterij werd gevestigd. Hij zou begin juli 1932 komen te overlijden [vgl. NKO van 7 juli 1932]. Een dochtertje van hen overleed 18 dagen na de geboorte op 21 febr. 1877. S.H. Colen, een broer van beide zussen Colen, was hulponderwijzer in Roermond; hij werd op 20 apr. 1878 benoemd tot hulponderwijzer in Delft en ging daar ook voor een akte wiskunde studeren. Tussen 5 en 11 mei 1888 overleed de 47-jarige rijtuigenverhuurder Theodorus H. Schaffhausen. Op 12 mei 1903 overleed de 25 jaar oude Anna Schaffhausen. Josephina M.C.T. Schaffhausen zou als pleegdochter worden geadopteerd door het echtpaar Spielmans.
Overigens was op het nieuwe adres van het echtpaar Spielmans in Melick Marie C. Slangen, de derde dochter van pachter Jacob Slangen, van juni 1896 tot september 1899 als inwonend dienstbode in betrekking. Tijdens haar verblijf in Melick leerde zij Leendert H. Schmitz kennen die aan de overkant van de Heinsbergerweg (in ‘Groenstraat 55’) woonde en met wie zij op 3 juli 1898 zou trouwen.
780 Vgl. J. Slangen, ‘Van entrepreneurs tot renteniers: De Roermondse tak van het geslacht Spielmans te Breyell (1816-1922)’, Spiegel van Roermond 2000 [94-120] 113-114.
781 Voor de aankondiging van veiling van de inventaris van weduwe Spielmans zie de advertentie in VOV van 10 en 17 mei 1884, als ook die in MAR van 3 mei 1884. Voor de openbare verkoop van de ongedeelde erfenis zie de advertenties in MAR van 3, 10 en 17 mei 1884 en die in de VOV van 3, 10 en 17 mei 1884.  
782 ‘Van entrepreneurs tot renteniers’, 114; Notariële archieven, Memorie van Aangifte der nalatenschap van M.H.A. Spielmans-Janssen, † 12 februari 1884:
‘14. Een onverdeeld derde deel in eene te Vorbruch gemeente Breyell (Pruissen) gelegen woonhuis met annex stokerij en boerderij, tuin en bosschen, bouw- en weilanden, samen groot 127 pruissische Morgen, met het daartoe behoorend vee, akkergereedschappen, en meubelen, de voorradige jenever, de boekvorderingen en het exploitatie kapitaal, voor ⅓ geschat aan negentienduizend gulden’.
Daarom gaven de erven Spielmans blancovolmacht aan notaris L. Linssen na het overlijden van oom Max Spielmans in Breyell (op 21 mei 1884, nº 134) om hen te vertegenwoordigen in de afwikkeling van deze erfenis.
783 In de Memorie van Aangifte van M. Spielmans-Janssen werd één jaar huishuur (van 1 apr. 1883 tot 1 apr. 1884) t.b.v. ƒ450 ten laste van Henri opgevoerd en een vordering op zoonlief van ƒ14.676 (inclusief een rente tot de sterfdag van zijn moeder van ruim ƒ508). Bij akte nº 244/245 op 17 okt. 1884 werd de ‘rooyering’ van de hypothecaire inschrijving voltrokken. 
784 ‘Te huur of te koop. Een kapitaal heerenhuis met fraaien tuin en erf’, advertenties in De Volksvriend van 22 maart, 5, 12 en 19 apr. 1884 en in de Maas- en Roerbode van 22 en 29 maart, 5 en 19 apr. 1884.  
785 J. Stoelhorst en B. Hellenberg Hubar, De entree tot de Clarissen. Cultuur- en bouwhistorische analyse Neerstraat 63 te Roermond (z.p. Res Nova 2006) 47.
786 GAR, Notariële archieven, J.L.H. Linssen 1884/244: scheiding van het onroerend goed tussen zussen en Henri Spielmans op 17 okt. 1884. De waarde van de aan Henri toebedeelde hoeve werd geschat op ƒ16.000.
787 Aankondiging van openbare verkoop door notaris Corbeij uit Berg in MAR van 13, 20, 23 en 25 augustus 1892 op verzoek van de heer Spielmans te Melick. De verkoop op maandag 29 aug. 1892 betrof een huis ‘waarin vroegere bierbrouwerij met schoone en zeer groote kelders en plaats, gelegen op den hoek der Bakker- en Minderbroederstraat’. Eerder had Louisa Spielmans (echtgenote van Eugène Ariëns in St. Oedenrode) een huis en tuin in de Oliestraat van de hand gedaan aan Martinus en Emilia Borckelmans te Roermond voor ƒ3.000 [GAR, Notariële archieven, G.H.V. Bongaerts 1885/75]. Daarom is het des te meer bevreemdend dat weduwe L. Ariëns-Spielmans (dan woonachtig in Weert) met haar kinderen, broer en twee zussen landerijen aankopen in Beesel (sectie B 164 en 693) op 19 dec. 1893 [GAR, Notariële archieven, E. Strens 1893/811].   
788 Familiearchief Slangen, dossier verwerving Mortelshof. Twee met de handgeschreven verklaringen van H. Spielmans: een (gedateerd 2 november 1905) van de verkoop van een ‘dennenbosch op Mortelshof en alle opgaande boomen als kastanje boomen’ voor ƒ2.500 en de ander (gedateerd 7 november 1905) van de hoeve zelf voor ƒ13.500.
789 ‘Uitslag Gemeenteraadsverkiezingen Melick-Herkenbosch’, MAR 23 juli 1887 en ‘Een nieuwe wethouder ter vervanging van H. Spielmans’, in MAR van 17 jan. 1891. Jan Beyers, ‘Melick en Herkenbosch in de tweede helft van de 19e eeuw. Een kwantitatief onderzoek’, Roerstreek 42 (2010) [181-199] tabel 4 op 186.
790 ‘Automobieldienst Roermond-Heinsberg’ in NKO van 10 juni 1903. De stoomtram van Roermond naar Heinsberg en v.v. voldeed intussen goed en voorzag duidelijk in een behoefte blijkens een artikel in de NKO van 2 apr. 1898.
791 Op 15 dec. 1899 kocht Spielmans een huis met tuin onder sectie B 2027 in Roermond van Pierre Paulussen, lasthebber van A. Koster uit Den Bosch voor ƒ5.100 [GAR, Notarieel Archief J.L.H. Linssen 1899/302]. Nagetrokken moet worden hoe en van wie het echtpaar Spielmans het pand aan de Willem II Singel 59 heeft verworven waarin het vanaf 1904 gaat wonen. Ook na zijn terugkeer bleef Spielmans de Melicker dorpelingen gunstig gezind, zoals in 1908 toen hij een wei ter beschikking stelde voor het schuttersfeest [NMR van 27 juli 1908].
792 Advertentie in NMR van 3 juli 1909.    
793 Bericht onder het hoofdje ‘Telegrammen’ van NMR van 28 sept. 1909. Vgl. P. Gootzen, ‘Villa Roosendael in Melick. Boerderij, stokerij, brouwerij, herberg, villa, klooster, artsenpraktijk’, Roerstreek 29 (1997) [160-167], 165-166. Na mislukking en opheffing van deze nieuwe communiteit werd de inboedel op 13 november 1916 publiekelijk geveild [advertentie in NMR van 4 nov. 1916].
794 ‘Verkiezing voor den Roermondschen Gemeenteraad’, NMR van 10 nov. 1906.
795 Ibidem.
796 ‘Stemming voor den Raad’, NMR van 15 nov. 1906.
797 ‘Provinciaal Nieuws’, NMR van 25 april 1908; H. van der Bruggen, ‘Groote Sociëteit Roermond’ (Roermond, december 2009) 6: ‘Henri Spielmans’.
798 Huldiging Roermonds Mannenkoor in NMR van 18 en 22 aug. 1908.
799 Voor een kort biografisch portret zie: Jaak Slangen, Graeterhof. Van pachthoeve tot villa blanca (1463-2003) [Swalmen 2004] 124-127: ‘Architect Frans Dupont (1880-1955)’. 
800 Onder de kop ‘Provincie Nieuws’ het bericht van de oprichtingsvergadering op 3 maart 1909 van de ‘Woningvereeniging Roermond’ in RMR van 6 maart 1909. Na vaststelling van de statuten van deze vereniging die een ‘zuiver philantropisch doel nastreeft en nooit meer dan 4% op de aandeelen zal mogen uitkeeren’, werden als bestuursleden gekozen: Jhr. mr. L. Michiels van Kessenich; dr. Kramps, H. Spielmans, W. Evers, F. Hincke, F. Dupont, L. Magnée en Ed Smitshuizen.
801 Overlijdensadvertentie in NMR van 4 nov. 1922, evenzo in de Meijersche Courant van 3 nov. 1922. Op de begraafplaats ‘Nabij kapel in ’t Zand’ in Roermond bevinden zich twee graven van de familie Spielmans. Op het gedeelte eerste klasse nº 39-40 bevindt zich het graf van H. Spielmans (1922) en weduwe M. Spielmans-Colen (1933) – in de buurt van het familiegraf Bongaerts – en eveneens eerste klasse – (in de buurt van de obelisk van het adellijk geslacht Van Aefferden) dat van weduwe M. Spielmans-Janssen (1884) en van haar ongehuwde dochter Eugenie Spielmans (1909).  
802 Mededeling van wijlen mijn peetoom, Jacq. Slangen uit Herten.
803 Voor de honkvastheid en boerenmentaliteit zie J. Philips, ‘De landbouw in een statische maatschappij’, Geschiedenis van de landbouw in Limburg, 144-145.